*

 
dossier

Archief

beeldende kunst

ROBBERT ROOS − 15/01/97, 00:00

T/m 2 februari in De Praktijk, Lauriergracht 96, Amsterdam, wo t/m za 13 tot 18 uur.

'MAN, MAN, MAN!' is de titel van de heren-presentatie. Het slaat op de achternamen van de exposerende kunstenaars: Gijs Assmann, Paul Klemann en Bas Meerman. Een beetje pesterig heeft galeriehouder Dirk Vermeulen echter het persbericht op felroze papier afgedrukt, waardoor de expositie een extra lading krijgt.

Bas Meerman maakt deze homo-erotische toespeling als enige waar. In zijn werk figureren mannen met pronte penissen, jongetjes in matrozenpakjes en polderjongens die zich onschuldiger voordoen dan ze zijn. Voor de tentoonstelling viel de keuze op twee reusachtige zwart-wit inkttekeningen: een loensende naakte zwarte man die zijn lid laat oplichten en een negermeisje dat vol enthousiasme haar jurkje wijd uitspreidt. Of is het een negerjongetje dat zich als meisje heeft verkleed? Beide figuren zijn ontwapenend kwetsbaar. De zwarte man in zijn nietsontziende naaktheid, het meisje (jongetje?) in haar (zijn?) jeugdige onschuld. Toch speelt er bij Meerman vaak meer dan je ziet, zoals blijkt uit zijn andere tekeningen, waarin vaak een ondeugende dan wel sardonische ondertoon zit.

Charme

Ook bij Gijs Assmann is de olijkheid minder onschuldig dan ze lijkt. Assmann gebruikt de charme van de tekenkunst - het medium is bijna altijd persoonlijker dan de schilderkunst - om absurdistische taferelen te maken met hier en daar een toefje venijn. Zo bungelt het lijf van een naakte man aan een galgentouw, zijn hoofd vervangen door de stripheldin Wiske. Een andere tekening is vooral hilarisch vervreemdend: een naakte figuur op handen en knieën in een soort bosomgeving onder een groen laken met op de rug een olijk beestje, dat een kruising is tussen een hond, big en hertje. En zo fantaseert Assmann vrolijk verder. Het resultaat is een sterke reeks tekeningen, die geen ander doel dient dan te plezieren.

De derde MAN, Paul Klemann, is de bekendste en ook de dromerigste van de drie. In 1993 won hij de Prix de Rome met een serie droomtekeningen, die opvielen door hun innemende letterlijkheid. In een krasserige stijl noteert Klemann 's nachts met potlood wat hij droomt. De stijl zwerft tussen kinder-achtig, cartoon-achtig, surreëel en realistisch. Stuk voor stuk zijn de verhalende tekeningen indringend. Het is alsof de kunstenaar onze eigen droombeelden tot voorstelling heeft gemaakt. In De Praktijk schotelt hij een wandje portretten voor. Het mozaïek bestaat uit een breed palet aan figuren, dat varieert van Oprah Winfrey met een onecht grote glimlach tot een lieflijk beertje en gnoom-achtige types.

Verleidelijk

De drie heren tonen de tekenkunst in haar meest verleidelijke vorm. Op een primaire manier spreekt hun werk de verbeeldingskracht van de kijker aan, wat bijna vanzelf gaat door het persoonlijke handschrift en de 'warmte' van de tekenhandeling. Dat er soms een ontregelende ondertoon in zit, zoals bij Meerman en Assmann, draagt alleen maar bij aan de intensiteit.

Het is juist dit gebrek aan ongedwongen directheid dat het tekenwerk van de exposerende vrouw, Titia Smit, minder sterk maakt. Smit dwingt de droom als het ware af, door ze uit te leggen. Zij tekende in de stijl van de Italiaan Mimmo Paladino een gestileerd figuurtje bij wie ballonachtige vormen uit mond, oog en oor komen. Soms krijgen deze 'ballonnen' de vorm van een mens, maar meestal blijven ze abstract. Smit doet de figuurtjes vergezellen van teksten als 'nieuwe ogen', 'nieuwe oren' en 'god moet vrij'.

Daarnaast zijn de tekeningen 'verpakt' in metalen afvalmaterialen: een platgetrapt blik, een cirkelvormige metalen rand, een oud verroest spatbord en vooral veel oude kroondoppen. Zo ontspint zich als vanzelf het verhaal: de brokstukken van de consumptiemaatschappij die de poëtische tekeningetjes in een ijzeren greep houden; tekeningetjes die de kijker zijn eigen 'ik' moeten laten ontdekken. Het is te veel opgelegd, zweverig pandoer, dat met zo'n gebrek aan zelfrelativering wordt getoond, dat je er uiteindelijk een beetje kregelig van wordt.

De heren in de voorzaal mogen dan niet altijd even subtiel zijn, ze tonen wel humor. En dat maakt hun soms knotsgekke universum een stuk aangenamer.

mailIcon print |