*

 
dossier

Archief

Wijers: Ik ben geen keiharde liberaal

DILLIAN HOS; TEUN LAGAS − 08/03/95, 00:00

Als D66-minister hoort hij bij wat PvdA-leider Kok ooit betitelde als de 'progressieve basis' van het paarse kabinet. Maar zijn gedachten over werken in Nederland komen vaak hard liberaal over. Minister Wijers van economische zaken voelt zich progressief, maar zingt zo zijn eigen 'California Dreaming'. En intussen maakt hij zich op voor een stevig 'duurzaam economisch' debat over een forse ingreep in het Nederlandse landschap: de Betuwelijn. “D66'ers zijn geen ecologie-fundi's.”

Drie van de ideeën die hij tijdens het eerste half jaar op het ministerie van economische zaken liet vallen, geven een mooi beeld van hoe de D66'er Hans Wijers aankijkt tegen de Nederlandse economie en de toekomstige arbeidsmarkt.

Eerst was er zijn pleidooi voor ruimere winkelsluitingstijden, inmiddels door het paarse kabinet in een voorstel gegoten. Verder steunde hij prille ideeën om in binnensteden een soort vrije zones aan te wijzen waarin kleine ondernemers zonder de huidige verstikkende regelgeving hun bedrijf kunnen runnen.

En ten slotte legde hij tijdens het D66-congres van het afgelopen weekeinde nog eens uit dat iedere Nederlander eigenlijk als een klein particulier ondernemertje op de arbeidsmarkt zou moeten opereren. Burgers die steeds hun diensten ergens aanbieden, hoppend van baan naar baan, op zoek naar nieuwe kansen. Dat ideaal komt in zicht als ooit het basisinkomen voor iedereen wordt ingevoerd om als vaste grond onder de voeten te dienen. “We zouden eens moeten kijken hoe we met het systeem van een basisinkomen de creativiteit van mensen de ruimte kunnen geven. Het huidige systeem stimuleert dat niet, integendeel, een regeling als de bijstand remt dat af”, hield de voormalig management-consultant zijn partijgenoten voor.

Het lijkt er op dat u als een keiharde liberaal een soort economie en arbeidsmarkt voorstaat die je in steden als Istanbul aantreft. Veel mensen vinden baantjes, maar het is wel een hard bestaan.

“Ik een harde liberaal? Kom nou. Wat heb ik nou in feite voorgesteld met die ruimere winkelsluitingswet? De term '24-uurs-economie' heb ik nooit gebruikt. Ik stel hooguit voor dat winkeliers dezelfde uren gaan maken als in de rest van de bedrijven mogelijk is. Die maken ook zelf uit wanneer er gewerkt moet worden. Is er dan kritiek op bestaande vol-continubedrijven? Als critici zeggen dat ik een overspannen 24-uurs-economie wil, dan irriteert me dat. Met name CDA-leider Heerma maakt er een nummer van. Het CDA heeft geen enkele eigen creativiteit op dit front. Vervolgens praten zij mij een idee aan, en dat gaan ze dan bestrijden. Ik snap niks van die discussie. Voor het CDA is het gewoon het zoeken naar een issue.”

Is het geen harde maatschappij waarin iedereen steeds op zoek moet naar een nieuwe positie op de arbeidsmarkt? Betekent dat bij voorbeeld ook minder bescherming tegen ontslag?

“In de Verenigde Staten zie je dat het goed kan werken. Mensen kunnen daar eerder een baan vinden en kunnen gemakkelijker worden ontslagen. Het voordeel is dat er minder langdurige werkloosheid voorkomt. Als iedereen zich meer als een kleine ondernemer op de arbeidsmarkt opstelt en steeds opnieuw voor zichzelf moet vaststellen waar hij het best kan werken, dan is dat toch ook veel leuker. Je ziet het veel bij jongeren, bij studenten, die willen vaak nog zelf ondernemer worden. Je zou het liberaal kunnen noemen, ik schaam me daar niet voor. Wat ik wil, is mensen minder afhankelijk maken van allerlei collectiviteiten, van overleefde instituties. Dat maakt de wereld leuker. Een loopbaan hoort flexibel te zijn: een tijdje als eigen ondernemer, dan weer opnieuw studeren, misschien wat reizen tussendoor, vervolgens bij een baas aan de slag, dan weer naar je eigen bedrijfje. Ik zeg het gewoon omdat ik denk dat zo'n aanpak een bevredigender invulling aan je eigen leven geeft.”

