*

 
dossier

Archief

Een synode van verschrikkelijk veel communicatie

WERA DE LANGE − 22/01/97, 00:00

AMSTERDAM - “De kerk wordt wel kleiner, maar het blijft voorlopig een hele grote organisatie met een paar miljoen leden. En de kerk is niet de ANWB, waar mensen om duidelijke consumptieve redenen lid van worden, en waarin je kan volstaan met hele simpele statuten,” zegt Afra Wamsteker, secretaris algemene zaken van de hervormde kerk, en de eerste directeur van de Samen op Weg-kerken.

In haar nachtmerries ziet Wamsteker het verenigde protestantse kerkleven voor weken lamgelegd door een eindeloze zitting van de triosynode - tientallen spreekgrage predikanten, ouderlingen, diakenen - waarin de ordinanties zin voor zin, woord voor woord onder de loep worden genomen. Zo ging het in 1950 toen de hervormde synode - en dat was toen een veel kleiner en ingetogener gezelschap dan de huidige triosynode - van drie weken bezig was met de ontwerp-kerkorde en -ordinanties van die dagen.

De nachtmerrie is zoveel mogelijk weg-gemanaged: de synodeleden is met klem gevraagd hun amendementen ruim van te voren in te sturen. Bovendien konden alle synodeleden meedoen in één of meerdere commissies waarin de oorspronkelijke tekst en de ingestuurde amendementen tot een nieuwe tekst werden verwerkt. Zo zijn de synodeleden al flink gecommitteerd aan de tekst die nu voorligt. En geïntimideerd wellicht, door de onmogelijke dikte van de stapel papier op tafel. Bij elk van de honderden ingestuurde amendementen staat precies uitgelegd wat er mee is gedaan door de synodale commissie, en waarom dat is gedaan.

Bijna alle synodeleden hebben 'loyaal en intensief' (Wamsteker) aan het vele vooraf-vergaderen en -schrijven meegewerkt, óók de mannen van de Gereformeerde bond in de hervormde kerk, die niets van het hele fusieproces moeten hebben. Zij zijn binnen hun decennialange traditie van kritische loyaliteit aan de kerk gebleven.

“Maar het blijft een avontuur”, zegt Wamsteker. “Ieder synodelid heeft het recht om op het laatste moment nog een amendement in te dienen bij ieder woord op die honderdzesentwintig pagina's, zijn voorstel op het spreekgestoelte toe te lichten en stemming te vragen. Als iemand de boel wil verstoren, staat hem geen enkel formeel beletsel in de weg.” Maar wel een informeel beletsel: obstructie is een handelwijze die in de synode op geen enkel begrip van de meerderheid kan rekenen, de basishouding is er een hele andere dan in een politiek, parlementair orgaan.

Ook zonder obstructie wordt het stemmen over de ordinanties overigens nog een heel gedoe, legt Wamsteker met glimogen uit: Vierhonderdenvijftig amendementen leveren om en nabij duizend stemmingen op - duizend keer zoeken naar het juiste stemkaartje, hand opsteken en hand omhooghouden tot de stemmentellers de hele zaal hebben afgewerkt, wachten tot de optelsom is gemaakt en de uitslag bekend is, duizend keer vele minuten. Om die te sparen heeft het dagelijks bestuur een stemmachine gehuurd 'met zo'n videokanon', voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlands protestantisme. Een klein beetje revolutie zo niet in de inhoud, dan toch in de vorm.

Uit de inhoud, de teksten van de ordinanties is al 'het dynamiet' door de voorbereidende synodale commissies 'zoveel mogelijk verwijderd', vertelt Wamssteker met de tevredenheid die een hervormde past als springstof in een zee van geven en nemen onschadelijk is gemaakt. “Daar is goed in voorzien.”

In een bijzondere tegemoetkoming aan de bedroefde 'bonders', bijvoorbeeld, is geregeld dat wijkgemeenten van een bepaalde stroming (lees: de Bond) een 'ring' kunnen vormen, zelfs over de grenzen van hun classis heen. Een ander voorbeeld van onschadelijkmaking betreft de status van het kerkelijk huwelijk. Progressieven in de SoW-kerken willen het kerkelijk huwelijk zo min mogelijk nadruk geven, om te voorkomen dat andere samenlevingsvormen worden achtergesteld. Voor de orthodoxen is de voorrang voor het kerkelijk huwelijk tussen één man en één vrouw juist een heel belangrijk geloofsartikel.

Om de progressieven terwille te zijn, legt Wamsteker uit, is de inzegening van het huwelijk níét ondergebracht bij de ordinantie over het belijden, maar in het hoofdstuk 'eredienst'. En zo werd 'inhoud' weer 'vorm'. Om de orthodoxie tegemoet te komen is een onderscheid aangebracht tussen het normale huwelijk en andere 'levensverbintenissen'. Het is aan de gemeenten, aan de kerkenraden om uit te maken of ook andere 'levensverbintenissen' dan het gewone huwelijk in hun kerk kunnen worden gezegend.

In de Hervormde kerk leeft vanoudsher de neiging veel regels op papier vast te leggen en het er vervolgens niet héél nauw mee te nemen. De Gereformeerden reageerden na de breuk met de moederkerk op de regenteske cultuur van de hervormden met veel democratie en orde: in de GKN wordt zoveel mogelijk overgelaten aan de plaatselijke gemeente, maar de weinige regels die zijn vastgelegd, moeten worden nageleefd. In de ordinanties komen die twee verschillende culturen elkaar tegen. Oók, en met name, waar het gaat over geld en gebouwen, kortom over het financieel beheer.

Het geld en vermogen van de hervormde kerk - veel rijker dan de fusiepartners, ook aan oude kerkjes en prachtpastorieën - wordt beheerd door specialisten, door 'kerkvoogden' die hun eigen hiërarchie kennen náást die van de gekozen ambtsdragers in kerkenraad, classis, PKV en synode. De gereformeerde centen worden door de kerkenraden zelf beheerd.

Door de schrijvers van de nieuwe ordinanties is een verzoenende constructie bedacht, waarin de voorzitter van de 'kerkrentmeesters' lid-ouderling is van de kerkenraad. Zo krijgen de gekozen ambtsdragers een grotere vinger in de pap dan tot nu toe bij de hervormden gebruikelijk was. De gereformeerden zullen er aan moeten wennen dat plaatselijke kerken hun jaarrekening voortaan zullen moeten laten controleren door de classis.

Wamsteker, betuurskundige van huis uit, hoopt maar dat het nu allemaal goed geregeld is met het beheer: “Het blijft moeilijk je voor te stellen hoe de nieuwe afspraken in de praktijk weer gaan werken. Het blijft een club van vrijwilligers die mekaar in hun vrije tijd op het rechte pad proberen te houden. Waterdicht krijg je het nooit.”

“Besluiten over een nieuwe kerkorde en nieuwe kerkelijke ordinanties is iets anders dan je even door een goeie advocaat laten uitleggen wat het handigste is. Iedereen wil in de kerk meepraten over de meest uiteenlopende dingen, je regelt verschrikkelijk veel communicatie.”

mailIcon print |