*

 
dossier

Archief

Elektropost van Satan Cunctator

PIETER VAN DEN BLINK − 10/02/97, 00:00

Het antroposofische tijdschrift Jonas opent met een wellicht gouden tip voor de zwervers, bedelaars en straatslapers. Dat er, afgezien van de kortstondige mediahype eind vorig jaar, zo weinig aandacht is voor mensen in de verdrukking, komt, volgens Jonas, doordat de waan van de dag gefixeerd is op milieuproblematiek.

“Misschien moeten deze 'absolute minima' eerst aantonen hoe 'groen' ze zijn - ze consumeren immers weinig, gaan niet met het vliegtuig op vakantie, ruilen hun auto niet elke drie jaar in - voor deze mensen de aandacht en (financiĆ«le) steun krijgen die je van een beschaafde samenleving mag verwachten.”

Maatschappelijke betrokkenheid ook in de Kerkbode van de Nederlands Gereformeerde Kerken. De serie 'gesprekken' (lees: preken) naar aanleiding van Richteren 6, nadert haarapotheose. Doel van de serie: opwekking. “Terwijl de kerk, Gods volk, hopeloos verdeeld is, is de tegenstander van Gods volk geheel met elkander verenigd (...) Denk eens aan paars. Paars is totstandgekomen. De oude politieke tegenstanders vinden elkaar. En de christenen: zij zijn verdeeld en uiterst zwak.”

“De reikwijdte van kerk en godsdienst in de samenleving neemt af, de reikwijdte van de kring der journalistiek in de kring van kerk en godsdienst neemt toe.” Tot die conclusie komt G. J. Hazenkamp, oud-directeur van de landelijke Gereformeerde raad voor samenwerkingsaangelegenheden (GSA), in het SoW-blad Woord en Dienst, naar aanleiding van de preekwedstrijd die Trouw heeft uitgeschreven.

“Veertig tot vijftig jaar geleden waren het vaak de kerken en haar voorgangers, die aangaven welke politieke partij, welke maatschappelijke organisatie en ook welke krant de 'beste' waren in de relatie tot de praktijk van het christelijk geloof. Ze bepaalden een rangorde en deelden 'prijzen' uit. Bijna aan het einde van de twintigste eeuw is het een krant, die omgekeerd prijzen voor de beste preek gaat uitdelen.”

Moeten kerken blij zijn met dat initiatief, vraagt Hazenkamp zich af. Of gaat het om een ongewenste vorm van inmenging en 'branchevervaging' die de soevereiniteit van de kerken raakt?

Hazenkamp juicht het initiatief van Trouw toe, maar vindt het opvallend dat “in geen van de commentaren een reactie is te vinden op het feit dat Trouw niet alleen schrijft over de betekenis van een preekprijs, maar die ook zelf organiseert. Het initiatief betekent, dat de kring van de journalistiek zich ongevraagd met een kwaliteitstoetsing op het terrein begeeft van de kring van de kerk.”

'Pikant' noemt Hazenkamp het dat een van de juryleden van de preekprijs, Elizabeth Schmitz, niet als kerklid maar als staatssecretaris van justitie wordt aangeduid, “waardoor indirect ook de overheid ongevraagd in beeld komt op het terrein dat bij uitstek gescheiden is van de staat.”

Aan de talloze namen die ter aanduiding van de duivel bedacht zijn, voegt Bijbel en Wetenschap een fraaie toe. Satan Cunctator. De bijnaam 'cunctator' behoorde toe aan Fabius Maximus, in de derde eeuw voor Christus de tegenstander van het leger van Carthago. Het woord is afgeleid van het Latijnse 'cunctor', talmen toeven, aarzelen. Fabius Maximus stond bekend om zijn uitputtingstactiek. Hij naderde het leger van Hannibal telkens opnieuw, maar vermeed de strijd. Hoofdredacteur N. C. van Velzen: “Ik breng deze militaire tactiek ter sprake met het oog op de geestelijke strijd waarin wij staan. De satan valt de christenen in het Westen niet rechtstreeks aan door hen te bedreigen met werkkampen, uitsluiting uit de samenleving of zelfs de dood, zoals dat elders in de wereld wel gebeurt, neen, hier is zijn tactiek subtieler.”

Zijn dagorder luidt: “Bewerk in de kerk verstarring of veroorzaak er verwarring. Breng christenen die eigentijds en progressief willen zijn, in de war door hen voor te spiegelen dat zij zelf bepalen wat in de Bijbel nog geldigheid heeft in deze tijd. Stel je aarzelend op, laat de tijdgeest zijn werk doen: denk ruim, denk postmodern.” Als een strateeg die de tactiek van een machtige vijand analyseert, concludeert Van Velzen: “In het boze zit systeem.”

Eigenlijk is het zo bedroevend om te zien hoezeer een joods orgaan als het Nieuw Israelietisch Weekblad altijd bezig moet blijven met antisemitisme te signaleren en de wereld voor het vergeten van de Holocaust te behoeden. Een greep uit de koppen van deze week: 'Stapels haatpost in Zwitserland', 'Promovenda eert oud SS-officier' en 'Extreem-rechts op Internet'.

Dit laatste artikel bespreekt het plan van Ronny Naftaniel, directeur van het Centrum informatie en documentatie Israel (Cidi), om bij de Europese Unie aan te dringen op beperkende maatregelen tegen racistische en antisemitische excessen op het internet. Niet alleen is Hitlers 'Mein Kampf' online te raadplegen, er staan ook zwarte lijsten op het net van bijvoorbeeld 'tegenstanders van Duitsland' en een formulier voor Melding van Volksvijandige Aktiviteiten.

Om de Nederlandse strafwet te omzeilen, plaatsen clubs als NVP / CP86 (een extreem-rechts partijtje) hun informatie via Amerikaanse of Canadese Internetaanbieders op het net. De vrijheid van meningsuiting staat in die landen zo hoog in het vaandel, dat vrijwel elke uiting mogelijk is.

Naftaniel is in de eerste plaats voor zelfregulering door de Internetaanbieders, zoals dat ook voor pornografie op het net mogelijk is gebleken. Mocht dat niets opleveren, dan wil hij een beroep doen op de Verenigde Naties.

En passant levert het NIW een nederlands alternatief voor het anglicisme e-mail: elektropost.

Rabbijn Soetendorp roept in zijn column overlevenden van de Holocaust op zich te melden bij de Stichting Visual History. Dat is de Nederlandse poot van het project van filmmaker Steven Spielberg, het op videoband vastleggen van getuigenissen van overlevenden van de Sjoa. Duizend verhalen werden tot nu toe door de stichting geregistreerd. “Het werk is echter niet af. Ik wil een beroep doen op op degenen die tot nu toe hebben geaarzeld aan dit project deel te nemen om, nu de poort bijna sluit, de drempel wel te overschrijden. Het is ook de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering om ervoor zorg te dragen dat ieder die in staat en bereid is een getuigenis af te leggen, dat kan doen, ook wanneer de financiĆ«le ondersteuning uit Los Angeles zal ophouden. En dat geldt ook voor de volgende fase van het project: ervoor te zorgen dat alle banden in Nederland voor onderwijsdoeleinden beschikbaar worden gesteld.”

mailIcon print |