*

 
dossier

Archief

Een onontkoombaar en gruwelijk drama in huize Danzard

HANS KROON − 11/01/96, 00:00

Regie: Nancy Meckler. Met Julie Walters, Joely Richardson, Johdi May en Sophie Thursfield. Te zien in Amsterdam -Rialto, Utrecht - 't Hoogt, Rotterdam - Lantaren/Venster en (pas vanaf 18 januari) Nijmegen - Cinemariënburg.

'Sister, my sister' begint prachtig. In romantisch aandoende zwart-wit-beelden zien we Christine en Léa Papin als kleine meisjes met elkaar spelen. Meteen daarna daalt de camera langzaam een lange trap af. Het zwart-witte beeld krijgt kleur. We zien omgevallen voorwerpen, scheef hangende schilderijen en - opeens - tot op manshoogte enorme bloedvlekken op de muren. Ondertussen horen we het wiegeliedje 'Sister, my sister', waaruit een enorme lotsverbondenheid spreekt tussen twee zusjes.

Na zo op haast abstracte wijze het thema van haar film aangegeven te hebben, gooit Meckler de toeschouwers meteen midden in de realiteit. We krijgen te zien hoe Christine en Léa dag in dag uit zwoegen in het huis van de extreem strenge Madame Danzard, die haar diensbodes als lucht behandelt. Christine en Léa zijn volkomen verknipt uit hun jeugd gekomen. Ze durven het leven niet aan. Ze kunnen niet zonder elkaar, maar zitten elkaar ook voortdurend in de weg. Het ene moment zoeken ze, allerlei seksuele taboes negerend, troost in elkaars armen; het volgende staan ze elkaar krijsend en vechtend naar het leven. Ook Madame Danzard en haar dochter Isabelle hebben een stevige tik van de mallemolen. De moeder is een kille bourgeois-vrouw die iedere creativiteit en spontaniteit de kop indrukt. Haar al volwassen dochter behandelt ze als een kind, dat niets zonder haar kan en mag. De slappe Isabelle laat zich dat - mokkend en zuchtend weliswaar - welgevallen.

Dat huize Danzard een kruitvat vol frustraties is dat ieder moment kan ontploffen, maakt Meckler op verrassende wijze duidelijk. Madame Danzard, haar dochter Isabelle en de zusjes Papin zijn bij haar dik aangezette en lekker vet uitgespeelde types. Bijna zijn het lachwekkende karikaturen van de bourgeois-madam, een dochter van goeden huize en de dienstbode.

Echt breeduit om ze lachen kan je echter nooit. Telkens namelijk slagen de actrices erin ook de tragiek van deze onmachtige vrouwen voelbaar te maken, die niet tot volwaardig leven in staat zijn. In 'Sister, my sister' vergaat het lachen je, en juist dat maakt het drama dat zich in 1933 in Le Mans afspeelde goed inleefbaar.

mailIcon print |