Niemand hier op aarde mag beschikken over leven of dood, stond vorige week in het commentaar in deze krant naar aanleiding van de executie van Johannes van Damme.
De buitenlander die dit toevallig leest is verbaasd. Nederland? Is dat niet het land van de Flying doctors die op commando helpen bij euthanasie?
Nederland? Is dat niet het land waar her en der abortusklinieken staan? Waar met vruchtwaterpuncties en vlokkentesten de gezondheidstoestand van foetussen wordt onderzocht, waarop ouders kunnen beslissen om al dan niet... En waar soms kerngezonde kinderen geboren worden, die volgens de uitkomst van zo'n test meervoudig gehandicapt zouden zijn?
Is het toeval dat juist Nederland zo fel tegen de doodstraf is? Met argumenten als: onherroepelijk, er kunnen fouten gemaakt worden, onmenselijk.
Onherroepelijk geldt helaas niet alleen voor de doodstraf. Een geaborteerde foetus wordt nooit meer een kind, en de goede dood middels pil of plastic zak is even onomkeerbaar.
Begrijp me goed, ik hou hier geen pleidooi voor de doodstraf, maar spreek alleen mijn verbazing uit over de kontekst van waaruit de verontwaardiging over de doodstraf opstijgt.
Ho, ho, zegt een ander, abortus en euthanasie zitten in het strafrecht. Alleen onder nauw omschreven omstandigheden mag een vrucht (onschuldig woord) afgedreven worden. Klopt, maar iedereen weet dat er verschillen zijn tussen strafrecht en publieke moraal. En we hebben het nu over het laatste.
Plat gezegd: wat is het verschil tussen Johannes van Damme, omringd met persoonlijke zorg, gebaseerd op kennis van zaken en ervaring, het leven uitgebonjourd, en een mens die drie maanden na de bevruchting wordt afgedreven wegens open rug? Het verschil is misschien kleiner dan we zouden denken of wensen.
Wat ik alleen maar zeggen wil, we beschikken dagelijks over leven en dood, in Nederland. Met wetten, deskundigen, apparaten, zorg. In Singapore ook, maar dan anders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.