Het Nederlandse moedertaalonderwijs moet een paar decennia geleden hier en daar nogal gebrekkig zijn geweest. Hoe anders te verklaren dat er zoveel gidsen verschijnen met voorlichting over spelling, stijl en grammatica die deels ooit op de lagere school en de ulo werd gegeven?
Onlangs zijn er weer drie bij gekomen. De eenvoudigste is 'De nieuwe taalhulp' van Inez van Eijk. Je kunt er ook uit leren wat een zelfstandig naamwoord is en wat je op de envelop moet zetten wanneer je een brief schrijft aan de ongehuwde dochter van een baron.
Een mengeling van algemene en gespecialiseerde informatie biedt de 'Stijlgids - Leidraad voor financieel-economische teksten' van Het Financieele Dagblad. Een gedegen handleiding, al zijn de paragrafen over journalistieke genres wel erg beknopt.
Grondiger is 'De Taalgids - Tekstverzorging van A tot Z', waarin Peter van der Horst Noord- en Zuid-Nederlandse schrijvers, bewerkers, correctors, typisten en zetters van zakelijke teksten te hulp komt. Soms toont hij zich een strenge, dan weer een rekkelijke regelgever. 'Neem dit maar rustig van me aan' mag niet (rustig moet gerust zijn), maar 'zo optimaal mogelijk' en 'de man waaraan. . .' (in plaats van aan wie) heten acceptabel. Een van de weinige kritische vragen die dit leerzame naslagwerk oproept, is waarom Van der Horst zoveel ingeburgerde germanismen bespreekt, waaronder wegenbouw en stopcontact, en zo weinig overtollige Engelse insluipsels. De bescheidenheid verbiedt er, ten slotte, melding van te maken dat in de serie Rainbow-pockets binnenkort een omvangrijk 'Trouw-Schrijfboek' verschijnt dat schappelijker geprijsd is dan het zonet gesignaleerde trio.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.