*

 
dossier

Archief

Bolkestein heeft 'nationale' belang te eng uitgelegd

PIET BUKMAN − 08/03/95, 00:00

De auteur is CDA-lid van de Tweede Kamer.

Er zijn veel redenen om onze rol in de wereld kritisch te bezien. Er is nogal wat veranderd.

De Oost-West-tegenstelling, die de naoorlogse wereld zo overzichtelijk maakte, is verdwenen. De kans op een groot conflict is veel kleiner geworden, maar de kans op kleine conflicten veel groter; voorbeelden te over. De democratie is wereldwijd in opmars. De economie internationaliseert in rap tempo. Er wordt hard gewerkt aan meer vrijhandel. Intussen blijft er armoede op grote schaal; de verschillen tussen de uitersten in welvaart worden groter. Een flink aantal ontwikkelingslanden ontworstelt zich aan het moeras. Helaas blijven er ook vele vastgezogen zitten in de zompige bodem.

Er is de laatste tijd dus veel echt veranderd; evenzovele motieven voor een grondige herijking van ons buitenlandbeleid; inclusief defensie, inclusief ontwikkelingssamenwerking en inclusief handelspolitiek. Bij die herijking van het beleid gaat het om veel doelen tegelijk. Het gaat om versterking van de Europese eenwording; het gaat om het bevorderen van internationale veiligheid en stabiliteit; het gaat om het bevorderen van een duurzame sociaal-economische ontwikkeling, met name in ontwikkelingslanden. ün het gaat bij dat alles ook om ons nationale belang, want dat ís er natuurlijk. Het werd in het verleden ook altijd nagestreefd en dat mag zo blijven; misschien wel in versterkte mate. Belang is geen vies begrip; en wederzijds belang nog veel minder. Want om dat wederzijdse belang draait veel.

Vervolglijn

De heer Bolkestein heeft aan dat nationale belang de laatste weken veel aandacht gegeven. Dat mag. Hij heeft dit punt opgehangen aan ontwikkelingssamenwerking en aan de kosten van de Europese Unie.

Wat ontwikkelingssamenwerking betreft - door Bolkestein nog vrij systematisch 'hulp' genoemd - het volgende. In het nastreven van economische vooruitgang in ontwikkelingslanden zit al veel nationaal belang verwerkt. Bijvoorbeeld via dat deel van het hulp, dat gebonden hulp heet.

Maar er is meer. Ik denk aan de ontwikkeling van 'normale' economische betrekkingen als voortzetting van een ontwikkelingssamenwerkingsrelatie. Er moet wellicht systematischer aan die vervolglijn verder worden gewerkt, zodat het partnerschap op basis van wederzijds belang meer beeldbepalend wordt. Dat geeft dan ook weer meer garantie voor continuïteit dan een eenzijdige, minder volwassen hulprelatie, die door haar eenzijdigheid politiek extra kwetsbaar is.

Overigens, niemand kan volhouden dat economische groei, minder armoede, een betere voedselsituatie, een betere volksgezondheid, meer aandacht voor mensenrechten en waar het bij ontwikkelingssamenwerking verder om gaat, niet in het belang van Nederland zouden zijn. Nog afgezien van ideële motieven om deze dingen na te streven. Ook die spelen een rol.

Intussen blijft het geboden de kwaliteit van onze inspanningen op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking te verhogen. Een paar suggesties:

- We kunnen ons op een kleiner aantal landen en sectoren concentreren. Nu werkt Nederland met meer dan 50 landen samen. Nederland moet de nadruk leggen op samenwerking op die terreinen waar het over specifieke kennis en deskundigheid beschikt. Hierbij mag natuurlijk worden gekeken naar de economische belangen van Nederland.

- Alleen met landen waar een goed bestuur bestaat en een goed sociaal-economisch beleid wordt gevoerd moet een langdurige ontwikkelingsrelatie worden aangegaan.

- Nadruk op investeren in mensen en menselijke mogelijkheden: onderwijs, gezondheidszorg, bevolkingspolitiek etc.

- Nadruk op infrastructuur.

- Sterker dan nu het geval is moet de overheid particulier initiatief stimuleren. Een geïntegreerd beleid, waarbij de verschillende betrokken ministeries (BZ, EZ en Financiën) samenwerken met bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties, moet leiden tot landenbeleidsplannen waarin de activiteiten onderling zijn afgestemd.

- Meer nadruk op wederzijds belang van donor en ontwikkelingsland. Een volwassen gelijkwaardige relatie is slechts mogelijk in geval van wederzijds belang.

Netto-betaler

En dan de financiële afdrachten aan de Europese Unie, kennelijk een steen des aanstoots voor de heer Bolkestein. Ik durf daar niet zonder meer aan toe te voegen: én voor de VVD. Want daar is tegenwind opgestoken. Maar goed, de stem van de leider is toch zeer relevant.

In de wereld volgens Bolkestein moet er wat gedaan worden aan onze EU-bijdrage, want we zijn netto-betaler geworden. Nota bene, na enkele tientallen jaren netto-ontvanger te zijn geweest. Dat maakt Bolkesteins klacht wel erg ongeloofwaardig. Dat blijkt ook uit uitlatingen van andere lidstaten.

Bovendien is deze omslag sterk bepaald door een aantal beleidsbeslissingen van de EU waar ook de VVD haar goedkeuring aan heeft gegeven. Bolkestein zet Nederland wel een beetje te kijk met zijn opvatting. Premier Kok vindt dat onze Europese houding niet alleen gebaseerd moet zijn op de overheidsboekhouding. En hij heeft gelijk. Hoe zou Nederland er als exporterend land vandaag de dag bij liggen zonder EU? Hoogstwaarschijnlijk grauw, desolaat en met een nog veel grotere werkloosheid. Moet er dan niet zorgvuldig met de centen worden omgegaan? Natuurlijk wel! Net zoals in Nederland. Maar het is te goedkoop de Europese samenwerking te ondermijnen, omdat die te duur zou zijn!

Zeker, het Europese budget groeit gemakkelijk; gemakkelijker dan het nationale en dus is streng toezien op de rechtmatigheid en op de doelmatigheid van de uitgaven geboden. Dit boekhoudkundig moment uitkiezen voor kritiek lijkt plausibel, maar draagt geenszins bij aan onze overtuigingskracht in Europa. Evenmin als onze ontwikkelingssamenwerking-inspanning verlagen tot 0,7 procent van ons BNP, in de hoop dat andere landen daardoor worden overtuigd, dat zij omhoog moeten naar 0,7 procent.

Ergo: alleen op basis van geloofwaardig nationaal beleid kan worden bijgedragen aan geloofwaardige internationale besluitvorming.

mailIcon print |