AMSTERDAM - Hij heeft nog niet gezegd dat hij het wèl wil. Maar de Jordaanse koning Hoessein heeft al wel gezegd dat hij géén koning van Irak wil worden. Menig Amerikaanse president begon zijn tocht naar de top met een soortgelijke ontkenning.
Hoessein deed zijn uitspraak donderdag in een vraaggesprek met de in Londen uitkomende Arabische krant Al-Hayat. Hij voegde er wel aan toe dat hij populair is in Irak, “maar verder is er niets”. En hij gaf de Iraakse president Saddam Hoessein opnieuw de raad om op te stappen. “Als ik zou voelen dat ik een struikelblok voor mijn volk was, zou ik weggaan”, zei de koning, die lang gold als een persoonlijke vriend van Saddam.
Koning Hoessein heeft er juist nu weinig belang bij om zijn ambities ten aanzien van Irak, mochten die inderdaad bestaan, te onthullen. Er heerst al wantrouwen genoeg in de Arabische wereld jegens hem, wat de afgelopen tijd leidde tot een modderballet tussen Egyptische en Jordaanse kranten.
Mensen die de nabije ondergang van Saddam Hoessein voorspellen moet weleens het gevoel bekruipen dat ze sectariërs zijn die het einde van de wereld voorzien van een datum. Koning Hoessein waagde zich in het interview niet aan een voorspelling. “De duur van mensenlevens is in de hand van God”, zei hij, daarmee aangevend dat de Iraakse president niet uit vrije wil zal vertrekken.
Dat neemt niet weg dat de doemprofetieën over Saddams lot ooit toch weleens kunnen uitkomen. Het Midden-Oosten bereidt zich nerveus voor op de stoelendans die dan zal beginnen rondom de Iraakse nalatenschap. De vlucht van twee schoonzoons van Saddam naar Jordanië, begin vorige maand, wakkerde de koorts aan.
Het lijkt op wat er in een Arabisch dorp kan gebeuren als daar belangrijk bezoek is. De familie die de honneurs mag waarnemen is voorwerp van nijd van de anderen. Dat lot trof Jordanië, toen Saddams schoonzonen dat land uitkozen voor hun aanvraag voor politiek asiel. Niet dat iemand enige reden tot trots heeft wanneer hij of zij schoonzoon één, generaal Hoessein Kamil Hassan al-Madjid, mag herbergen. De man zal zich de rest van zijn leven met kaasschaven moeten krabben, om zijn huid weer zichtbaar te maken, die nu bedekt is door dikke korsten opgedroogd bloed van sjiieten, Koerden, andere Irakezen en Koeweiters.
Maar het belang van Hoessein Kamils vlucht zit niet in zijn morele niveau. De angst bij de buren is dat in het kielzog van Jordanië ook Israël garen zal spinnen bij Saddams val. Een machtsblok van Israël, Jordanië en Irak, al dan niet met koning Hoessein op een troon in Bagdad, is een schrikbeeld voor veel andere landen in het Midden-Oosten. Voor hen is het onverteerbaar dat juist koning Hoessein de eer krijgt van Kamils prachtige onthullingen over Saddams plannen voor een nieuwe invasie van Koeweit en de onbeschaamde hoeveelheid biologische wapens waarover de dictator beschikt. De koning staat iets te nadrukkelijk in de schijnwerpers.
Sinds de vlucht van Saddams twee schoonzoons zijn er koortsachtige ontmoetingen geweest tussen Iran, Syrië, Turkije en Egypte. Een nuchter geluid kwam begin deze week van de Syrische president Hafiz Al-Assad. Na afloop van een bezoek aan zijn Egyptische collega Hosni Moebarak zei hij dat het belang van de vlucht van de schoonzoons niet overdreven moest worden. Assad kreeg daarvoor een pluimpje van de Iraakse pers, het eerste sinds twintig jaar. Diezelfde Iraakse pers hengelde deze week ook naar een bondgenootschap met erfvijand Iran, een goede vriend van Syrië.
