Ooit een onschuldige zwavelmijn, vandaar de naam: Soufrière. Na drie jaar dreigende paddestoelen als van atoombommen te hebben uitgespuugd, die uiteen kletterden in zwarte stenen- en asregens op het eens zo frisse en welvarende Caribische eilandje Montserrat, leek de naam een verborgen voorspelling te hebben bevat: Elle fait Soufrir, c'est Sure; ze doet lijden, dat is zeker.
Zwarte wolken stijgen tot tien kilometer hoogte en as regent neer op buureilanden als deze werkende vulkaan Soufrière weer eens ontploft, wat twee of drie keer per jaar het geval is en dat al bijna drie jaar lang. Luchtverkeer in de wijde omgeving wordt dan stilgelegd, cruiseschepen in het Caribische gebied verleggen haastig hun koers. Dat er nog sprake is van menselijk leven op Montserrat, houden bewoners van omliggende eilanden na iedere eruptie niet meer voor mogelijk, en toch is het er, al is het uitsluitend nog op het uiterst noordelijke puntje, en in de vorm van nog maar een kwart van de oorspronkelijk 12 500 zielen tellende bevolking. De verbazing van Montserrats buren wordt gedeeld door het korps hulpverleners dat door moederland Groot-BrittanniĆ« op de kolonie-in-crisis afgestuurd is, voornamelijk om toezicht te houden op de besteding van Britse hulpgelden. De Montserratianen zien het geld, circa 40 miljoen pond per jaar tot nu toe, het liefst naar heropbouw gaan. “Ze zijn optimistischer over een toekomst voor dit eiland dan wij. Aan heropbouw beginnen we niet zolang de vulkaan tekeer blijft gaan”, zegt een Britse accountant, die, uit vrees voor verslechtering van de toch al gespannen verhouding tussen Montserrat en het Britse Koninkrijk, anoniem wil blijven. “We zijn na de eerste eruptie begonnen met duur herstel, alleen maar om te zien dat wat we gerepareerd hadden, bij een volgende eruptie weer kapotging. De Montserratianen die hier nog zitten houden we in leven, that's all, en dat is al duur genoeg. Inkomsten uit handel zijn er niet meer. Ondernemende Montserratianen zijn allang vertrokken om elders opnieuw te beginnen. Die hier nu nog zitten, mogen ook naar Engeland en daar blijven zolang de crisis duurt, maar ze kiezen ervoor te blijven en over the British te klagen”, meesmuilt de accountant.
Tientallen kleine en drie enorme erupties hebben het grootste deel van Montserrat met een aslaag bedekt die hier en daar twee meter hoog is. Van het toch al minuscule eiland - Montserrat is pakweg 20 kilometer lang en 10 kilometer breed - is nog maar een kwart bewoonbaar. Tijdens de eerste grote eruptie, in september 1995, ging hoofdstad Plymouth verloren. Voorgoed, naar het zich laat aanzien: alleen een paar punten van daken steken nog boven een grijze asvlakte uit. De 3000 inwoners hebben de ramp allemaal overleefd: ze waren een half jaar eerder al noordwaarts gevlucht voor de stenenregens die aan de eruptie voorafgingen. De gehele zuidelijke helft van het eiland werd tot 'Danger Zone' en onbewoonbaar verklaard. Bij de tweede grote uitbarsting van Soufrière, een jaar later, werden alle dorpen in St. George's Parish, in centraal-Montserrat van de aardbodem weggevaagd. Vele tonnen as en stenen stoot Soufrière bij ieder van haar erupties uit: valleien in centraal-Montserrat zijn er bijna tot aan de bovenranden mee opgevuld geraakt. Met een haven in de 'Danger Zone' en een vernietigd vliegveld is er nu alleen een veerpontje naar het eiland Antigua. Steeds meer Montserratianen verliezen na nieuwe erupties de moed: de pont naar de buitenwereld zit steeds voller en de pont terug wordt leger. In een vaart van twee procent van de bevolking per week stroomt het eiland langzaam verder leeg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.