Ondanks het feit dat ik de felle discussie over kinderopvang om de zoveel tijd weer zie opkomen (en ondergaan), doet het toch iedere keer nog pijn als ik het emotionele debat lees dat op dit moment in Trouw gaande is over de voors en tegens van crèches. De auteur is hoofdleidster van het kindercentrum Dientje in Den Haag
Waar hebben wij het over: het kind. En het kind is precies de drijfveer die ons, leidsters van dagverblijven, op de been houdt. Concreet: als wij merken dat het met één van onze kinderen niet goed gaat, wordt dat eerst intern besproken (we houden maandelijks pedagogische besprekingen over al onze kinderen) en dan met de ouders. Als de situatie daar te kritiek is - immers, sommige ouders dreigen bij voorzichtig onderzoekende vragen al snel hun kinderen van de crèche te halen - zoeken we gesprekspartners in hun omgeving of bij de vertrouwensarts en blijven zo dicht mogelijk bij het kind totdat we zeker weten dat er een goede oplossing is gevonden.
Oma
Dus: wat een argumentatie van mevrouw Lodewijks-Frencken als ze stelt dat oma veel beter een kind in nood een paar dagen mee naar huis kan nemen dan dat een crècheleiding zich erover ontfermt.
Als oma de situatie in het gezin niet diepgaand verandert, schiet het kind met een paar dagen afwezigheid van thuis maar weinig op. Dit in tegenstelling tot het dagverblijf waar het kind een paar dagen per week structureel uit de niet-gezonde situatie thuis gehouden kan worden.
En hopelijk - tenminste dat is ons grote streven - kan dit kind hier bij ons ervaren dat er nog veel andere mogelijkheden zijn om de broodnodige positieve ervaringen op te doen. Ook weet ik wel zeker dat onze ouders juist door de dagelijkse contacten met andere ouders kunnen ervaren dat de omgang met hun kind soms veel beter en vooral anders kan.
Wat me erg raakt is de laatste zin uit de reactie van mevrouw Lodewijks-Frencken waar ze de crèche-ouders en Trouw-redacteuren Barbara Berger en Wildried van der Bles (Podium, 30 januari) verwijt onfatsoenlijk te zijn door hun provocerende stelling dat er in creches - in tegenstelling tot gezinnen - nog geen kinderen zijn vermoord.
Mocht dat ooit wel gebeuren, dan zou mevrouw Lodewijks-Frencken zelf nooit zo onfatsoenlijk zijn, stelt zij, om dit gegeven in haar strijd tegen de kinderopvang in te zetten. Moge God of welke voorzienigheid dan ook verhoeden dat mevrouw Frenken ooit de gelegenheid krijgt om deze argumentatie in haar gevecht te gebruiken. Want hoe je het wendt of keert, wij horen er samen met de ouders voor de kinderen te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.