*

 
dossier

Archief

Defensie moet berusten op analyse, niet op wensenlijstje

ROB DE WIJK − 24/01/98, 00:00

De toekomstige omvang en samenstelling van de krijgsmacht kan niet worden afgestemd op een concrete dreiging, die is immers afwezig. De huidige defensie-inspanning is gebaseerd op de politieke ambities uit de Prioriteitennota ('93). Nederland bepaalde toen hoofdzakelijk op nationale politieke gronden het aandeel in gemeenschappelijk optreden voor vredesoperaties en verdediging (zoals in NAVO-verband). Uitdrukking van de toenmalige politieke ambities is de richtlijn dat de krijgsmacht gelijktijdig aan vier vredebewarende operaties kan deelnemen.

Een defensieplanning gebaseerd op politieke ambities is per definitie kwetsbaar. 'Srebrenica' heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat de hoogte van de defensiebegroting wederom ter discussie staat. Er is onmiskenbaar sprake van grotere terughoudendheid jegens deelname aan vredesondersteunende operaties, zeker als onze belangen niet op het spel staan.

Wat politieke ambities betreft, stelt Van den Doel dat hij bereid is militairen in te zetten tegen nieuwe dreigingen, van terrorisme en georganiseerde misdaad tot raketaanvallen uit Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook is hij bereid tot inzet in risicovolle situaties, mits in verhouding tot de Nederlandse belangen. Maar wat betekent dit voor onze defensie-inspanningen? Enkele bataljons lichte infanterie voor vredesondersteunende taken, een batterij anti-raket-Patriots en commando's/mariniers voor optreden tegen 'non-state actors'? Als dat zo is kan er wel meer dan een miljard van de begroting. Of gaat het er om dat de krijgsmacht altijd voorbereid moet zijn op het onverwachte? Dat klopt, maar het zegt weinig over de gewenste defensie-inspanning.

Wil Nederland een krijgsmacht behouden? 'IJslandisering' is niet gewenst; IJsland, wel NAVO-lid, heeft geen leger. Scenario's voor inzet van de krijgsmacht zijn moeilijk te voorspellen. Dat geldt zowel voor vredesoperaties als voor de bescherming van onze belangen, inclusief verdediging van (NAVO-)grondgebied. Maar dat de krijgsmacht in de toekomst ooit wordt ingezet staat voor mij vast, gezien de te verwachten conflicten, schendingen van mensenrechten en onheil dat onze belangen (in)direct kan raken. Ook ingrijpen in het gebied van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa moet mogelijk blijven, anders waren alle inspanningen voor een Europees veiligheidssysteem voor niets.

Gezien de afwezigheid van een concrete dreiging, kunnen samenstelling en omvang van de krijgsmacht slechts op grond van scenario-analyse worden bepaald. De krijgsmacht is als een kist waaruit de timmerman naargelang de klus gereedschap haalt. Vrijwel alle soorten middelen waaruit de krijgsmacht bestaat, van pantserinfanteriebataljons tot jachtvliegtuigen en onderzeeboten, zijn de afgelopen jaren al eens ingezet en zijn zeker ook in toekomstige scenario's nodig. Aantallen zijn afhankelijk van de vredesondersteunende operaties waaraan Nederland wil deelnemen en de afgesproken NAVO-verplichtingen. Een echt mathematische benadering is nooit mogelijk, maar het zou mij verbazen als scenario-analyses aantonen dat de huidige krijgsmacht-omvang sterk kan worden beperkt. Verdere beperking van de omvang is dan niet het gevolg van analyse, maar van een politiek besluit gedreven door financiƫle problemen. Wie dat wil, kan het simpelst een vast percentage van het Bruto Nationaal Product (BNP) voor defensie vaststellen (vergelijk ontwikkelingssamenwerking). Een vast percentage van het BNP voor defensie heeft weinig met politieke visie te maken, maar is wel een uitdrukking van de dan geldende politieke ambitie.

mailIcon print |