*

 
dossier

Archief

Beademingspatiënte strijdt tegen vergunning voor parkeerterrein

Door: redactie − 28/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers 's GRAVENDEEL - Betsy Verschoor uit 's-Gravendeel is longpatiënte. Haar rechterlong functioneert niet meer en haar totale longinhoud bedraagt minder dan een liter. Op een paar uurtjes na is ze 24 uur per dag veroordeeld tot haar beademingsapparaat. Haar leefruimte wordt daardoor begrensd door de muren van de huiskamer. Alleen 's zomers, als het weer het toelaat, zit ze soms een paar uurtjes buiten op haar terras.

Of het er deze zomer nog van zal komen, is zeer de vraag, want medio vorig jaar werd pal achter haar woning, aan de voorheen doodlopende Kerkstraat in 's Gravendeel, een parkeerterrein voor zestig auto's opengesteld.

Sindsdien waagt mevrouw Verschoor (55), zich niet meer buiten de deur, bang als ze is de kooldioxide van voorbijkomende automobilisten in te ademen. En ook binnen voelt ze zich niet langer beschermd tegen de schadelijke uitlaatgassen.

De eigenaar van het terrein, een plaatselijke exploitant van modezaken en de gemeente 's Gravendeel zeggen er alles aan te hebben gedaan om de overlast voor mevrouw Verschoor te beperken, maar zelf denkt ze daar heel anders over. Met een strijdlust die eigenlijk niet past bij een vrouw in haar conditie weigert ze de status quo te accepteren. Via haar zaakwaarnemer en een pro-deo advocate heeft ze inmiddels beroep aangetekend bij de Raad van State tegen de door de gemeente verleende uitritvergunning.

Volgens burgemeester M. Salet van 's-Gravendeel had Betsy Verschoor zich de gang naar de bestuursrechter kunnen besparen. De gemeente valt immers niets te verwijten.

“Wij hebben ons uiterste best gedaan om zo zorgvuldig mogelijk te handelen”, zegt ze. “En in alle bescheidenheid vind ik dat we daarin ook zijn geslaagd. Natuurlijk is het vervelend voor mevrouw Verschoor, maar wij konden als gemeente die uitritvergunning niet weigeren op grond van haar slechte gezondheid. Alleen als de verkeersveiligheid in het geding zou zijn, hadden we nee kunnen verkopen.”

A. Saarloos, de zaakwaarnemer van Betsy Verschoor, ziet daarentegen voldoende aanknopingspunten om 'de gemeentelijke dwaling' bij de bestuursrechter alsnog ongedaan te maken.

Hij wijst op de vele procedurefouten die de gemeente zou hebben gemaakt: het niet tijdig ter inzage leggen van de processtukken, het overleggen van een onvolledig dossier, een niet onpartijdige hoorzittingscommissie en het afwijzen van bezwaarschriften op oneigenlijke gronden. “Maar het belangrijkste is dat de gemeente in strijd met haar eigen bestemmingsplan heeft gehandeld”, zegt Saarloos. “Het terrein waar de parkeerplaatsen zijn aangelegd, heeft een agrarische karakter volgens dat bestemmingsplan.”

“Klopt”, bekent burgemeester Salet. “Maar wij hebben die uitritvergunning verleend op basis van de algemeen plaatselijke verordening en zijn vervolgens een vrijstellingsprocedure inzake het bestemmingsplan begonnen. Daartegen is mevrouw Verschoor niet in beroep gegaan, ondanks dat wij haar hierover per brief in kennis gesteld hebben.”

Zakenman T. Voorwinden, eigenaar van het parkeerterrein, doet er liever het zwijgen toe. “De gemeente heeft ons toestemming gegeven. Voor de rest bemoei ik me er niet meer mee.”

Om de overlast voor mevrouw Verschoor te beperken heeft hij een slagboom laten neerzetten om twee richtingsverkeer te voorkomen. Meer kon en kan hij niet doen, vindt hij.

Een poging de zaak in een eerder stadium in der minne te schikken, mislukte. Volgens Betsy Verschoor, omdat Voorwinden haar onder druk zou hebben gezet door te dreigen met een rechtzaak; volgens de zakenman, omdat zijn plaatsgenote niet voor rede vatbaar was.

“Ik vind het jammer zoals het is gelopen. Wij hebben nooit eerder problemen gehad in deze buurt, ook niet met Betsy.” Voorwinden gruwt van alle publiciteit rond deze zaak, vooral voor zijn moeder. “Als die hierover leest, is ze er nog beroerder aan toe dan Betsy Verschoor.”

De verlopige verliezer van de bestuurlijke strijd in 's-Gravendeel heeft haar hoop gevestigd op de Raad van State. “Wellicht is die menselijker dan de gemeente. Als ik mijn gelijk niet haal, rest mij niets anders dan te verhuizen. Maar dat wil ik helemaal niet. Ik woon hier al veertig jaar. Het huis is volledig aangepast. Mijn zuster zorgt voor me en ik heb al mijn sociale contacten hier. Vroeger was dit een rustig plekje. Reed er hooguit twee keer per dag een tractor met melkbussen of een gierton langs. Ik kan u zeggen dat ik duizendmaal liever de geur van mest inadem dan kooldioxide.”

mailIcon print |