Maakt het wat uit of de vakbond voor je loon zorgt of niet? Dat is een vraag die in Europa een heel andere lading heeft dan in de Verenigde Staten. In de VS bestaat een duidelijke tweedeling; de sector met en de sector zonder vakbond. Als de vakbond de loononderhandelingen doet, ben je lid van de bond, anders niet. Om onderhandelingen te mogen voeren, moet een vakbond in een speciale stemming dat recht verwerven. Bij winst heeft de bond dan meteen het alleenrecht van vertegenwoordiging, en is de werkgever verplicht met de bond te onderhandelen. Vakbonden zorgen voor duidelijke zichtbaarheid voor de leden, en lonen die vijftien tot twintig procent hoger zijn dan in de sector zonder vakbond.
In Nederland kun je wel onderscheid maken tussen de sectoren met en zonder cao, maar dat valt niet samen met het verschil tussen wel en niet lid zijn van een vakbond. Meer dan driekwart van de beroepsbevolking valt onder een cao, terwijl maar iets meer dan een kwart lid is van een vakbond. Wettelijk is er in Nederland veel meer vrijheid, en vrijblijvendheid, dan in de VS. Wie zin heeft, kan een vakbond oprichten en proberen met een werkgever te onderhandelen, en het staat die werkgever vervolgens vrij om daar al of niet op in te gaan. Hij is ook vrij om met meer dan één vakbond tegelijk te onderhandelen. Zodra echter een vakbond tekent, is de cao geldig voor elke werknemer. Zelfs werknemers die geen lid zijn van een bond kunnen bij de rechter aanspraak maken op de cao.
Gecorrigeerd voor de invloed van opleiding, leeftijd en geslacht zijn de loonverschillen tussen sectoren in Nederland gering. De lonen onder een bedrijfstak-cao zijn nagenoeg gelijk aan de lonen onder een ondernemings-cao; lonen in sectoren die vallen onder een Algemeen verbindend verklaring (AVV) en in een sector zonder cao zijn zo'n vier procent lager. Dat zijn drie interessante conclusies tegelijk. Er is in de economische literatuur een invloedrijke theorie gepubliceerd die voorspelt dat onderhandelen op bedrijfstaksniveau tot hogere lonen leidt dan onderhandelen op ondernemings-cao. Dat blijkt dus niet juist. Er blijkt geen (groot) gat te zitten tussen sectoren met en zonder cao, zoals wel het geval is in de VS. De sector met AVV heeft hetzelfde loonpeil als de sector zonder cao. Het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat in de AVV-sector de lonen zonder die AVV beduidend lager zouden liggen. Maar met AVV zijn de lonen niet hoger dan in de sector zonder cao.
Het hoogste management van een bedrijf valt nooit onder de cao. Aan de onderkant vallen er ook allerlei categorieën buiten, zoals (ten tijde van ons onderzoek, in 1991) oproepkrachten en deeltijders. Vergelijk je alleen met werknemers die daadwerkelijk onder de cao vallen, dan is er geen loonverschil tussen een bedrijfstak-cao en geen cao. De ondernemings-cao komt iets lager uit, de AVV-sector beduidend lager (acht tot dertien procent).
Zou je de greep van de cao naar boven uitbreiden, dan zou managementpersoneel beduidend verliezen (een procent of twaalf), terwijl bij uitbreiding aan de onderkant werknemers beduidend zouden winnen (wel zeventien procent, in onze schatting).
Het antwoord op de gestelde vraag is dus als een kruiswoordpuzzel. Verticaal: behoorlijk. Horizontaal: nauwelijks.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.