Waar in de wereld werkt zo'n super-flexibele arbeidsmarkt prettig?

“Californië, Massachusetts, zijn twee Amerikaanse staten waar dat goed werkt. En Zuidoost-Azië natuurlijk, hoewel die landen in een andere economische fase zijn. Het goede daar is dat veel mensen er permanent top of mind bezig zijn met die ene vraag: blijf ik hier bij mijn baas werken, of kan ik iets voor mezelf beginnen”. Tot de fotograaf die bij het interview aanwezig is: “Bent u freelancer? Ja? Zie je wel, dat is toch veel interessanter?”

Bij zo'n Californische droom moet je als burger wel sterk in je schoenen staan. Zullen zwakkeren niet gewoon afhaken?

“Nee. Als ik pleit voor veel meer dynamiek in de loopbaan en op de arbeidsmarkt dan doe ik dat ook uit pure bezorgdheid. Vergeet niet dat bij al dat gepraat over werkloosheidscijfers steeds één ding ontbreekt. En dat is een creatieve oplossing van de langdurige werkloosheid. Dat is een gevolg van oude instituties”.

“Ik voel me geen keiharde liberaal. Het is juist progressief als je met een open geest naar het probleem van mensen kijkt, die langdurig langs de kant staan. En je zult mij daarbij niet horen pleiten voor het verder verlagen van de uitkeringen. Dát, uitgerekend dát is de grootste uitdaging voor Nederland en de andere landen in noordwest-Europa. Ik sta volledig achter premier Kok als hij het de opdracht van het paarse kabinet noemt om bij het zoeken naar werk ook het uitkeringsniveau op een fatsoenlijk niveau te houden. Dat is juist de paradox. Ook ik wil dat er een ruimhartig vangnet blijft bestaan, waarop mensen kunnen terugvallen. Zo'n vangnet kan er trouwens blijven als we zorgen voor voldoende economische groei. Die groei hebben we ook nodig voor het milieu. Het idee dat er omwille van het milieu geen groei meer zou kunnen zijn, vind ik zo'n trieste conservatieve manier van denken.

Met de economische groei zouden ook meer investeringen in de infrastructuur mogelijk zijn. De commissie-Hermans constateerde in haar rapport over de Betuwelijn dat er in de afgelopen tien, twintig jaar te weinig geld is gestoken in infrastructuur. Deelt u die visie?

“Jazeker, die observatie klopt. Het vorige kabinet heeft al vijf miljard gulden uitgetrokken voor infrastructuur, en daar gaan we in deze periode nog een aantal zware zaken bovenop zetten. De sommen geven aan dat er in de tweede helft van de jaren negentig een verdubbeling van het investeringsvolume zal zijn.

Ik denk alleen wel dat dat onze fantasieën over de fysieke infrastructuur - wegen, spoorlijnen, vliegvelden - gaan botsen met het geld dat we ervoor hebben. We gaan een gevecht krijgen over de toewijzing van middelen. Want wat veel belangrijker gaat worden, is de kennisinfrastructuur. Soms schiet je verbeelding tekort als het gaat om wat daar mogelijk is en moet. De elektronische snelweg, educatie op die manier, het ontwikkelen van geavanceerde lespakketten daarvoor, elektronisch huisarrest. Dat zijn voor mij evengoed investeringen, die zeker honderden miljoenen gaan kosten''.

Maar wat betekent dat voor de prioriteiten die u stelt?

Dat we nu de Betuwelijn gaan aanleggen, de hoge-snelheidslijn en dat we dan snel moeten gaan investeren in kennisinfrastructuur''.

En de geplande aftakkingen dan, de HSL-verbinding naar Duitsland en de noord-tak van de Betuwelijn? Die kosten ook weer miljarden.

“Bij die aftakkingen komen de grenzen wat mij betreft wel geleidelijk in zicht ja. Het land begint vol te worden, dat zie je bij elke beslissing op dit gebied. Het land kan gewoon niet meer zo veel dragen. Dat betekent dat we dus naar andere manieren moeten zoeken, een andere toegevoegde waarde. De investeringen in kennisinfrastructuur moeten zo nodig ten koste gaan van investeringen in fysieke infrastructuur. Bedenk je wel dat ieder stukje asfalt, rail of vliegveld veel meer kost dan vroeger. Het zou me niet verbazen als de kosten zo'n vijftien tot dertig procent hoger lagen, puur door het feit dat we ruimtegebrek hebben en de projecten dus beter moeten inpassen in het landschap”.

Dat brengt ons als vanzelf op de Betuwelijn.

