Van onze correspondent BRUSSEL - Nederland hoopt het gisteren ondertekende verdrag van Amsterdam nog voor de verkiezingen van volgend jaar mei te ratificeren. In andere EU-staten zal het minder vlot gaan.
Mocht 'Amsterdam' ergens op verzet stuiten, dan is dat niet vanwege dingen die erin staan, maar vanwege de vele zaken die er níet in staan. In de maanden na de slopende Europese top is de teleurstelling gaan overheersen. Je moet wel heel veel van Europa houden om te zien wat Amsterdam meer te bieden heeft dan Maastricht.
De bevoegdheden van het Europees parlement werden uitgebreid, maar niet te veel. De samenwerking op het gebied van justitie werd versterkt, zij het mondjesmaat. Het buitenlands beleid van de Unie kreeg een gezicht, maar nog geen hart, laat staan spierballen. En wat het belangrijkste is: de EU-staten konden het in Amsterdam niet eens worden over de spelregels in een Unie met meer dan twintig leden, want die zullen we begin volgende eeuw hebben.
De teleurstelling over dat laatste punt hebben drie lidstaten uitdrukkelijk aan het verdrag toegevoegd. De gisteren in Amsterdam ondertekende tekst bevat een verklaring ondertekend door Frankrijk, Italië en België, waarin wordt aangedrongen op nieuwe onderhandelingen voordat er nieuwe lidstaten worden opgenomen.
Verklaringen bij een Europees verdrag zijn gebruikelijk. Maastricht had een lange lijst. In Amsterdam wist men het te beperken tot acht. Middels verklaringen kunnen lidstaten een uitzonderingspositie opeisen of aan de eigen kiezers duidelijk maken dat ook hun verkozenen weinig gelukkig zijn met de overeengekomen tekst. De verklaring van Frankrijk, Italië en België is geen oproep om tegen Amsterdam te stemmen. Ze laten integendeel weten dat het verdrag al voor de ondertekening alweer aan herziening toe is.
Eigenlijk vindt iedereen dat de huidige Unie van vijftien lidstaten al moeizaam opereert. Met de komst van mogelijk elf nieuwe leden, vooral uit Midden- en Oost-Europa, dreigt de Europese besluitvorming helemaal vast te lopen.
De oplossingen lagen voor de hand: vaker besluiten bij meerderheid, een kleiner dagelijks bestuur (de Europese Commissie) en een herverdeling van de stemmen in de raad van ministers. Maar uitgerekend op dat pakket maatregelen strandde Amsterdam. Wim Kok, die de top voorzat, was tevoren door onder anderen de Duitse bondskanselier Helmut Kohl gewaarschuwd dat een akkoord onmogelijk was. Kok probeerde het toch en beleefde een loodzware laatste nacht, waarin de dageraad maar niet doorbrak en de hervorming van de Unie goeddeels op de lange baan geschoven moest worden.
Dat is het probleem van 'Amsterdam'; in de lidstaten lopen de reacties op het verdrag uiteen van gematig positief (over de dingen die erin staan) tot 'niet boos maar verdrietig' over de zaken die in het verdrag niet zijn opgenomen.
In landen als Nederland, waar het parlement verdragen ratificeert, zal die lauwe stemming verder geen gevolgen hebben. Het verdrag kan door de Kamer zijn voor die in het voorjaar wordt ontbonden. Maar er zijn ook enkele lidstaten die verplichte referenda kennen, waaronder Denemarken en Ierland, en andere landen die tot een referendum kunnen besluiten. Op het oog zijn er weinig redenen om tegen dit nieuwe verdrag te stemmen, dat zo weinig verschilt van het nu geldende 'Maastricht'. Maar probeer een opstandige Deen maar eens uit te leggen waarom hij vóór Amsterdam moet zijn!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.