JAKARTA - De bus naar Medan is vol. Het clubje jongeren dat nog mee wil moet op krukjes tussen de banken gaan zitten. Ze zijn met z'n dertienen. Studenten. Een uitgelaten club. “We gaan demonstreren. Tegen de regering”, vertelt de jonge vrouw van 24.
Haar vrolijkheid is verwonderlijk. Dat is toch gevaarlijk? Ze haalt haar schouders op. “Een beetje.” Ze maakt zich meer zorgen om de klok. Waarschijnlijk zijn ze al te laat. Ze zijn gisteren al vertrokken om vanmorgen vroeg bij de demonstratie te zijn en nu is het al bijna middag. De chauffeur manen tot grotere spoed heeft weinig zin. Hij rijdt al tegen de honderd. De studente hoopt nu maar dat de demonstratie is afgeblazen en naar morgen verplaatst. Maar als de bus om een uur 's middags arriveert, rennen ze toch als eersten eruit op weg naar de binnenstad. Wie weet is er toch nog wat te beleven.
Op het grote centrale plein in Jakarta zijn volgens zeggen wel een miljoen mensen verzameld. Onafhankelijkheidsdag. Groot feest. Een soort koninginnedag alleen veel strakker en formeler. Van opzij rent ineens een groepje van 50 jongeren joelende het plein op naar het centrale podium waar ook president Suharto zit. Ze komen niet ver. Als eenmaal het spandoek dat pleit voor echte vrijheid ontrold is, lopen ze na 100 meter al in de armen van veiligheidstroepen. Ze rennen harder weg dan ze kwamen, omdat de militairen met bamboe slaan. Maar weer is er die mengeling van opwinding en vrolijkheid bij het jennen van de autoriteiten.
Studenten tasten de grenzen af en de overheid lijkt tolerant. Als je binnen de nauwe grenzen van de nieuwe orde en de pancasila blijft, is demonstreren gewoon toegestaan. En studenten maken daar veel gebruik van. Op universiteiten zijn ruimten ingericht als een soort actiecentra. Met affiches en spotprenten. Binnen de campus mag veel. Als de verspreiding niet te groot is worden zelfs zeer kritische studentenbladen toegelaten.
Studenten hebben een speciale positie in Indonesië. Ze behoren tot de elite en hun ouders zijn doorgaans in goede doen. In de 50-jarige geschiedenis van Indonesië zijn studentendemonstraties inmiddels een ingebed verschijnsel. Suharto zelf was destijds beste maatjes met de studenten toen die in de jaren 60 dagelijks tegen president Soekarno demonsteerden.
Dit is Azië en niet Europa, dus we moeten voorzichtig zijn, maar het heeft allemaal veel weg van de sfeer in Europa eind jaren '50 begin '60. De oudere generatie heeft gedisciplineerd gewerkt aan de opbouw van het land. Al dertig jaar onafgebroken. Gesteund door een staatsideologie die geen ruimte laat voor individualisme. De kinderen hebben de president steeds aan de muur zien toekijken bij het spelen. In de steden is economische vooruitgang geboekt maar zijn ook de eerste tekenen van decadentie waar te nemen. Westerse popmuziek en jongens met lang haar, dat is hier nog echt reden tot opwinding. Op school wordt niet alleen een uniform voorgeschreven en gepoetste schoenen, maar ook een regelmatige gang naar de kapper. Een kapper die maar één model kent: Kort Amerikaans, al heet het hier anders. Opvallen, een buitenbeentje zijn, valt buiten de wetten van de pancasila die juist op gemeenschapszin zijn gebaseerd.
Er dreigt een echte generatiekloof. De jongere generatie zet zich af tegen de oudere omdat die alleen oog heeft gehad voor economische vooruitgang en voor materieel gewin. De jeugd zegt dat er in hun opvoeding te weinig plaats is geweest voor immateriële zaken. Studenten verwijten de universiteiten in gebreke te zijn gebleven bij de vorming van studenten, vooral in spirituele zin.
