Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Tweede-Kamervoorzitter Deetman is “verheugd” dat debatten in de Tweede Kamer steeds vaker live op televisie worden uitgezonden. Dat maakt in zijn ogen de discussie in het parlement vanzelf levendiger.
Want Deetman gelooft dat Kamerleden, ministers en staatssecretarissen onder het oog van de camera min of meer automatisch overschakelen naar een begrijpelijker taalgebruik. Is een debat op televisie, dan worden de hoofdzaken beter gescheiden van de bijzaken, is zijn overtuiging. “Politci zullen zich dienen af te vragen, of datgene wat zij naar voren wensen te brengen, overkomt bij de kijker”, zei de Kamervoorzitter gisteren op zijn nieuwjaarsbijeenkomst met de parlementaire pers.
Deetman schaart zich in het rijtje politici, dat niet gelooft in een toenemende kloof tussen burgers en de politiek. Nogmaals verwijzend naar de vele live-uitzendingen vanuit de Tweede Kamer, redeneert de voorzitter: “Burgers hebben belangstelling voor de debatten in de Tweede Kamer en voor de manier waarop partijen omgaan met de politieke problemen en de publieke zaak.”
Die belangstelling wordt intussen niet werkelijk aangetoond door de kijkcijfers. Die blijven laag. Gemiddeld niet meer dan krap 50 000 televisiekijkers schakelen in voor het wekelijkse uurtje mondeling vragen stellen, waarmee het parlement probeert enig vuurwerk los te maken in het overleg met het kabinet. Dat is nog altijd geen half procent van de kijkers. Ter vergelijking: het kinderprogramma Klokhuis trekt zo'n 55 000 belangstellenden.
Er was een aantal grote debatten - van tevoren aangekondigd als spannend en riskant voor het paarse kabinet - dat wel iets meer belangstelling trok. Zo zaten er op 31 oktober 190 000 mensen voor de buis, toen minister Sorgdrager van justitie probeerde uit te leggen waarom ze een gouden handdruk gaf aan de wegens IRT-perikelen vertrekkende Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck. Dat zijn ongeveer net zoveel mensen als er keken naar één van de laatste afleveringen van het dierenprogramma Natte neuzen.
Het best bekeken live-debat was veel eerder in 1995. De ruzie over de aanleg met de snelweg A 73 door Noord-Limburg trok 205 000 kijkers. Die belangstelling is verklaarbaar, omdat dit destijds de eerste grote politieke clash was tussen het paarse kabinet en de Tweede Kamer. De dagenlange uitzendingen van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa trokken gemiddeld 65 000 kijkers.
Het voornemen van de paarse fracties PvdA, D66 en VVD om het kabinet in spetterende debatten meer dualistisch tegemoet te treden, lijkt intussen moeilijk vol te houden, signaleert de Kamervoorzitter.
Het uiten van openlijke kritiek op de eigen ministers lukte de regeringspartijen volgens Deetman (CDA) in 1995 slechter dan in 1994, het eerste jaar van paars. De coalitie greep vaker naar politiek overleg achter de schermen, in het torentje van premier Kok.
De Kamervoorzitter toont enig begrip voor deze uitholling van de duale rol van het parlement, als hij wijst op de toenemende ingewikkeldheid van politieke vraagstukken en de noodzaak het land bestuurbaar te houden. “Het leven is sterker dan de leer, alle ideeën over politieke vernieuwingen ten spijt.”
Toch hoopt Deetman dat via een andere weg het gevecht tussen parlement en regering kan worden verlevendigd. Daarvoor acht hij het nodig, dat de Tweede Kamer vaker gebruik maakt van zijn recht om eigen onderzoeken te doen, zoals de enquête naar opsporingsmethoden van de politie en justitie.
Op die manier komt de Kamer beter beslagen ten ijs, en kan “populisme in deze mediatijd worden tegengegaan”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.