NAGANO - De teleurstelling van Lillehammer heeft Carla Zijlstra vanzelfsprekend allang verwerkt. Op de Olympische Spelen 'ging' de Groningse twee keer voor een medaille, maar trok evenzovele nieten.
Op de drie kilometer bleef ze op de negende plaats steken, op de 5 000 meter was de deceptie nog groter: Zijlstra werd op 'haar' afstand slechts zevende. De meesten staat het beeld waarschijnlijk nog helder voor ogen. Minutenlang zat toenmalig vrouwencoach Gemser haar op een bankje op het reeds verlaten middenterrein van het Vikingschip te troosten.
De tranen biggelden nog over haar wangen, toen ze zich bij de persvertegenwoordigers meldde. “Vraag maar”, daagde ze uit. Niemand pakte meteen de handschoen op, iedereen had met haar te doen en zocht naar de goede formuleringen. Op zo'n moment is het ondoenlijk de juiste verklaring te geven. Die kwam later. Ze was te gestrest. Ze verkrampte op het ijs. Ze had alles opzijgezet om in Hamar een groots nummer op te voeren. “Ik zal me dat ooit verwijten”, vertelde Zijlstra in een later stadium. “Maar in de toekomst ga ik ook tijd inbouwen voor leuke dingen.”
En dus staat ze er weer in Nagano; niet met torenhoge verwachtingen, wel met veel plezier in haar sport en een goed voelend lijf. “Ik ben heel ontspannen. Ik heb gedaan wat ik wilde doen. Wanneer ik voor de 3 000 en later de 5 000 meter het ijs opstap, doe ik dat in het besef dat ik er niet meer in had kunnen stoppen. Dat is al met al toch heel veel. Het resultaat zal aantonen of ik van de ervaringen in 1994 heb geleerd. In ieder geval ben ik een stuk rustiger. In de vrouwenkernploeg is het ook niet altijd even gemakkelijk. Er staan vaak nieuwe trainers voor de groep. Die moet je leren kennen, daar moet je mee leren communiceren. Dat de bondscoach nu een vrouw is, maakt voor mij niet uit. Sijtje van der Lende heeft veel meer internationale ervaring dan haar voorganger Van der Wulp. Ze heeft op hetzelfde niveau geschaatst als ik, ze heeft dezelfde dingen meegemaakt. Dat heeft ze voor op Aart, want je kunt er met haar gewoon lekker over praten.”
Eigen gang
Carla Zijlstra is niet echt een groepsdier. Ze gaat bij voorkeur haar eigen gang, ze zoekt zelf haar weg in het (schaats)leven. Ze is er ook niet huiverig voor heel andere trainingsvormen te testen. “Om op hoog niveau verder te kunnen, was het ook noodzakelijk een aantal beslissingen te nemen. Dat heb ik de afgelopen zomer gedaan, want dan is de stress relatief laag. In een olympisch seizoen spelen de ervaringen van de twee voorgaande keren natuurlijk toch mee. Ik heb mijzelf voorgehouden dat een sporter met een carrière van acht jaar niet alleen de prestaties ziet stijgen.
“Vervolgens heb ik de krachttraining anders aangepakt. Ik was op zoek naar een betere balans tussen arbeid en rust. Daar heb ik voor mijn gevoel goede prikkels uitgehaald. De klapschaats heeft daar heel veel mee te maken. In tegenstelling tot de conventionele schaats is je arbeid niet meer gericht op het onderdrukken van de spieren in de onderbenen. Je schaatst veel meer op je tenen en dus moet je je hele spierstelsel activeren. Dat is overigens geen grote omschakeling. In de zomer op hoge hakken lopen helpt ook.”
Zijlstra kijkt meer dan eens met jaloerse blikken naar Rintje Ritsma. In de 'atletieksituatie', waarin veel topsporters een eigen trainer hebben, zou ze ongeremd de accentverschuivingen kunnen aanbrengen die ze nuttig vindt. Zo deed Zijlstra de afgelopen zomer aan yoga. “In zijn algemeenheid vind ik dat ontspanningsoefeningen een veel te klein onderdeel van de voorbereiding op het wedstrijdseizoen uitmaken. Hoe langer je met sport bezig bent, des te belangrijker is het om dingen te veranderen. Door het kernploegsysteem kun je echter weer niet al te grote wijzigingen doorvoeren. Sijtje geeft die ruimte wel zo veel mogelijk. Ze kijkt je niet kwaad aan, wanneer je je informatie ook bij anderen haalt. Ik heb redelijk wat mensen om me heen verzameld. En die zijn niet per definitie uit het schaatsen afkomstig. Ik zou het liefst willen dat een bondscoach voor iedere sporter individuele programma's schrijft. Sijtje is nieuw, die moet zich nog inwerken. Maar zij is veel meer open dan Aart. Die viel veel te veel terug op Ab Krook (de vrouwentrainer vóór Van der Wulp - red). Die durfde de verantwoordelijkheid niet te nemen.”
Carla Zijlstra is van 15 maart 1969. De Olympische Winterspelen van Salt Lake City, in 2002, zijn ver weg. “Ik ben dan 32. Ik moet naar mijn sociale en maatschappelijke positie kijken en dan genoeg liefde voor andere dingen hebben.” Hoog in de Himalaya zal ze de komende zomer een beslissing nemen. “Ik ga in het najaar een nieuwe studie (fysiotherapie - red) beginnen. Juli is vroeg genoeg om te besluiten of ik in ieder geval nog een jaar doorga. Je moet je dan twee keer gemeld hebben op een trainingskamp, dat stelt nog niet zoveel voor. Als je zuinig bent met je reiskilometers (naar trainingslocaties in dit geval - red) kun je in september thuis de omvang halen die je nodig hebt. Een beetje minder omvang kan voor mij geen kwaad. Als ik doorga, wil ik alleen nog maar de WK afstanden rijden. Dan moet ik zorgen dat ik op de NK goed ben.”
Himalaya
Fietsen in de Himalaya, op zo'n 5 000 meter hoogte, beschouwt ze als een fantastische uitdaging. Het is vergelijkbaar met de lange vakantie die ze vrij recent in Australië doorbracht. “Ik heb de lange rustperiode in maart en april toen daar genomen. Dat was heel anders dan wanneer je in Nederland zit. Heel ontspannend. In die fietstocht van vier weken heb ik ook heel veel zin. Het past in mijn drang dingen te veranderen. Je moet constant de vlinders in je buik zoeken. Er is genoeg te doen. In de Himalaya vind ik de rust om na te denken. Voorheen vroeg ik me aan de vooravond van een heel belangrijk seizoen af hoe ik daar mee om zou moeten gaan. In Nederland is alles uitgestippeld en bereik je dus eerder het verzadigingspunt. Ik weet dat het na mijn vakantie moeilijk is om te zeggen: ik ga stoppen. Je hebt zoveel geïnvesteerd in je leven en je weet zo goed wat je kunt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.