Anders dan in Nederland, waar hout in de architectuur zelden is toegepast, komt vakwerkarchitectuur in Frankrijk op tal van plaatsen voor. Vooral in middelgrote steden als Straatsburg, Troyes, Rouaan, in Orleans, Angers en Blois, zijn kernen met complete straten van houten huizen nog heel gewoon. Veelal gaat het dan om burgerwoningen die met de specifieke klop-klop-eikenhoutarchitectuur de sfeer van een ver verleden oproepen. Vakwerkkerken daarentegen tref je veel minder aan. Mevr. Josette Louis-Seurat, die een studie heeft gemaakt van de vakwerkkerken in het gebied rond het Lac du Der-Chantecoq, zo'n zestig kilometer ten oosten van van Troyes, kent in haar land niet meer dan twaalf kerken die in vakwerk zijn opgetrokken: ,,Hier in de streek van de Der staan er tien die volledig uit vakwerk bestaan, daarnaast zijn er ook enkele kerken in een gemengde stijl (met steen dus) gebouwd. Buiten deze streek zijn er voor zover ik dat kon nagaan, nog twee. Eentje in de Franse Ardennen en de andere is de beroemde Sainte-Marie in het Normandische Honfleur, u weet wel, die kerk die door de impressionisten zo graag werd geschilderd.''
Vakwerkkerken zijn dus ook in Frankrijk zeldzaam en dat ze in overgrote meerderheid in de streek van de Der voorkomen, moet dan ook een bijzondere achtergrond hebben. Josette Seurat (,,nee, geen familie van, al komt hij uit het gebied waar ik ben geboren'') meent dat de Der exact voldeed aan de voorwaarden. ,,Voor vakwerk is hout nodig. In deze streek waren in de late middeleeuwen - de eerste vakwerkkerken ontstonden aan het einde van de gotiek, omstreeks 1450 en werden tot aan het begin van de 17de eeuw nog gebouwd - nog uitgestrekte eikenbossen voorhanden. Eiken zijn voor de bouw uitstekend geschikt, het hout is stevig en heeft een groot dragend vermogen. Tussen de eiken balken die het gebouw schragen, wordt een mengsel van aangesmeerde leem, houtjes en stro aangebracht. Ook dat was hier allemaal te vinden, de grond rond het nieuwe meer is nog altijd rijk aan leem. Dit gebied wordt terecht de Champagne humide genoemd, de vochtige Champagne dus.''
Dat vocht ook op een ander gebied een belangrijke rol speelt in de architetcuur, bewijst een rondgang langs de kerken. Een belangrijk beeldbepalend element in het aanzicht van de kerk is de westgevel die een open, met hout afgedekt voorportaal kent. Elke kerk, of het nu de monumentale St. Nicolas in Outines is, de bijna kathedraalgrote St. Jacques et Philippe in Lentilles en de Maria-Geboorte Kerk in Chatillon-sur-Broué, of de hoog opgetrokken Kerk van de Kruisverheffing in Bailly-Le-Franc, ze hebben allemaal zo'n houten portaal bij binnenkomst van de kerk. Maar bij enkele is het dak boven het portaal van houten schildpannen voorzien. De gevel, gericht op de westenwind die gewoontegetrouw in dit gebied veel regen aanvoert, moet met hout worden afgeschermd. Als dat niet is gebeurt, zijn grote vochtplekken daar doorgaans het gevolg van. Plekken, soms tot echte gaten uitgegroeid, die hier en daar zelfs in het interieur zijn terug te vinden.
De stijl van de inrichting van de vakwerkkerken in de streek van de Der oogt niet echt rijk. De meeste kerken hebben een nauwelijks versierd interieur. Beelden ontbreken meestal, alleen een eenvoudige altaarschildering moet de aandacht trekken. Wel staan er hier en daar stille getuigen van de vele processietochten die hier werden gehouden, maar die onder invloed van de ontvolking van het platteland al jaren geleden zijn afgeschaft. Enkele kerken hebben wel mooie laat-gotische glas-in-loodramen. Josette Seurat: ,,We zijn hier immers in de streek waar de beroemde glas-in-loodkunstenaars van de School van Troyes hebben gewerkt!''
Opvallend vanwege zijn vensters is bijvoorbeeld de St. Philippe in het doodstille dorpje Lentilles. Dit is een van de weinige kerken waar de houten schildjes boven het voorportaal van de westgevel zijn gehandhaafd, maar ook anderzijds is de kerk nog in goede conditie. De St. Philippe, waarvan de bouw in de 16de eeuw werd aangevangen, kent als enige kerk in dit gebied ronde ramen. Hoog tegen het plafond van het koor aangebracht, geven ze een spaarzaam licht (want uit het oosten afkomstig) op het kale interieur. Josette Seurat: ,,Voor de restauratie van 1975 was al het hout in het interieur met gips en steen afgedekt. Ooit, waarschijnlijk in de 19de eeuw, vonden de boeren namelijk dat de kerk van binnen zo armoedig oogde. Met eenvoudige middelen is er toen een soort lambrizering aangebracht. Met de restauratie is het interieur in de oorspronkelijke staat teruggebracht. En dan zie je ook plotseling het hele vakwerkgeraamte staan. Een belangrijk element in deze kerken is hier duidelijk te zien: de vakwerkkerk kent geen zijbeuken, er is meestal een eenvoudig schip dat uitkomt op een koor. De zijmuren zijn daardoor zelfdragend, er komen, anders dan bij de gotische kathedralen, geen steunbogen aan te pas.'' In feite is dit soort bouw heel fragiel. De klokkentoren en andere spitsen kunnen nooit heel hoog worden opgetrokken, binnen heerst een sfeer van gedruktheid en nederigheid. Alleen de kerk van Outines, die een vierkant schip heeft en met zijn lengte en breedte van 35 bij 15 meter en een hoogte van 14 meter tot de grootste in zijn soort wordt gerekend, ontsnapt aan die drukkende somberte. Desalniettemin doet het schip duister aan, vooral omdat hier geen vensters zijn. Het schip doet nog het meest denken aan de reusachtige houten markthallen die in deze streek op verschillende plaatsen zijn te vinden en die ook tot de vakwerkarchitectuur moeten worden gerekend.
Dwars door het gebied van de Der, dat zich uitstrekt over de drie departementen Aube, Marne en Haute-Marne, is een route uitgezet langs de vakwerkkerken ('églises à pans de bois' in het Frans) en langs kerken met bijzondere glas-in-loodramen) uit de 16de eeuw. De kerken worden in het weekend en vanaf mei ook door de week in nachtelijke uren aangeschenen. Informatie bij de VVV van het Lac du Der in Giffaumont, tel. 03-26726280.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.