JERUZALEM - Of je nu op een ezel arriveert of per vliegtuig, op blote voeten of met een baard van drie weken, het enige dat telt en dat je in de ogen van godsdienstwetenschapper Frank Peters als een echte pelgrim onderscheidt, is de intentie waarmee je naar Jeruzalem komt. “Een pelgrim gaat met ontzag en reist naar een heilige plaats voor spirituele verrijking. Hij onderneemt een tocht van religieuze verbeelding en wordt gemotiveerd door vroomheid.”
Naar deze maatstaf gemeten zijn er, aldus de professor, bijna geen authentieke pelgrims meer in Jeruzalem. Voor de joodse pelgrimage is de immigratie in de plaats gekomen, de islamieten hebben, net als joden, hun heilige plaatsen gepolitiseerd en komen vooral om hun rechten te benadrukken, en binnen het christendom is de belangstelling voor de bedevaart sinds de Reformatie teruggelopen. De meeste protestanten die je in Jeruzalem aantreft, meent hij, zijn evangelisch en zij beschouwen het nieuwe joodse Jeruzalem als een vervulling van de profetieën en als een inleiding op het einde der tijden.
Zelf is Peters, verbonden aan de universiteit van New York, voor de wetenschap naar de Heilige Stad gekomen, waar de Hebreeuwse universiteit en het Ben Zvi-instituut een conferentie aan het fenomeen bedevaart wijden. Op papier valt de bijeenkomst onder de paraplu van het ambitieuze 'Jeruzalem 3000', het officiële programma ter gelegenheid van het evenzoveel-jarig bestaan van de stad. Van alle kanten is daar kritiek op gekomen omdat Israël teveel het joodse karakter van de stad zou benadrukken en te weinig aandacht besteedt aan de betekenis voor christendom en islam.
Weliswaar is de conferentie door de overheid gefinancieerd, maar verder ontkennen de organisatoren ieder verband met die viering. Zij zijn geïnteresseerd in een vergelijking van de praktijk van de bedevaart bij de drie godsdiensten en streven er juist naar een overkoepelende, pluriforme religieuze geschiedenis van het heilig land te schrijven.
Joden, christenen en moslims kennen dezelfde heilige plaatsen, ze hebben gelijksoortige denkbeelden over heiligheid en ze delen eenzelfde motivatie voor pelgrimage. Dat nodigt uit tot vergelijkingen, aldus Peters. Dat neemt niet weg dat Arabische collega's, die hoe dan ook met schroom een uitnodiging vanuit Israël aanvaarden, dit keer zijn weggebleven.
In de joodse traditie ontleent Jeruzalem haar heiligheid aan de tempel. In bijbelse tijden waren er jaarlijks drie feesten ter ere waarvan pelgrims naar de stad trokken om er te offeren: het paasfeest, het wekenfeest en het loofhuttenfeest. Na de verwoesting van de tempel in het jaar 70 werd de pelgrimage naar de resterende westelijke (Klaag)muur voortgezet, althans voor zover toegestaan door het heersende gezag. Een decreet van keizer Hadrianus uit de tweede eeuw bijvoorbeeld ontzegde joden voor altijd de toegang tot de stad; in het begin van de Byzantijnse heerschappij mochten ze eenmaal per jaar het vroegere tempelcomplex bezoeken en een eeuw later werd het joden toegestaan na betaling van 'kijkgeld' van een afstand de muur in ogenschouw te nemen; pas na de Arabische verovering in de zevende eeuw konden joden zich weer in de stad begeven. Omdat op het terrein van de tempel toen een islamitisch heiligdom was verrezen, werd de de Olijfberg de plaats van samenkomst.
Over oorsprong en datering van de christelijke bedevaart naar Jeruzalem tasten wetenschappers min of meer in het duister. Harde bewijzen dat er al in de eerste eeuwen sprake was van christelijke pelgrims, nog voordat keizer Constantijn de godsdienstvrijheid afkondigde, zijn er niet; bewijzen dat er daarna een 'industrie van devotie' op gang kwam, zijn er des te meer, aldus godsdienstwetenschapper David Satran van de Hebreeuwse universiteit. Voor christenen was Jeruzalem heilig omdat daar optreden, lijden en opstanding van Christus hadden plaatsgevonden. Geleid door goddelijke ingeving had Helena, de moeder van Constantijn, alle locaties uit het leven van Christus gesitueerd en voorwerpen, waaronder het kruis, teruggevonden. Die ontdekkingen stimuleerden stromen pelgrims naar het graf, Golgotha, de plaats van de hemelvaart en wat al niet.
