Misschien heeft Jaap de Hoop Scheffer wel gelijk en hebben inderdaad heel wat mensen op de valreep nog besloten de gang naar de stembus te maken om zo Ennëus Heerma de laatste eer te bewijzen. Dat zou dan weer betekenen dat Enneüs postuum van de kiezers alsnog het testimonium heeft gekregen waar hij recht op heeft, namelijk dat deze authentieke persoonlijkheid wel degelijk een dragende CDA'er was, een stemmentrekker zelfs, die bij zijn dood (of met zijn dood?) de neergang van de partij op een beslissend moment een halt heeft toegeroepen.
Zelfs als het waar is, zou het niet in mijn hoofd zijn opgekomen publiekelijk een link te leggen met de voor het CDA gunstige verkiezingsuitslag. Laten we het erop houden dat De Hoop Scheffer het vooral bedoelde als een hommage aan Enneüs. Maar goed, nu dat gebeurd is, kunnen we ook dit motief toevoegen aan de legio andere die mensen ertoe hebben bewogen hun stem uit te brengen.
Over de gevolgen daarvan zijn interessante beschouwingen te houden, maar van meer gewicht is toch de vraag naar de motieven van hen die niét gingen stemmen. Zij overtreffen het aantal kiezers royaal.
Waarom bleven zij thuis? Laat ik hun passiviteit voor de verandering eens positief duiden: zij stelden een daad van emancipatie. Minister Peper zei gisteren dat kiezers gemotiveerd worden door de machtsvraag, door daden en daadkracht en door personen. Welnu, ditmaal was niet duidelijk wat er op het spel stond, van daadkracht was weinig te bespeuren en de provinciale lijsttrekkers hadden nauwelijks smoel. Waarom zou je dan stemmen?
Het trekken van die conclusie zou je vooruitgang kunnen noemen. Vroeger gingen velen uit een soort hondentrouw kiezen. Je bracht je stem uit omdat je nu eenmaal tot een bepaalde partij behoorde. Je moest zelfs stemmen. Toen de stemplicht werd afgeschaft, liep de opkomst weliswaar terug, maar bleef de gang er toch aardig in. Toen ook dat minder werd, zagen politieke kopstukken nog lang de kans de animo er met wat capriolen in te houden. Van Agt die vanaf kameel of fiets het volk toesprak. Wiegel die ferm in de camera blikte en de mensen in het land toesprak. Zelfs in de era-Lubbers was het niet anders.
Je zou zelfs kunnen stellen dat de kopstukken in hun eigen praatjes geloofden. Hoe vaak niet zou een kabinet gewankeld hebben of uiteindelijk zelfs ten val zijn gebracht als gevolg van de uitslag van statenverkiezingen? Denk aan de val van het vierde kabinet-Drees, de ondergang van het kabinet-Cals, of het kortstondige bestaan van het onfortuinlijke tweede kabinet-Van Agt. Tot op zekere hoogte zou je zelfs kunnen zeggen dat we de val van Lubbers II aan statenverkiezingen te danken hebben.
Hoe het ook zij, er werd in ieder geval steevast gewichtig gedaan over het effect van deze verkiezingen op de landelijke krachtsverhoudingen.
Als mijn indruk juist is, kunnen we die gewichtigdoenerij voortaan vergeten. De kiezer is er niet meer bevattelijk voor. De coalitiepartners gingen rollebollend over straat, ze maakten elkaar de gruwelijkste verwijten, maar het maakte totaal geen indruk. De kiezer weigerde zich op de mouw te laten spelden dat deze toneelstukjes iets te maken hadden met deze verkiezingen. En geef hem eens ongelijk. Hij bleef zelfs in zo groten getale thuis dat een willekeurige opiniepeiling meer zegt over de landelijke krachtsverhoudingen dan deze verkiezingen.
Hoe nu verder? Het minste lijkt me dat politici deze nieuwe realiteit tot uitgangspunt moeten nemen. Dat betekent dat er in feite maar één ding op zit, en ook daar heeft minister Peper groot gelijk in: dat we het middenbestuur, de provincie weer serieus moeten nemen. Pas dan mogen we hopen op een redelijke opkomst, ook al moeten we daar geen overdreven verwachting van hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.