Tot zover een aantal parallellen. Maar gaan die in Indonesië, net als destijds in het Westen, ook tot maatschappelijke onrust leiden? Hier in Indonesië zoeken veel jongeren een andere uitlaatklep. De belangstelling voor spiritualiteit vertaalt zich vooral in een sterk groeiende aanhang van de islam. De moskeeën lopen vol en de jongeren kiezen zelfbewust een prominente plek bij het bidden: vooraan. Veel ouderen zijn passief gelovig, ze onderbreken het werk niet meer om naar de moskee te gaan. De keuze voor de islam is niet geheel vrijblijvend. Als moslim genieten studenten hier nog relatief grotere vrijheden dan anderen.
De onvrede onder jongeren beperkt zich tot de betere inkomensgroepen in de steden. De kinderen van de arme bevolking - en dat is nog steeds de meerderheid in dit land - moeten gewoon ploeteren om te overleven. Er zijn geen dwarsverbanden tussen ontevreden groepen. Incidenteel staat een groep buschauffeurs op, of knokken arbeiders voor een minimumloon. Maar boeren werken vooral in familieverband en een boze becakrijder, die te veel pacht voor zijn fiets moet betalen, staat alleen en interesseert zich niet voor de sores van anderen.
Er zijn voor het volk ook geen duidelijke kwesties, geen publieke vijanden. 'Pappa president' is bij gewone mensen bepaald geen boeman, integendeel. Als hooggeplaatst persoon wordt hij sowieso geëerd in dit land, omdat dat zo hoort. De ongelijkheid in inkomen is voor veel mensen te abstract. De corruptie is ernstig, maar alleen zichtbaar als politiemensen verkeersdeelnemers geld af troggelen.
Waarom dan toch die onrust, die nervositeit in Indonesië over de nabije toekomst? Eén aansprekend incident kan het politieke en maatschappelijke landschap ingrijpend veranderen, de massa in beweging brengen en dwarsverbanden tussen ontevreden groepen creëren, zo wordt gezegd. Dat is in Indonesië vaker gebeurd. Soekarno's val in 65 was niet te voorzien. Hij was geliefd in binnen- en buitenland, maar een moord op hoge legerofficieren heeft de ogenschijnlijke rust in Jakarta ruw verstoord.
Zo houden Indonesiërs er altijd rekening mee dat de storm komt als het windstil is, of een spiegelgladde zee in een kolkende watermassa verandert. En onder studenten, parlementariërs, journalisten, juristen, vakbondsmensen en zelfs officieren in het leger broeit het wel.
President Suharto is 74 jaar. Hij wordt als sterke man door velen die profiteren van de economische groei onmisbaar geacht om de bestaande orde te handhaven. Maar de kritiek op zijn beleid neemt dermate toe dat velen een wisseling van de macht gewenst achten. Al was het maar dat er een nieuwe generatie staat te trappelen. Achter de schermen wordt daarover veel strijd geleverd en de uitkomst is ongewis.
In die nervositeit is het maar de vraag of jongeren die speldeprikken uitdelen, opgewonden en vrolijk autoriteiten pesten, in de komende jaren nog wel met enige tolerantie tegemoet worden getreden. President Suharto beledigen mag niet en dat kun je maar beter niet doen. Maar 'Johnson moordenaar' roepen was in Europa destijds ook verboden. En als studenten de grenzen te zeer verleggen zullen militairen hard, bloedig hard ingrijpen. Zoals dat nog steeds gebeurt als de orde echt wordt bedreigd, bij stakingen of rebellie van afscheidingsbewegingen. Het gewezen parlementslid Sri Bintang Pamoenkas staat al maanden terecht voor een deelname aan een demonstratie in Duitsland, waarbij Suharto zou zijn beledigd. In het 'bewijsmateriaal' van de politie zitten foto's van bijna elke deelnemer aan die demonstratie.
Het is curieus dat het Nederlandse bedrijfsleven nu staat te trappelen om hier veel geld te investeren. Na dertig jaar economische groei, dank zij een stabiele orde, komt Nederland zaken doen op een moment dat aan die rust wellicht een einde komt. Het bedrijfsleven is ook een beetje nerveus, maar om andere redenen. Het enthousiasme over de grote potentie van Indonesië als groeimarkt, waar 190 miljoen Indonesiërs niet kunnen wachten op consumptiegoederen, kent geen grenzen. En andere landen liggen voor in de concurrentieslag. Nederland wil de boot niet missen. De boot van Suharto kennelijk. Maar het is beter eerst te zien of die over twee jaar nog in de vaart is. Only fools rush in.
- Meer over Indonesië op pagina 9.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.