Hoessein koning van Irak, het lijkt op de Nederlandse stadhouder Willem de derde, die eind zeventiende eeuw koning van Engeland werd. Het zou minder vreemd zijn dan het lijkt. Tot 1958 was Irak een koninkrijk, met op de troon een neef van koning Hoessein. De Hasjimdynastie, waartoe zowel Hoessein als zijn ongelukkige Iraakse neef Faisal behoorden, kreeg na de Eerste Wereldoorlog van de toen almachtige Britten Jordanië en Irak cadeau, nadat de Saoedi-dynastie de overgrootvader van Hoessein had verjaagd uit de heilige steden Mekka en Medina.
Hoessein weet waarover hij het heeft als hij zegt dat hij populair is in Irak. Er is waarschijnlijk geen buitenlandse geheime dienst zo goed op de hoogte van wat er in Irak leeft als de Jordaanse. De mogelijkheid tot het verzamelen van gegevens is toegenomen door de vloed van Iraakse vluchtelingen. Maar zelfs al zou Hoessein geen actuele informatie hebben, dan nog zou hij op zijn vingers kunnen natellen dat veel Irakezen met heimwee terugdenken aan de monarchie, want de tirannen nadien hebben niets dan ellende gebracht.
Weinig keus
Hoesseins kansen stijgen doordat de Amerikanen maar geen alternatief voor Saddam vinden. Ze hoopten op iemand uit de minderheid van soennitische Arabieren, maar die niet behoorde tot Saddams Baathpartij of diens Takriticlan. Iemand uit de twee andere grote bevolkingsgroepen van Irak, de sji'itische moslims en de Koerden, kwam niet in aanmerking. De Koerden hebben te weinig binding met Irak en Amerika vreest dat een sji'itische president het land in het vaarwater zal brengen van het eveneens sji'itische buurland Iran.
De Amerikanen zouden in arren moede hun norm kunnen verlagen, en toch een 'bekeerling' uit de clan van Saddam kunnen aanvaarden, zoals de nu gevluchte schoonzoon Hoessein Kamil. Koning Hoessein prees in Al-Hayat zijn onverwachte gast het graf in. Zo had hij het over het geweten van Hoessein Kamil, dat volgens de koning knaagde, waarbij de vorst hem de edelste motieven toeschreef, zoals zorg over het Iraakse volk. Maar als het geweten van Hoessein Kamil nog kan knagen dan zijn er andere dingen aan de orde. Zoals de invasie en het leegplunderen van Koeweit, waarvan hij een architect was, of de massamoorden op sjiieten begin 1991, na de Iraakse nederlaag in Koeweit. Aan het uitmoorden van Koerden kwam hij niet meer toe door ingrijpen van de geallieerden. Hoessein Kamil is wel één van de laatsten, die Irak een nieuw gezicht kan geven.
Blijft over de mogelijkheid van een 'externe sollicitatie-procedure'. Daar zou koning Hoessein wel een kans bij maken. Voor Irak lijkt de monarchie de aangewezen staatsvorm, zolang het niet lukt de belangrijkste bevolkingsgroepen tot een eenheid te smeden. Een koning kun je het beste uit het buitenland halen, omdat hij dan beter boven de partijen kan staan.
Hoessein zou in Irak hetzelfde spel kunnen spelen waarin hij in Jordanië zo knap is geweest de afgelopen 44 jaar: zijn gunsten verdelen over de verschillende clans en bevolkingsgroepen. Het interview stond vol met liefderijke woorden voor het Iraakse volk, maar de koning wil nog niet dromen van een tweede troon, in het openbaar althans. “Er zijn al gevoeligheden genoeg”, zei hij tegen Al-Hayat. Blijft dat een zo toonaangevende Arabische krant als Al-Hayat een dergelijke vraag niet zomaar stelt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.