Vanavond nog in Korzo Theater, Den Haag.
In een bar die veel weg heeft van een walmende opiumkit steekt een jongeman een stapel dollars in zijn zak. Want reken maar dat er in deze Chinese plantage in New York veel louche geld omgaat. Met een toegedekt vogelkooitje in zijn hand loopt de cassier dwars door alle hectische en kakofonische bedrijvigheid naar een smerige steeg.
Daar, in een dampende keuken schijnen vier potige Chinese koks het heel normaal te vinden dat hij uit dat kooitje een revolver trekt. Van schieten komt het niet. Terwijl met een ferme mep een geplukte eend de kop wordt afgehakt, wordt de man afgepoeierd met: 'au revoir, sucker'.
Wat zich in de volgende vijftig minuten afspeelt laat zich amper beschrijven. Het met tientallen Chinese vogelkooitjes omhangen toneel verandert in een absurde keuken, waar met muziek, dans, filmbeelden de naar misdaad en sociale wantoestanden ruikende Chinese cuisinerie in knalroze verpakking wordt bereid. Op het glanzende parket als hakbord wordt echter niet een eend de kop afgehakt en evenmin veranderen de vogelkooitjes in een mitrailleursalvo.
De countertenor Vincent Darras, die te elfder ure de geblesseerde zanger-danser Peter Rombouts moest vervangen, bejubelt de vele tinten roze en somt met kopstem de daarbij horende horeca op, die Chinatown tot het afzetgebied van Sun Luck, Lotus Eaters, Promised Land, Candy Stripe of the City of Noodles maken. Deze man in keurig blauw pak is echter vooral een bindmiddel in een wok, waaruit de musici een veelvoud aan exotische dampen laten optrekken. De drie dansers leveren op dat hakbord of aanrecht ondertussen een mysterieus staaltje bewegingskunst, waarbij zij hun lichamen als vlijmscherpe messen slijpen en de vingers zelfs letterlijk aflikken. Wie van pure dans met een sausje pantomime houdt zal er direct van watertanden, ook al wordt geen moment duidelijk hoe de twee vrouwen en ene man zich tot elkaar verhouden en wat zij met de countertenor en musici te maken hebben.
Choreografe Van Dijk en beeldend kunstenaar Eric Barends, die voor concept en eindregie tekende, zijn zeker niet de eersten die een uitheemse kookcultuur met de creatie van een dans/muziekproduktie associeerden. Maar hoe de roze wereld der Chinese eethuizen in New York en alles waar dat mee samenhangt ook tot een theatraal boeiende produktie te maken? Hoe zijn die geuren, kleuren en overdaad aan impressies in de drie sporen (beweging-beeld-geluid) te mixen? Soms vullen beeld, beweging, geluid elkaar wonderlijk mooi aan, bijvoorbeeld als musici en dansers op het filmscherm met stokjes tussen hun lippen geklemd hun cantate op de Chinees-Amerikaanse horeca proberen voort te zetten. Vaker vroeg ik me af wat ik nou eigenlijk voorgeschoteld kreeg. Geestig is het zeker, dat na afloop de borden niet worden afgewassen, maar op het filmscherm in diggelen worden gesmeten.
Het wonderlijke van Chinese Pink Restaurants is dat zowel in geluid als beeld de meest fantastische gerechten worden bereid. De drie dansers, met elk een eigen solo, zijn een waar genot voor de zintuigen, de muziek van Gene Carl is een bedwelmende voltreffer. Even intrigerend zijn de film en lichtontwerpen van Eric Barends.
En toch... boeiend theater wilde het allemaal niet worden, al wisten vooral Isabelle Steenbergen en Karim Raihani voor een dramatische spanning te zorgen. In welke verfijnde smaak of sinistere 'suspense' de musici, zanger en dansers elkaar betrekken... je mag er aan ruiken, van proeven en kan er niets anders mee doen dan doorslikken. Zoals een toerist in Chinatown zal ook de bezoeker van deze voorstelling niet achter de ondoordringbare façade van dit stadsdeel in New York komen. Maar wat een zonde dat het maar bij drie voorstellingen zal blijven!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.