Rechtsgevoel (1) Dinsdagavond 6 januari, 21.00 uur, 9 uur na de uitspraak in de zaak Tjoelker. Het Journaal, Netwerk, het is allemaal net achter de rug en alle journalisten hebben hun objectiviteit laten varen om hun machteloze woede te uiten. Terecht. Vandaag mocht het, want iedereen had hetzelfde gevoel.
Iedereen? Nee, een klein groepje schreeuwers zal zoals gewoonlijk het beleid na Tjoelker wel weer bepalen. De advocaten, die allemaal leven van het vrijpleiten van de grootste criminelen. De politici, die allemaal bang zijn hun nek uit te steken uit angst voor een fascist te worden versleten. Amnesty International, dat vindt dat misdadigers niet zwaar mogen worden gestraft omdat ze anderen voor het leven hebben getekend.
Wie durft het in vredesnaam aan om te zeggen wat de grote massa denkt en wat je in de kroegen, bij de verenigingen en tijdens de gesprekken met collega's op het werk hoort? Ik citeer uit de mond van mensen uit mijn omgeving: “De politie moet veel meer bevoegdheden hebben.” “Schoten ze maar eens een paar openlijke geweldplegers zonder pardon dood, dan was het wel afgelopen.” “In gevangenissen hoort tucht te heersen, niet de televisie en de drugs.” “Als de politie niet durft in te grijpen, mag je dat dan wel van burgers verwachten?”
Wat is het resultaat van deze machteloze woede? Zolang extreem-rechtse politieke partijen in Nederland niet geleid worden door intelligende mensen (zoals in Belgiƫ wel het geval is), komen we er nog goed af. De grote partijen hebben al ruim vijftien jaar de kans gekregen op een correcte manier adequaat te reageren en moeten dat tijdens de komende verkiezingen eindelijk eens doen. Anders vrees ik dat er dan toch intellectuelen opstaan die een politieke kleur kiezen die eerder zwart is dan paars.
De bevolking heeft het geitenwollensokkendenken (“Ach, hij heeft zo'n moeilijke jeugd gehad...”) al lang los gelaten. De ministers Sorgdrager en Dijkstal moeten na Tjoelker en al die andere (politie-)incidenten van de afgelopen maanden hun conclusies trekken: òf ingrijpen, òf aftreden. De Tweede Kamerleden moeten vragen stellen, ministers aan het werk zetten of wegsturen en wetten aanscherpen. In mijn ogen - en ongetwijfeld in die van velen - moet ieder Kamerlid dat de komende dagen zijn of haar mond houdt heel snel plaats maken voor wie wel de (soms controversiĆ«le) standpunten van de meerderheid van het Nederlandse volk wil verwoorden. Het geduld zal anders heel snel op zijn. Best E. Bootsma
Rechtsgevoel (2) De rechterlijke uitspraak in de zaak-Meindert Tjoelker beledigt het rechtsgevoel. Terwijl er onbetwistbaar sprake is van doodslag of zware mishandeling de dood ten gevolge hebbende, is de rechter niet in staat de schuldige(n) te vonnissen, en dat om een formele reden die niemand overtuigt. De schuldigen zijn bekend, maar blijven vrijwel ongestraft.
Het falen van Justitie is des te schrijnender omdat het hier een prachtkerel betrof - een die het lef had het schorem aan te spreken en ernst maakte met de sociale controle waar zo vele melkmuilen van achter hun bureau wanhopig om roepen. Het zich angstig verschuilen achter de letter van de wet.
Justitie moet oppassen, het laatste restje respect van het Nederlandse volk te verliezen. Iedereen herinnert zich nog de gouden handdruk, de heenzendingen vanwege volle cellen, iedereen voelt zich bedreigd door de toegenomen criminaliteit. Deze uitspraak moet de D66-minister en haar partij, die toch al imago-problemen heeft, wel zeer ongelegen komen. WaalreIr. J. A. Klaassen
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.