Zelfs het bijbelse verhaal van de Barmhartige Samaritaan mocht niet baten: niemand van de deelnemers aan een onderzoek over haast bekommerde zich om een hulpbehoevende sloeber. Onthaasting moet meer zijn dan kalmer aan doen; vrome gedachten en mooie ideeën zijn niet genoeg. De auteur is psycholoog bij de regiopolitie Amsterdam-Amstelland
Deze veronachtzaming van de eigen traditie is op zichzelf al symptomatisch voor de gehaaste tijdgeest. Daarmee maken wij het ons echter onnodig moeilijk. Met name het alom bepleite herstel van normen en waarden en van een publieke moraal, dat ook in De Boers oproep een beetje doorklinkt, kan niet zonder aansluiting bij de eigen traditie.
Wat dat betreft, kunnen we leren van de vermaarde Amerikaanse trappist Thomas Merton. Hongerig op zoek naar wijsheden uit het Oosten, wist hij begin jaren zestig de Indiase monnik Bramachari over te halen tot een bezoek aan Amerika. Nauwelijks had deze echter voet aan wal gezet of hij peperde Merton in “er zijn heel mooie mystieke boeken door christenen geschreven. Augustinus en de Navolging van Christus. Ga die eerst maar eens lezen.” Waaruit Merton concludeerde: “nu ik op die dagen terugzie, lijkt het mij zeer waarschijnlijk dat een van de redenen waarom God hem helemaal uit Voor-Indië had laten komen, was dat hij juist dàt tegen mij zou zeggen.” Zo werd hij gevoelig voor de rijkdom van zijn eigen traditie. En ontdekte hij dat hij pas echt in staat zou zijn het Oosten te verstaan, als hij zijn eigen wortels had begrepen.
Eenzijdig is ook het motief dat De Boer opgeeft voor de door haar gepropageerde onthaasting. Die zou volgens haar nodig zijn voor reflectie en de ontwikkeling van goede ideeen.
Ik denk dat het nog om iets anders gaat. Ik herinner mij een onderzoek van de Amerikaan Batson waarin de parabel van de Barmhartige Samaritaan werd nagebootst. Studenten kregen - individueel - college en moesten daarover in een ander gebouw, vijfhonderd meter verderop, verslag uitbrengen. Halverwege lag, geënsceneerd, een arme sloeber, kermend, duidelijk ziek en hulpbehoevend.
De ene helft van de groep studenten werd, voordat zij naar dat andere gebouw werden gestuurd, in een haast-conditie gebracht: “je moet wel opschieten, anders zijn die mensen daar weg.” De andere helft werd in een niet-haast-conditie gebracht: “doe maar rustig aan, want die mensen daar zijn er toch nog niet.” Zonneklaar bleek dat de gehaasten zich veel en veel minder over het slachtoffer ontfermden dan de niet-gehaasten.
Maar deze onderzoeker heeft nog iets gevonden. Hij heeft namelijk ook de inhoud van de collegestof gevarieerd. Bij één groep (nota bene allemaal theologiestudenten) ging die over de parabel van de Barmhartige Samaritaan. Met dat stichtelijke verhaal werden zij op pad gestuurd naar dat andere gebouw. Een andere groep was onderhouden over een meer neutraal onderwerp, de toekomstkansen van theologiestudenten op de banenmarkt. Dat maakte echter geen enkel verschil voor de houding naar het slachtoffer onderweg.
Onthaasting is derhalve niet alleen nodig voor reflectie en de ontwikkeling van mooie ideeën. Maar ook en vooral om te kunnen doen. Om waarden (zoals solidariteit en barmhartigheid), waar de hele samenleving de mond vol van heeft, daadwerkelijk te vitaliseren. Met vrome gedachten en mooie ideeën koop je in dit geval niet zoveel. Daar ontbrak het de priester en de leviet, terugkerend uit de tempel, waarschijnlijk ook niet aan. Toch staken zij geen hand uit.
Als het van waarde is dat we ons, bijvoorbeeld, ontfermen over iemand in nood, is het misschien zelfs beter helemaal geen gedachten te hebben. Dan komt het er primair op aan dat je niet gehaast bent. Dat wil zeggen: zonder volle agenda's, doelgerichte plannen, ambities en pretenties de tijd hebt om er te zijn, je hart te laten spreken en te doen wat op je weg komt.
Die tijd om er te zijn is inderdaad schaars. Time is money geworden. Luister naar de reclamespotjes voor autotelefoons. Vraagt de een: “wat doe jij als je voor een stoplicht staat?” Antwoordt de andere: “wachten op groen natuurlijk!” Zegt de eerste: “joh, dan heb ik intussen al twee klanten gepolst.” Waarop de moraal volgt, Mobiele Zakelijkheid. Carmiggelt kon nog schrijven: het aardige van wachten is dat je iets doet zonder iets te doen. Behalve dat die drukke baasjes met hun autotelefoons een gevaar voor de verkeersveiligheid vormen, doen zij zichzelf voor dat stoplicht trouwens ook tekort, zij zien geen mooie meid meer op het zebrapad. Zo raakt de menselijke maat zoek. En houden we ons allemaal voor de gek.
Als onthaasting een belangrijke voorwaarde is voor waarden en de publieke moraal, zijn we er dus niet, zoals velen denken, met de inprenting of overdracht daarvan. Alsof waarden en moraal in de losse verkoop verkrijgbaar zijn. Als we de discussie die hierover de laatste jaren gevoerd wordt serieus nemen, dan moet de hele samenleving op de schop. De overheid kan geen waarden en moraal herstellen. Maar zij kan wel de voorwaarden daarvoor helpen scheppen. Bij onthaasting is dan te denken aan tempobeurzen en turbopromoties aan universiteiten. Aan de drang naar snelle korte-termijnoutput. Aan het verkeersveiligheidbeleid. De overheid maakt zich vreselijk druk over de overschrijding van de maximumsnelheid. Voor vijf kilometer te hard rijden krijg je een bon. Maar om de onderschrijding van de maximumsnelheid door patsers die in hun auto zonodig gehaast moeten bellen en daardoor een aantoonbaar gevaar op de weg vormen, bekommert zij zich niet.
Om maar te zwijgen van het gezeur over een minuut waarmee de ene variant van de hoge-snelheidslijn Schiphol sneller bereikt dan de andere.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.