In dit door zuilen en andere barrières zo stringent verkavelde land was Annie M. G. Schmidt een uitzondering. Ze schreef voor iedereen. Haar kinderboeken werden in gezinnen van alle gezindten, rijk en arm, autochtoon en allochtoon, gelovig en ongelovig, gelezen. Ze bekoorde de liefhebbers van het lichtere genre met haar musicals, maar evenzeer de op wat zwaardere kost ingestelden met haar later op schrift gestelde jeugdherinneringen en haar gedichten.
Ze was bovendien een buitengewoon Nederlandse schrijfster. Dat kwam niet alleen door haar taalgebruik - haar gedichten zijn door het jongleren met het Nederlands moeilijk vertaalbaar. Maar ook door haar humor, die als geen ander laat zien wat wij in dit land voor humoristisch houden en die daarom evenmin te exporteren bleek.
Daarom heb ik me zo verwonderd over de toespraak van de schrijver Rudy Kousbroek bij haar begrafenis. Kousbroek beleed daarin nog eens zijn afkeer van christenen, die hij al helemaal niet kan pruimen wanneer ze vrolijk doen over de dood. Maar, stelde hij zijn gehoor gerust, 'Annie was geen christen'. Hij vond het bovendien ongelofelijk dat 'een humorloos land als Nederland een schrijfster van wereldformaat heeft voortgebracht. Ik zou bijna zeggen: waar hebben we het aan verdiend'.
Ik denk niet dat toespraken bij begrafenissen de beste gelegenheid zijn om over de rug van de overledene heen afkeer van bepaalde bevolkingsgroepen tot uitdrukking te brengen. Zeker niet wanneer het om een overledene gaat die zelf dit soort onderscheidingen nooit maakte, maar een toonbeeld was van tolerantie en openheid.
Maar haast nog vreemder vind ik Kousbroeks uitspraak dat Nederland een humorloos land is bij de begrafenis van iemand, die haar hele leven gevuld heeft met typisch Nederlandse humor. De familie Doorsnee, Pension Hommeles, Ja zuster, nee zuster. Nederlandser kan het niet. Het centrale thema is steeds de enkeling die botst op een door een autoriteit (voor een hele generatie belichaamd in de persoon van Hetty Blok) bewaakte conventie van een betrekkelijk willekeurig karakter, en de verwikkelingen die daaruit voortkomen. Daar wordt in dit volgens Kousbroek zo humorloze land hartelijk om gelachen.
Christenen wegzetten als mensen die van een begrafenis oppervlakkig een vrolijke boel maken en van een zo juist overleden populaire schrijfster een éénoog in een land van blinden. Uit Kousbroeks grafrede valt veel af te leiden.
Nederland heeft hij niet hoog zitten. Een humorloos land, waarvan het een mirakel is dat het af en toe een talent oplevert. Daarnaast treft zijn agressieve vooroordeel tegen christenen en het christelijk geloof. Van mij mag hij, maar zijn vooroordeel is net zo dom en kortzichtig als vooroordelen altijd zijn. Want, natuurlijk, Annie M. G. Schmidt was geen christen, maar tegelijk was ze de dochter van een hervormd predikant en dit was belangrijk voor twee dingen die bij een begrafenis best ter sprake mogen komen.
In de eerste plaats kwam ze uit een milieu waar het woord, met grote en met kleine letter, een belangrijke rol speelde. Voor het begrijpen van haar talent is dat een wezenlijk gegeven. In de tweede plaats is haar werk, zo goed als haar persoonlijk leven, gestempeld door de gedachte dat vrijheid en zelfstandigheid op (meestal vermeende) autoriteit veroverd dienen te worden. Haar werk en leven bewijst dat zo'n strijd niet alleen iets hoeft te zijn om tobberig steun voor bij een psychiater te zoeken, maar ook een bron van inspiratie kan zijn. Daarom is haar humor zo Nederlands, vanwege de eeuwige strijd die wij in dit land in ons eigen binnenste voeren tussen vrijheid en gezagsgetrouwheid, met aan de ene kant het slechte geweten als we wetten en conventies overtreden en aan de andere kant de intense begeerte dat toch te doen.
De charme van het werk van Annie M. G. Schmidt was dat die oorspronkelijke spanning altijd aanwezig is gebleven. Het zonderlinge van de toespraak van Kousbroek, dat hij die twee bepalende factoren, haar calvinistische afkomst en het daarmee verbonden Nederlandse karakter van haar werk, als het bij uitstek negatieve noemt en daardoor in feite die spanningsboog ontkent. Daardoor kan hij zijn negatieve gevoelens over Nederlanders (al dan niet christelijk) nog eens ventileren. Het moet hem hoog zitten.
(In mijn stuk van vorige week ontbraken de twee puntjes op de Heijn van Albert; ook voor de beginnersfout van woordvoerdster in plaats van woordvoerster mijn oprechte excuses).
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.