Journaliste: Maar mijnheer Steenhuis, hoe kunt u dat toch doen? Had het na uw omstreden commissariaat bij Bakkenist niet voor de hand gelegen een tijdje low profile te blijven?
En nu doet u in korte tijd twee geruchtmakende uitspraken na elkaar: dat we weer harder mogen rijden dan 120 km per uur buiten de randstad omdat de automobilist zich moet kunnen uitleven en dat de taakstraffen te licht zijn (Trouw, 1 september 1998). Steenhuis: Mevrouwtje, u snapt er niets van. Probeert u zich mijn positie eens voor te stellen. Ik ben lid van het College van Procureurs-generaal. Ik eis namens de samenleving straf voor diegenen onder ons die zich niet aan de regels houden. Bij zo'n positie past een groot moreel gezag. Sinds die affaire-Bakkenist ben ik dat volledig kwijtgeraakt. Wanneer ik tegenover een verdachte sta en straf vorder (of laat vorderen) dan zie je de man achter het hekje denken: Moet die Steenhuis nodig zeggen; die man heeft zelf boter op zijn hoofd. Het zal u toch duidelijk zijn dat een publiek belang erbij gemoeid is dat ik zo snel mogelijk weer dat morele gezag verwerf?
Journaliste: Euuh.
Steenhuis: Juist. En hoe doet men dat? Wanneer ik nu jarenlang niet meer van mij laat horen dan blijft mij altijd dat stigma van de bijklussende procureur aankleven. Wat moet ik dus doen? Zorgen dat door nieuwe beeldvorming de oude naar de achtergrond wordt gedrukt. Dat zijn de harde wetten van de image-building, mevrouw. Daar hoef je geen communicatieadviseur of andere drs voor in te huren om dat te begrijpen. En liefst beeldvorming die mij bij het grote publiek, niet bij die intellectuele pruttelaars in Den Haag, geliefd maakt. Met welke onderwerpen en uitspraken, denkt u, kun je dat gezag terugwinnen? Neemt u van mij aan, ik weet wat de gewone man beweegt. De gewone man wil weer lekker in zijn Opel langs 's Heeren wegen scheuren. Dat bakkie van hem, dat is het enige beetje privacy en eigenwaarde dat hij heeft. Dat die verwaande dames en heren in Den Haag hem in dat streven dwarsbomen zit hem tot hier (de heer Steenhuis verheft de vlakke hand tot boven het voorhoofd). Het milieu moet behouden blijven voor het nageslacht? Naar de hel met het milieu!
De man in de Opel kent Lytton Strachey niet, maar neemt u van mij aan dat als hij hem zou kennen de Britse essayist met instemming geciteerd zou worden: Wat heeft het nageslacht ooit voor mij gedaan?
Nu mijn tweede zogenaamd omstreden uitspraak: de taakstraffen. De kleine man mag in de beslotenheid van zijn bakkie niet meer lekker op het gaspedaal trappen - ik herhaal: het enige stukje privacy dat hij nog heeft. Doet hij dat wel dan wordt hij op de bon geslingerd. Wat denkt u dat hij dan graag zou zeggen tegen die agent? Ga jij eens echte boeven vangen, bromsnor. Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Die echte boeven lopen vrij rond. En wanneer ze gepakt worden dan worden ze in een hotel gestopt, met televisie op de kamer. Of ze krijgen, inderdaad, een taakstraf. Een paar uurtjes de tuin aanharken van een oud dametje - dat is toch geen straf volgens de kleine man in de Opel, mevrouw, zeg nou zelf. Begrijpt u het nu? Na mijn zogenaamd omstreden uitspraken - omstreden bij wie? - is mijn positie alleen maar versterkt. Ik heb het gezag teruggekregen dat nodig is voor de uitoefening van mijn functie. Als ik weer eens straf vorder dan denkt die man daar in het beklaagdenbankje: Het is vervelend dat nu tegen mij straf wordt geƫist, maar het wordt tenminste gedaan door een man met gezonde opvattingen, een man die weet hoe de wereld in elkaar zit. Liepen er maar meer van dat soort rond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.