Moslim-asceten
In de islamitische traditie was Jeruzalem de heilige stad van de profeten Abraham, Salomo en Jezus, en de stad die Mohammed op zijn nachtelijke hemelreis had aangedaan. In de achtste eeuw, onder de Ummayaden, werd de religieuze betekenis van de stad versterkt door de bouw van instituten en door de invoering van ceremoniën. In het seizoen van de hadj bijvoorbeeld, de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, werden in en rond de Rotskoepel-moskee dezelfde rituelen als in Mekka voltrokken. Bovendien was Jeruzalem een uniek centrum van moslim-asceten en mystici.
Het bezoek van Helena inspireerde niet alleen mannen om een bedevaart te ondernemen. Volgens historica Ora Limor van de Open universiteit creëerde de pelgrimage van de keizerin-moeder een “mode onder de dames van welstand” oftewel vrouwen uit de Romeinse aristocratie. Twee vrouwen uit de vierde eeuw, Paula en Egeria, hebben van hun tocht nauwkeurig verslag gedaan. Beiden kwamen ze over land, ze reisden per paard of ezel over de keizerlijke wegen en overnachtten in herbergen of bij monniken.
Eenmaal in Palestina is hun ervaring anders. Egeria werd gemotiveerd door een sterk religieus verlangen en door godsdienstijver. De heilige plaatsen uit de bijbel hadden voor haar een emotionele aantrekkingskracht. Daar ter plekke, meende ze, wonnen haar gebeden aan kracht en waarde. Voor Paula daarentegen, in mannelijk gezelschap verkerend, ondersteunde de plaats vooral de bijbeltekst en was de pelgrimage een manier om de tekst beter te begrijpen. Beide houdingen, zegt Limor, trof je onder vrouwen van die tijd aan.
In de eeuwen erna was het voor vrouwen moeilijk naar Jeruzalem te gaan. Enerzijds was de route minder veilig voor vrouwen alleen. Anderzijds was de tijdgeest veranderd en werd een pelgrimage door vrouwen niet fatsoenlijk gevonden. Vrouwelijke religieuzen kregen te horen, zegt historica Sylvia Schein van de Universiteit van Haifa, dat ze steeds op weg waren naar Jeruzalem. Het hemelse Jeruzalem, wel te verstaan. Pelgrimage, dat was een onderneming voor soldaten. Koesterden vrouwen de wens toch, dan was het een “verleiding door de duivel”.
Schein stelt dat het verlangen bleef. “Pelgrimage speelde een belangrijke rol in het leven van vrouwen en vormde een integraal onderdeel van vrouwelijke spiritualiteit. Jeruzalem was de locatie van het lijden van Christus, een lijden dat door vrouwen veelvuldig werd nageleefd.” Een enkele vrouw vermomde zich als man en omzeilde het probleem op die manier, zoals de beroemde Dorotheus die na haar pelgrimage in een klooster woonde en pas na haar dood als vrouw werd ontmaskerd.
Psycho-somatisch
Uit de late middeleeuwen zijn er weer opmerkelijk veel berichten over of van vrouwen die zelfstandig pelgrimeerden, aldus Schein. In diezelfde tijd was er sprake van een opleving in vrouwelijke spiritualiteit en van een vervaging van de grenzen tussen leken en religieuzen. Ook buiten de poorten van het klooster leidden veel vrouwen een ascetisch leven. Anders dan de nonnen waren ze niet aan regels gebonden en konden ze gaan en staan waar ze wilden, eventueel naar Jeruzalem. Schein bestudeerde de verslagen van twee “weduwen op leeftijd”, zoals Brigitte van Zweden, die in een visioen was aangemoedigd een bedevaart naar Jeruzalem te maken. Vrouwen als zij gaven in Jeruzalem, aldus Schein, blijk van typisch vrouwelijke devotie. Hun beschrijvingen verwijzen veelvuldig naar het lichaam van Christus, de toewijding aan de maagd Maria en aan Maria Magdalena en de psycho-somatische reactie op de heilige plaatsen: pijn, huilen, spastische samentrekkingen. Wellicht vroege uitingen van het zogenaamde Jeruzalem-syndroom, oppert Schein, dat gepaard gaat met messiaanse fantasieën en waanvoorstellingen. Alleen zijn het tegenwoordig niet zozeer vrouwen die daaraan lijden als wel Amerikanen, teleurgesteld in hun hooggespannen verwachtingen van de stad.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.