Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - De koninklijke marechaussee heeft opdracht gekregen een onderzoek in te stellen naar geruchten, dat Nederlandse militairen in Bosnië zich schuldig hebben gemaakt aan 'wangedrag'.
Het gaat bij het onderzoek om militairen van het 12e bataljon van de luchtmobiele brigade, die tot januari 1995 in de moslimenclave Srebrenica waren gelegerd. De eerste concrete melding over wangedrag van Nederlandse VN-militairen in Bosnië dateert al van half januari. Dat bericht is volgens minister Voorhoeve (Defensie) pas gisteren “opgedoken”. De officier van justitie in Arnhem, die over het militair strafrecht gaat, heeft op grond van de melding onmiddellijk een marechaussee-onderzoek laten instellen.
Persofficier mr. A. Besier bevestigde gisteravond in het televisieprogramma Nova, dat een luitenant en een soldaat uit Srebrenica tegenover de marechaussee in Zagreb èn in Nederland verklaringen hebben afgelegd. Zij vertelden dat er wapens aan de plaatselijke bevolking werden verkocht, dat prostituées werden uitgenodigd in de soldatenverblijven en dat er met jam besmeerde aanmaakblokjes aan kinderen zijn gegeven. In de verklaringen wordt één naam genoemd.
Minister Voorhoeve wilde gisteren slechts heel globaal aangeven in welke richting de geruchten over wangedrag. Hij volstond met de opmerking, dat mogelijk sprake is geweest van “misdraging in fysieke zin” tegen de bevolking van de moslimenclave Srebrenica. Van het meest ernstige voorbeeld - het strooien van snoepgoed in een mijnenveld - is Voorhoeve niet op de hoogte. Ook niet van eventuele verkrachtingen. Wel zijn contacten gemeld tussen militairen en prostituées.
Het 12de bataljon is in januari afgelost door het 13de. Ten tijde van die zogeheten rotatie is bij de marechaussee de melding over mogelijk wangedrag gedaan. Volgens Voorhoeve door iemand die geen ooggetuige was geweest van eventuele incidenten, maar daarover had horen vertellen. De minister kreeg voor het eerst op 28 april te horen van geruchten over mogelijk wangedrag. Een geestelijke verzorger bij de landmacht benaderde hem daarover en gaf de minister op 1 mei een anonieme verklaring van een militair over misdragingen van diens collega's.
De minister heeft toen legerbevelhebber Couzy gevraagd een onderzoek in te stellen naar de verontrustende berichten. “Voor mij kwam dit als een donderslag bij heldere hemel. Op het departement wist ook niemand hier iets van af”, aldus Voorhoeve. De minister zegt niet op de hoogte te zijn van initiatieven van officieren die generaal Couzy al eerder hadden benaderd.
- Vervolg op pagina 3
'Als dit waar is zit je dicht tegen oorlogsmisdaad' VERVOLG VAN PAGINA 1
Volgens woordvoerder R. Datema van de marechaussee wordt zijn korps doorgaans ingeschakeld indien er sprake is 'van een vermoeden van een strafbaar feit', een term die duidelijk zwaarder is dan het tot nu toe door Defensie gebruikte 'gerucht'. Daaruit kan worden afgeleid dat de aanwijzigingen dat er werkelijk wat gebeurd is in Bosnië, sterker worden. Echter, volgens Datema kan het ook zijn dat de geruchten zulke negatieve gevolgen hebben, dat daarom een 'zwaar' onderzoek nodig is.
Anonieme officieren zeiden vorige week tegen het ANP dat uit Bosnië teruggekeerde militairen twintig voorbeelden van wangedrag hebben gemeld. “Die jongens wilden niet de macho uithangen in de klas. Ik heb het ernstige vermoeden dat er een hoge graad van waarheid in hun verhalen zit”, aldus een officier.
Als meest schrijnende voorbeeld noemde hij het voorval, waarbij een patrouille door een veld moest waarvan niet zeker was of er mijnen lagen. “De militairen hadden bekijks van een groepje kinderen. Een van hen zou een hand snoep het veld in hebben gegooid. De kinderen stoven er op af. Er gebeurde niets, het veld was dus mijnvrij. Als dit voorval waar is, zit je dicht tegen een oorlogsmisdaad aan”, aldus de officier.
Uit de geruchten rijst het vermoeden dat sommige groeps- en pelotonscommandanten in Bosnië actief bij de incidenten betrokken waren. De officier: “Als van alle verhalen ook maar één procent waar is, moeten we ons nog ernstig zorgen maken over het ethisch bewustzijn in een groep.”
Hoewel het nog steeds gaat om geruchten en doorvertelde verhalen die nog moeten worden geverifieerd, is er volgens goed ingevoerde militairen genoeg reden om te vrezen dat er in de gemelde incidenten een kern van waarheid zit. Vergelijkbare verhalen bleken ook al bekend te zijn bij het onderdeel inlichtingen en veiligheid van de landmacht en bij de afdeling die individuele hulp biedt aan Bosniegangers.
Bij de betrokken officieren bestaat er begrip voor dat militairen hun frustratie uitleven in balorigheid of drankmisbruik op zijn tijd. Ook militairen die in paniek gebruik maken van hun vuurwapen als dat volgens de instructies niet mag, kunnen op enig begrip rekenen. Maar volgens een ervaren landmacht-officier maken dit soort zaken maar een heel klein deel uit van de twintig incidenten. In de meeste gevallen gaat het om gedrag “van laag allooi”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.