*

 
dossier

Archief

'Bij Gilly is er ook veel te lachen, hoor'

ARLETTE DWARKASING − 10/02/98, 00:00

'Je hobbelt van de een naar de ander ze hebben steeds het beste met je voor en hopen dat ik positief verander ik heb die etterbakken heel goed door'.

Ze zingt het met een krachtige stem. Een stem waar het verzet in doorklinkt. Verzet van een twaalfjarige die alweer in het zoveelste pleeggezin wordt geplaatst. Deze Gilly heeft een hekel gekregen aan mensen die het beste met haar voor hebben. En dat zal ze, stoer als ze is, de dikke mevrouw Trotter, bij wie ze nu is geplaatst ook wel laten merken.

Het is slechts een fragment van de repetitie voor de theatervoorstelling 'Gilly', maar direct is al duidelijk dat de 36-jarige Erna Sassen er absoluut in slaagt een opstandig twaalfjarig pleegkind neer te zetten. Ook zonder de tien staartjes in het haar was het 'r zeker gelukt.

Toen ze voor de rol werd gevraagd vond ze haar leeftijd een probleem. Maar regisseur Bruun Kuijt - met wie Sassen in 1993 als cabaretduo het programma 'Ik zoek een man voor mijn zus' bracht - vond dat niet.

“Toch is het soms heel raar”, zegt Sassen na de repetitie. “Ik doe niet vreselijk mijn best kind te zijn. Ik speel gewoon het verhaal. Er worden dingen in het stuk belicht die je allemaal wel in je hebt of die je je herinnert.”

“Ik herinner me bijvoorbeeld echt wel die woede van die leeftijd. De razernij en het verzet tegen volwassenen, op school en thuis, die bepalen wat je moet doen. Je hebt inderdaad maar mee te hobbelen. Je bent zo afhankelijk terwijl je dat op die leeftijd helemaal niet wil zijn. Ik herinner me ook heel erg dat 'stoer doen'. Maar ook dat gevoel je verdriet en onzekerheden te willen verbergen.”

'Gilly' is een familievoorstelling (kinderen vanaf acht jaar) die op 23 februari in première gaat in de Schouwburg Kunstmin in Dordrecht. Het is gebaseerd op het kinderboek 'Stoere Gilly' van de Engelse Katherine Paterson. Twintig jaar geleden bracht Uitgeverij Holland het boek voor het eerst in Nederland uit. Als speciale 'theatereditie' is het nu opnieuw uitgegeven.

Het boek en de theatervoorstelling maken deel uit van de landelijke campagne 'Geef pleegkinderen een toekomst' van de Federatie Pleegzorg. Het aantal pleeggezinnen is gedaald van 9 500 in 1990 tot 8 000 in 1997. Dat tij moet worden gekeerd. De meeste mensen, zo meent de federatie, hebben een abstract beeld van het pleegkind. Pas als dat beeld zich ontpopt tot een echt kind van vlees en bloed, dat niet alleen opstandig maar op zijn tijd ook erg aardig is, herkennen mensen iets. Dán, hoopt de federatie, gaan mensen zich afvragen: is er iets dat ik kan doen, voor dit kind van een ander?

Voor Sassen zelf was de pleegzorg niet onbekend. Een vriend had ooit een gezinshuis. Een voorziening waarbij de pleegouders in dienst zijn van een instelling en ook wonen in een huis van de pleegzorg. Naast de eigen kinderen worden er nog vier pleegkinderen opgevangen.

“En een tante had jaren een pleegkind. Ik wist uit de verhalen dat het best wel moeilijk kon zijn. Als die jongen naar zijn eigen moeder ging beloofde die van alles, maar kon het niet waarmaken. En daar zat mijn tante dan weer mee.”

“Maar dat is niet de reden dat ik deze rol wilde spelen. Het is vooral leuk omdat het script goed is. Toen ik het las was ik op bepaalde momenten ontroerd. Ik kreeg tranen in mijn ogen om de situaties waar Gilly in terecht kwam.” Sassen beschrijft het moment nadat Gilly een keer is weggelopen. De maatschappelijk werkster komt op bezoek bij mevrouw Trotter om Gilly dan maar weg te halen. Maar pleegmoeder Trotter laat de keus aan Gilly. Ze mag ook blijven.

“Ik vraag dan naar mijn eigen moeder. De maatschappelijk werkster zegt hard: 'Die komt je echt niet halen. Die is al acht jaar niet naar je toegekomen'. De pleegmoeder zegt daarop: 'Maar als ze wist wat een lieve meid je bent, dan stond ze morgen voor de deur'. Dat is zo'n pijnlijk moment. Die confrontatie: je moeder komt niet. En dan die pleegmoeder, tegen wie je nog helemaal niet leuk bent geweest, die zoiets liefs zegt. Dát doet zeer. Door zo'n moment word ik getroffen. Toen ik uit huis ging heb ik mijn moeder vaak gemist en als kind zijn er ook wel momenten dat je naar je moeder toe wilt. Maar dit is wel een heel diep gevoel van eenzaamheid.”

Sassen (ooit verpleegkundige in Medisch Centrum West) wordt vooral gezien als cabaretière. “Na de kleinkunstacademie ben ik wel zo begonnen. Mijn eerste programma in 1989 was een soloprogramma, tja, dat is dan al snel cabaret. In je eentje tegen zo'n zaal aan praten en grappen maken. Maar ik zie mezelf nu niet als cabaretière. Dan moet je een hoog grapgehalte hebben en dat heb ik niet. Ik gebruik wel humor in mijn voorstellingen, maar ik bedenk geen grappen.”

Met een tegenspeler op het toneel beviel het beter. Na de productie met Bruun Kuijt, bracht Sassen in 1994 'Heerlijk dat Bertje d'r niet is' met Wivineke van Groningen. Waar het met Kuijt ging over relaties tussen mannen en vrouwen, ging het nu over een vriendschap met een getrouwde buurvrouw. Geen cabaret, maar er werd wel flink gelachen.

“De menselijk verhoudingen interesseren me. Dat is denk ik wat me ook aantrok in het script van Gilly. Ik keek graag naar televiesieprogramma's over pleeggezinnen. Om de verhoudingen die je er ziet tussen mensen. En ook bij Gilly is er veel te lachen hoor. Maar het is geen komedie.”

In 1995 speelde Sassen in de zomerse komedie 'De Gidsen' met twintig andere actrices vrouwen die weer meisjes mochten zijn. “Dat was een uitstapje”, zegt ze nu. “Ik houd toch meer van voorstellingen als Gilly. Dat het nog iets te zeggen heeft. Een boodschap ja. Dat je voor mekaar moet zorgen. Dat dat belangrijk is, daar geloof ik ontzettend in.”

mailIcon print |