*

 
dossier

Archief

Leo Luijk, commandant bedrijfsbrandweer Philips

Door: redactie − 31/01/98, 00:00

“Hevige branden had je vroeger, vooral vóór de Tweede Wereldoorlog. Daar gaan nog verhalen over... Vrijwilligers uit alle sectoren rukten dan uit om het vuur te blussen. De veiligheidsnormen lagen nog lang niet zo hoog als vandaag, dus een brand kon snel om zich heen grijpen. Bovendien waren de industriële activiteiten, bijvoorbeeld het produceren van radiobuizen, veel uitgebreider.

Ook toen al werkte de bedrijfsbrandweer nauw samen met de gemeentebrandweer. Want Philips wás Eindhoven, en de gemeente was Philips. Zo is de enorme brand in hotel 'Het zilveren zeepaard' twintig jaar geleden samen met onze brandweer bedwongen.

Een bedrijfsbrandweercorps is vooral goed in 'beredderen'. Mens en dier uit de vuurzee halen staat natuurlijk altijd voorop, maar waar de gewone brandweer het redden en blussen als hoofdtaak heeft, probeert de bedrijfsbrandweer de economische schade zoveel mogelijk te beperken.

Ik zit nu vijf jaar bij de bedrijfsbrandweer, waarvan drie jaar als commandant van 34 brandweerlieden. Een paar van hen vertrekt naar de gemeentebrandweer en naar andere afdelingen van Philips. Na de opheffing van het corps blijft voor ons alleen het calamiteitenteam over, die op commerciële basis wellicht ook voor andere bedrijven gaat werken.

Voor beredderen hebben we speciale apparatuur. Zoals rookverdrijf-ventilatoren, waarmee je schadelijke dampen kunt afzuigen, en speciale stofzuigers voor kwik en andere chemicaliën. Ik weet nog goed dat we met zo'n ventilator een miljoenenramp voorkwamen. Door een koelwaterbreuk liep de temperatuur in een speciale ruimte zeer hoog op. Het wereldwijde computernetwerk van Philips dreigde het te begeven. Maar net op tijd konden we de temperatuur laten dalen, door de rookgassen weg te blazen.

Juist die kennis over het bedrijf en de risico's die ermee verbonden zijn, proberen we te behouden. Voor de verzekering ook een prettig idee. Toch is het jammer dat de Philipsbrandweer na 96 jaar verdwijnt. Die deskundigheid en kennis van gevaarlijke stoffen blijft wel, dat is vereist. Maar ik ben bang dat de betrokkenheid bij het bedrijf onder de brandweerlieden afneemt. En dat was toch een soort traditie van het corps. Dat zie je nu al aan kleine dingen, zoals de onderlinge voetbaltoernooien.''

mailIcon print |