“De commissie-Hermans heeft goed aangetoond dat de Betuwelijn nodig is. En voor de Rotterdamse haven èn om te voorkomen dat er straks files van alleen maar vrachtwagens richting Duitsland staan. Je legt dat ding voor honderd jaar neer, dus je moet daar strategisch en met een beetje fantasie naar kijken. Neem bij voorbeeld dat kantorengebouw in Amsterdam-zuidoost, dat antroposofische gebouw. Dat zijn nou kantoorgebouwen die er voor lange tijd staan”.

“Zo moet je ook naar de Betuwelijn kijken. De kinderen van mijn kinderen moeten zeggen: jammer dat die spoorlijn daar ligt, maar hij is wel zorgvuldig en met aandacht in het landschap gelegd”.

Ze moeten er met een goed gevoel naar kijken.

“Precies. Al klinkt dat wel een beetje Veronica-achtig”.

De Betuwelijn zal dus veel meer gaan kosten dan de voorziene 7,4 miljard. VVD en D66 hebben, ieder om hun eigen redenen, grote twijfels over dit project. Wat nu als er in het kabinet wel overeenstemming komt, maar de fracties van VVD en D66 in de Tweede Kamer dwarsliggen. Die vrijheid hebben zij zich eerder gepermitteerd.

“De VVD twijfelt aan de rentabiliteit. Dan is de vraag: welke horizon kies je. Dit is geen project dat je in veertig jaar afschrijft, zoals een kantoorgebouw”.

De VVD moet niet zeuren over rentabiliteit.

“Dit is een besluit voor de toekomst. En dan past het niet, noch voor mijn partij, noch voor de VVD... Ik kàn me niet voorstellen dat de VVD zo kortzichtig zal zijn. Als zij de Betuwelijn niet willen, dan moeten ze maar eens aangeven welke lange-termijnvisie ze hebben over de toekomst van de Rotterdamse haven”.

“Ik vind in redelijkheid ook dat de vrijheid van de D66-fractie afhangt van hoe goed het kabinet de zaak oplost. We maken als partijen wel deel uit van een coalitie. Mijn partij zal altijd nog wel ergens een knelpunt zien. Maar je kunt niet alles krijgen, dàt is regeren.

De fractie moet er dus vanuit gaan dat niet alle vijf knelpunten zullen worden opgelost. Er ligt wel een uitspraak van het D66-congres dat de aanleg van de Betuwelijn dan niet acceptabel is.

“Wat moet ik daar op zeggen. Laat ik vrij naar Vredeling zeggen: congressen beslissen niet over de financiering van knelpunten. Het signaal is wel goed hoor”.

Maar wat nu als de D66-fractie als enige buiten de boot gaat hangen?

“Dit is niet het type beslissing waar dat kan. Het gaat om draagvlak. Ik vind dat bij dit besluit niet alle fracties de vrijheid kunnen nemen om iets te veranderen, er bij voorbeeld een paar honderd miljoen bij te doen of er af te scheppen. Als zichtbaar is dat het kabinet een zorgvuldige afweging heeft gemaakt, dat iedereen iets heeft moeten inleveren, dan vind ik het nogal wat als een fractie afhaakt. Dan hebben ze heel wat uit te leggen. Ik weet wel dat de minister daar niet over gaat, maar je moet wel coalitie en oppositie uit elkaar kunnen houden”.

VVD-fractieleider Bolkestein lijkt dat spoor bijster te zijn. Vreest u dat hij bij verkiezingswinst een nog grotere mond krijgt?

“Het is een leerproces voor ons allemaal. Ik heb de indruk dat de partijen wel naar elkaar luisteren, dat alleen de verkiezingen dat beeld tijdelijk verstoren. Maar ik hoop wel dat de uitslag niet al te grote verschillen te zien gaat geven. Dat zal zeker een effect geven”.

Over de verkiezingen gesproken, waar moet de kiezer uw partij vandaag op afrekenen? Op het groene imago van D66, of op de nieuwe verhoudingen in dit paarse kabinet?

“Dit kabinet heeft een duidelijke bestuurlijke meerwaarde. Het is opener, communicatiever. Dat hoor ik ook in het bedrijfsleven”.

“Ik hoop dat we worden afgerekend op beide punten. Gaan we verstandig met het milieu om? D66'ers zijn geen ecologie-fundi's, ze willen integratie van de ecologische en economische dimensie. Maar natuurlijk ook: heeft dit kabinet de economie verder gebracht?

mailIcon print |