Van een onzer verslaggeefsters LEIDEN - “Alleenstaande mannen krijgen een blauw kaartje. Die stoppen we dan in deze vakjes, zodat we een overzicht krijgen van de kamerbezetting hier op het opvangcentrum.” De woorden van de OC-medewerker lijken niet tot de gymnasiasten door te dringen. Afwezig staart de een in het nog half gevuld kopje thee, terwijl de ander verveeld de ribbeltjes van een plastic bekertje probeert in te drukken.
In het kader van het scholenproject 'Leiden verrassend bevolkt' brengen de tweede en derdejaars havo-leerlingen en VWO'ers van het Leidse Dr. W.A. Visser 't Hooft Lyceum deze week een bezoek aan het Opvangcentrum voor Asielzoekers Leiden. Eerder kregen de ruim 225 leerlingen op school al les over het beleid, de vooroordelen en discriminatie waarmee vluchtelingen worden geconfronteerd.
Maandagochtend is het voor gymnasium-klas 2A tijd om een kijkje in de praktijk te nemen. Om kwart voor negen stappen de jongeren en docenten uit de touringcar. Nog wat slaperig volgen ze OC-voorlichtster Kamla Balak naar de vergaderzaal. De eerste stop is bij de administratie, waar een medewerker het kaartensysteem uitlegt waarop de kamerbezetting wordt bijgehouden. “In totaal zitten hier zo'n 800 mensen in het opvangcentrum. Er zijn 80 gezinnen, waarvan de grootte varieert tussen de 3 en 11. “Dan heb je een groot huis nodig”, merkt een van de scholieren op.
Gehoorzaam volgen ze Balak naar de gymzaal. “Ik heb deze week wat geleerd”, smoest Steijn Berkouwer tegen zijn vriendje. Een onverstaanbaar woord wordt ten gehore gebracht. “Dat is Turks voor ik hou van je.” Het vriendje kijkt hem 'verschrikt' aan en begint te lachen.
“Ik vind het wel leuk”, zegt scholiere Djoelke Leeuwenhoek. “Ik ben hier nog nooit eerder geweest. Wat ziet het er trouwens vrolijk uit met al die versieringen aan de muren.”
De deur van de gymzaal valt dicht. “Moet je kijken”, zegt Christine van Oortmerssen. Ze stoot Djoelke aan en wijst naar de deur waarop een geel blaadje prijkt met slechts twee kleine woordjes: de deur. Het roodharige meisje begint te giechelen. “Dat ze dat niet weten.”
Al snel wordt het stil in de zaal. De scholieren luisteren aandachtig naar de woorden van teamleider Maarten Reissenbosch die uitlegt wat er op de basisschool allemaal gebeurt. Het blijkt dat het leerinstituut geen 'gewone' school is zoals de meeste mensen die kennen. “Kinderen blijven hier ontzettend kort. Soms twee weken, soms zes weken”, zegt Reissenbosch. “Dan kun je niet zegen: 'Laten we het rekenboek erbij pakken en sommetjes maken'. We leren ze simpele dingen zoals zitten, opstaan, raam openmaken en stil zijn. Alleen al in de eerste week leren ze 200 woorden.”
De jongeren blijven stil. “Kom op zeg”, roept geschiedenislerares Lies Pijl. “Jullie hadden daarstraks nog vragen. Nou?” Woorden blijven echter uit.
Nog voordat de groep de school verlaat, lopen ze langs een kleuterklas. “Dag, dag”, roepen de kleintjes terwijl ze driftig met hun handjes zwaaien. Onder leiding van de lerares beginnen ze 'Dag Sinterklaasje' te zingen. Djoelke aanschouwt samen met vriendin Anneke van Heteren de gebeurtenis. “Weet je”, zegt Anneke. “Het is wel positief dat niet iedereen wordt toegelaten. Want Nederland is al heel vol. Maar hier zie je precies hoe zoiets gaat. Je ziet dat er niet zomaar aan wordt toegegeven dat iemand in Nederland mag komen wonen. Iedereen wordt onderzocht en zo blijven alleen de 'goeie' mensen over. Alleen vind ik wel dat het er hier wat fleuriger mag uitzien. Het is hier erg saai. Rechttoe rechtaan. En zo ontzettend klein.”
“Het lijkt me niet makkelijk”, vult Djoelke aan. “Deze mensen voelen zich nergens thuis. Niet in het land waar ze vandaan komen en niet hier.”
In een sneltreinvaart gaat de excursie verder naar de eetzaal. In tegenstelling tot de drukte van die ochtend, is het nu muisstil. Achterin de groep begint een scholier over de vele vooroordelen die Nederlanders hebben. “Toch belachelijk. Daar heb ik nou echt een hekel aan. Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Toch?”, zegt Anneke. Ik doe niet mee met die uitspraken hoor. Onzin!”
De groep verzamelt zich bij de bus. “Dit is het dan”, zegt Balak. “We gaan niet in de kamers kijken omdat we vinden dat dat aapjes kijken is. We willen deze mensen niet in hun privacy aantasten.” Anneke is een beetje teleurgesteld. “Ik vind het wel boeiend hoor. Maar ik had deze ruimtes toch wel graag willen zien. Eens kijken hoe ze werkelijk leven. We hebben zo weinig bekeken.”
Anneke, Djoelke en Christine vinden dat ze niet bijster veel geleerd hebben. Djoelke: “Ik had al zo'n idee hoe het er hier uit zou zien.” De anderen knikken instemmend. Een ding staat voor het drietal wel als een paal boven water: “Asielzoekers hebben het niet goed en niet slecht. Maar ze hebben het wel beter dan in eigen land.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.