Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Er zijn geen aanwijzingen dat Nederlandse militairen in het voormalige Joegoslavië zich structureel misdragen. Dat heeft minister Voorhoeve (defensie) gisteren meegedeeld.
Voorhoeve zegt niet voor honderd procent te kunnen instaan voor de Nederlandse militairen, “net zo min als de minister van justitie ervoor kan instaan, dat alle Nederlanders zich het afgelopen jaar netjes hebben gedragen”.
Onderzoek onder leiding van de plaatselijke commandanten in Bosnië heeft volgens Voorhoeve geen aanwijzingen of getuigen opgeleverd, die geruchten over wangedrag zouden kunnen bevestigen. Gesprekken met de plaatselijke bevolking en Artsen zonder grenzen leverden geen enkel bewijs op.
Zouden er alsnog bewijzen opduiken, dan zal de minister onmiddellijk een nader onderzoek gelasten, kondigde Voorhoeve aan. Tijdens zijn persconferentie meldde hij dat de geruchten hem voor het eerst ter ore kwamen, toen een geestelijk verzorger hem over de kwestie aansprak, eind april.
Het nu gehouden onderzoek concentreerde zich op eventueel wangedrag onder militairen van het dertiende infanteriebataljon van de luchtmobiele brigade en van een logistiek bataljon. Beide bevinden zich nog altijd in Srebrenica.
Er loopt wel een gerechtelijk vooronderzoek tegen leden van het twaalfde infanteriebataljon, dat in april uit Srebrenica is teruggekeerd. Geruchten willen dat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan wapenhandel. Voor die geruchten is in de nu gehouden gesprekken ook geen bewijs gebleken. Het onderzoek gaat echter door.
Tevens is er een gerechtelijk vooronderzoek gaande tegen een Nederlandse militair die was gelegerd in Lukovac. Hij zou leden van de plaatselijke bevolking “hebben aangezet tot zelfverminking”, aldus Voorhoeve, die verder geen toelichting wilde geven. De militair is onmiddellijk teruggehaald.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.