*

 
dossier

Archief

De legende van de veilingmeester

J. HARTOG − 21/02/95, 00:00

Op de vrije markt ontmoeten vraag en aanbod elkaar. Maar hoe komt een prijs tot stand? Wanneer verandert de prijs? Door de onzichtbare hand van een onzichtbare veilingmeester? Diverse sectoren hebben hun eigen 'veilingmeester'. De tuinbouw kent de grote klok op de veiling. Ook de arbeidsmarkt kent er een. dr. J. Hartog is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam

Beginnende studenten in de economie worden in de kortste keren vertrouwd gemaakt met de perfecte markt, maar ze maken meteen kennis met de mysterieuze figuur wiens identiteit aan het eind van de studie nog niet is onthuld: de veilingmeester. Op de perfecte markt heersen vraag en aanbod. Bij sterke vraag gaat de prijs van een goed omhoog, bij royaal aanbod daalt de prijs. De wet steunt op de krachten van concurrentie. Bij perfecte markten horen veel aanbieders en veel vragers die geen van allen invloed hebben op de prijs.

Maar dat stelt meteen het raadsel. Hoe kan nu ooit de prijs veranderen? Als de prijs vrij rondzweeft boven al die marktpartijen als een ongrijpbare ballon, hoe komt dan het wonder van de evenwichtsprijs tot stand? De oplossing is dus de mysterieuze schepping van de veilingmeester. Een volstrekt verzonnen figuur, beeldspraak voor het mechaniek van de prijsontwikkeling. Hij (zij?) wordt voorgesteld als een figuur met een opschrijfboekje en een potloodje, die al die marktpartijen afgaat en opschrijft wat ze bij een bepaalde prijs willen kopen en verkopen. En als al die plannen overschotten of tekorten opleveren, past hij (zij?) de prijs aan, net zo lang tot er een prijs is gevonden waarbij het aanbod gelijk is aan de vraag. En pas als die prijs is gevonden, wordt de hele handel afgewikkeld.

Het is een prachtig beeld, maar het tragische is dat de veilingmeester in deze vorm niet te vinden is. We hebben hier te maken met het meest authentieke gat in de markt dat ooit werd gesignaleerd: op het snijpunt van vraag en aanbod had de veilingmeester moeten staan, als een agent op het kruispunt, maar we zien slechts zijn lege voetstuk.

Zelfs op de echte veiling, zoals voor groenten en fruit, vinden we niet een echte veilingmeester. Wel een grote klok, met een wijzer die langs steeds lagere prijzen draait. Wie een partij wil kopen, zet de klok stil op de gewenste prijs. Geen veilingmeester met een potloodje, maar een koper die de marktverhoudingen overziet en bedenkt dat hij bij te lang wachten (op een lage prijs) zonder groente naar huis moet. Makelaars in huizen hebben vast mooie opschrijfboekjes, maar zijn ook geen echte veilingmeesters: elk huis wordt afzonderlijk verkocht, elk object heeft zijn eigen prijs.

De grote verdienste van onze verzonnen veilingmeester is het anonimiseren en verbrokkelen van macht. Hij zorgt voor een nette marktafwikkeling en voorkomt individuele machtsposities. In de vorige eeuw waren boeren vaak het slachtoffer van machtige opkopers van hun produkten. Om daaraan een eind te maken, richtten ze veilingen op en stelden ze veilingplicht in. De fruittelers bij mij in de buurt mogen best een paar kistjes aan de deur verkopen, maar de echte handel gaat via de veiling. Daar wordt de prijs bepaald door de verhoudingen van vraag en aanbod. Veilingplicht zorgt er voor dat alle vraag en aanbod via de markt loopt, zodat de prijs de marktverhoudingen weergeeft. Niemand kan macht ten eigen voordele gebruiken. Alle kwekers kunnen kwaad zijn op de concurrentie van buitenlandse appelen, maar ze kunnen niemand persoonlijk aanspreken op onrechtvaardige prijsstelling. De vijand is anoniem. Vriend of vijand, via klok en plicht is hun markt geordend en niemand wil dat veranderen.

De arbeidsmarkt kent hetzelfde probleem. Ooit waren arbeiders overgeleverd aan machtige kapitalisten. De overheid steunde marktordening door de instelling van arbeidsbeurzen: plekken waar vraag en aanbod elkaar ontmoetten. Het duurde wat langer voor de overheid vakbonden en CAO's wettelijk ondersteunde. En het duurde nog langer voor de overheid een soort veilingplicht oplegde: de algemeen-verbindend verklaring van een CAO. Een centrum van prijsvorming voor de hele markt, in de plaats van de ontbrekende veilingmeester.

Twee oplossingen voor het ontbreken van de meesterhand. Terwijl de tuinders kozen voor de ongewisheid van het rad van avontuur, namen op de arbeidsmarkt de handelende heren het heft in eigen hand. Geen anonieme krachten, maar belanghebbenden die zelf mogen sturen. Ze zitten er om een fout te corrigeren, maar ze zijn als een kat op het spek gebonden. Voor goede marktwerking hebben we een goede organisatie nodig. Waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten, hoort een veilingmeester te staan, met een opschrijfboekje en een potloodje. De tuinders zagen het lege voetstuk en vonden het een mooie plaats voor een grote veilingklok. De arbeiders zagen ook zo'n voetstuk en vonden het een prachtig podium om zelf op te gaan zitten. Dat gaat alleen maar goed als ze verdraaid goed bij de tijd zijn.

mailIcon print |