*

 
dossier

Archief

Flexibel pensioen ambtenaren rond

Door: redactie − 25/01/96, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Minister Dijkstal van binnenlandse zaken en de ambtenarencentrales zijn het na maandenlang touwtrekken eens geworden over een flexibel pensioen voor 700 000 ambtenaren. Zij kunnen vanaf 1 april 1997 op hun 62e stoppen met werken en krijgen dan 70 procent van hun laatst verdiende loon. De regeling komt in plaats van de vut.

De huidige ambtenaren-vut biedt de mogelijkheid met 61 jaar de overheidsdienst te verlaten met een uitkering van 75 procent van het laatste inkomen. Bonden en minister hebben daarom vooral over een overgangsregeling voor de huidige oudere ambtenaren in de loopgraven gelegen.

Afgesproken is nu dat ambtenaren die volgend jaar april 50 jaar of ouder zijn, nog op hun 61ste kunnen stoppen met werken. De groep 50 tot 55 jaar krijgt dan een uitkering van 70 procent, 55-plussers behouden 75 procent. Zij krijgen in de praktijk dus de huidige vut. Bovendien krijgen ambtenaren met veertig dienstjaren nog drie jaar lang de gelegenheid uit te treden tegen 70 procent.

Ambtenaren gaan een deel van hun pensioen zelf sparen met de betaalde premie: de regeling gaat deels over op een zogenaamde kapitaaldekking. Nu betalen de werkende ambtenaren premie voor hun uitgetreden collega's, volgens het omslagstelsel. Dat stelsel dreigde binnen afzienbare tijd onbetaalbaar te worden, omdat de overheidsdienst vergrijsd is en binnen enkele jaren veel ambtenaren zullen stoppen met werken. Door de kapitaaldekking zal de premie voor het pensioen op de langere termijn goedkoper worden.

Flexibel pensioen betekent dat zowel eerder als later stoppen dan met 62 jaar mogelijk is. Maar jonger met pensioen wordt minder aantrekkelijk, omdat dan een lagere uitkering bij elkaar is gespaard. Het stelsel gaat uit van 40 jaar lang premie betalen van 1,75 procent. In individuele gevallen kunnen ambtenaren iets meer premie betalen, bijvoorbeeld als de diensttijd korter is.

Voor wie na het 62ste jaar doorwerkt valt het pensioen juist hoger uit; ambtenaren die pas op hun 65ste (de eigenlijke pensioenleeftijd) stoppen krijgen zelfs een extra uitkering ineens. Ambtenaren moeten wel een groter deel van de premie zelf gaan betalen: nu is dat nog 35 procent, het wordt de helft. De rest komt voor rekening van de minister.

De centrales willen van een akkoord nog niet spreken. Dat kan pas als hun achterbannen met de afspraken instemmen. Volgens Dijkstal zal dat 'geen hopeloze zaak zijn'. Hij noemde de nieuwe regeling 'van grote betekenis'. De minister moet deze kabinetsperiode 1,6 miljard bezuinigen op de arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren.

mailIcon print |