Van onze correspondent ZWOLLE - Criminaliteit, drugs, langdurige werkloosheid en segregatie van wijken vormen in middelgrote steden aanzienlijke problemen, maar ze zijn nog wel op te lossen. Als de vijftien steden hun kaarten op preventie zetten, zijn “fatale concentratie-effecten” als in de grote steden te voorkomen. De komende tien tot vijftien jaar zullen beslissend zijn.
“De aard en omvang van de problematiek in de vijftien steden bieden aanknopingspunten voor oplossing en preventief beleid kan voorkomen dat ernstiger situaties ontstaan”, stelt de visitatiecommissie voor het grote-stedenbeleid in haar gisteren gepresenteerde eindrapport. De onafhankelijke commissie onder leiding van Elco Brinkman heeft door middel van gesprekken en rapportages onderzocht hoe de vijftien steden (Arnhem, Almelo, Breda, Den Bosch, Deventer, Eindhoven, Enschede, Groningen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zwolle) invulling geven aan het grote-stedenbeleid. De steden hebben in het najaar van 1995 een convenant met het Rijk afgesloten om plaatselijk aan de slag te gaan met werk en economie, onderwijs, jeugd en veiligheid, zorg en opvang en leefbaarheid en veiligheid. Tot en met dit jaar is een kleine 400 miljoen gulden beschikbaar. Het grote-stedenbeleid bouwt voor op de sociale vernieuwing met als belangrijk verschil dat het probeert sociale en economische doelen te verbinden.
Op een conferentie in Zwolle benadrukte minister-president Kok nog eens dat “de grote uitdaging waar we de komende jaren voor staan het vergroten van de maatschappelijke participatie en het voorkomen en beperken van sociale uitsluiting is”.
Een samenhangende aanpak van problemen blijkt ook noodzakelijk omdat met allerlei op zichzelf staande projecten te weinig resultaat wordt geboekt. De werkloosheid bijvoorbeeld is door de economische groei afgenomen, maar in achterstandswijken is daarvan nauwelijks iets te merken. Hetzelfde geldt voor de positie van allochtonen in de middelgrote steden. De visitatiecommissie heeft een “zorgwekkende verharding en vergroting waargenomen van de grootstedelijke problematiek”, zoals schooluitval, langdurige werkloosheid en (jeugd)criminaliteit. “De problemen van de vier grote steden, zoals het ontstaan van zwarte en witte scholen en het systematisch infiltreren van criminaliteit binnen allochtone jeugd, bereiken langzaam maar zeker ook de vijftien steden”, aldus de commissie.
Concrete resultaten zijn met het grote-stedenbeleid nog weinig geboekt omdat de meeste gemeenten nog in de fase zitten van het plannen maken en aanpassen van de organisatie. Dat weerhield commissievoorzitter Brinkman er gisteren niet van om de gemeentebesturen te melden dat zij 'geslaagd' zijn voor hun (theorie)examen. Om er direct aan toe te voegen dat “het echte werk nu pas begint” en dat het grote-stedenbeleid “een zaak van lange adem” is.
Meerjarenbeleid
Uit het onderzoek komt een beeld naar voren van het grote-stedenbeleid als een 'projectenmachine' die in grote haast is gestart. De steden zelf moeten - als dat nog niet gebeurd is - een meerjarenbeleid ontwikkelen om te voorkomen dat de aanpak verzandt in goedbedoelde projecten. Samenwerking met het bedrijfsleven en met de sociale partners is daarbij van groot belang, onderstreepten gisteren zowel de minister als de staatssecretaris van binnenlandse zaken, Dijkstal en Kohnstamm. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat arbeidsbureaus en onderwijsinstellingen meer betrokken raken bij het grote-stedenbeleid.
De middelgrote steden willen met het Rijk een investeringscontract voor de komende vier jaar afsluiten. De centrale overheid zou per jaar een miljard gulden moeten fourneren waarvan de gemeenten de besteding achteraf verantwoorden, in managersjargon “op worden afgerekend”. Premier Kok kreeg gisteren een memorandum voor de kabinetsformateur aangeboden, waarin de steden pleiten voor een meerjarige verplichtende aanpak, waarbij incidentele mee- of tegenvallers voor de schatkist geen rol meer spelen. De boodschap voor het volgende kabinet is dat “investeren in steden investeren in een moderne samenleving is: ieder miljoen dat het kabinet nu in onze steden stop, levert het driedubbele op”.
In het kader van de economische structuurversterking is de komende twaalf jaar in totaal drie miljard gulden voor het grote-stedenbeleid beschikbaar, liet minister Dijkstal gisteren weten. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat Nederland een “legitieme claim” op Europese structuurfondsen kan leggen die tot nu toe vooral voor regio's zijn bedoeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.