*

 
dossier

Archief

Uit BRIEVEN van lezers

Door: redactie − 19/01/96, 00:00

Klopjacht Als een klopjacht op de prins, zo ervaar ik de voorgedrukte brief van de Stichting kritisch faunabeheer op o.a. de achterpagina van Trouw d.d. 15-1-'96. Uiteraard mag de stichting kritiek hebben op het doen en laten van de prins.

Maar schrijf het hem dan namens de leden. Om alle leden en iedereen te mobiliseren en zo een klopjacht op de prins te organiseren is beneden de maat en de stichting onwaardig. Hoe dan? Ga een open discussie aan met de jagers van Nederland. Maak niet die ene jager, onze prins Willem Alexander tot schietschijf. Dat is niet fair. Gieten Joh. van Til

Lesotho In verband met het auto-ongeluk en overlijden van de koning van Lesotho, Koning Moshoeshoe II (spreek uit Mosjwé-sjwé) wil ik de aandacht vestigen op de bijzonder interessante geschiedenis van koning Moshoeshoe I (1787-1870). Trouw van 16 januari geeft al een stukje geschiedenis van dit prachtige, ruige berglandje, waaraan mijn jongste dochter tussen twee haakjes de naam Lerato (liefde) heeft overgehouden. Moshoeshoe I was wat betreft menselijk inzicht, wijsheid en democratisch gehalte zijn tijd ver vooruit. In de chaotische periode die de nasleep was van Shaka Zulu's overheersings- en ontwrichtingspolitiek - de Difakane - vluchtte Moshoeshoe als jong stamhoofd met zijn clan naar het veilige rotsfort Thaba-Bosiu (Berg bij nacht). Dat tijdens deze tocht zijn oude grootvader Peete achterop raakte en door kannibalen werd weggevoerd geeft wel aan in wat voor bittere tijden Shaka's krijgszucht de omstreken had gebracht. Op dit rotsfort heeft Moshoeshoe zich staande weten te houden tegenover ontelbare vijandelijke aanvallen; door zijn leiderschap vormde hij ook een toevlucht voor andere op de vlucht geslagen groepen. Tezamen zijn zij door hem gesmeed tot de Basotho natie. Vandaar dat hij voor Lesotho de vader des vaderlands is. Almere L. Merkus

Belang van kind Op 16 januari plaatste Trouw een stukje van René Hoksbergen, hoogleraar adoptie aan de universiteit van Utrecht en directeur van het Adoptie centrum. Hoksbergen trekt scherp van leer tegen de notitie Leefvormen in het familierecht van staatssecretaris Schmitz. Hij meent dat men bij het treffen van juridische regelingen voor niet-traditionele gezinnen, zoals alleenstaanden en homoseksuele paren met kinderen, het belang van het kind veronachtzaamt. Voor een kind is het altijd beter om bij zijn twee biologische ouders te wonen, zo meent deze directeur van het Adoptie Centrum. Dat is natuurlijk onzin. Weliswaar kan men, denk ik, wel aannemen dat het prettig voor kinderen is om uit een 'normaal' gezin te komen, maar veel en veel belangrijker is het om ouder(s) te hebben die lief voor je zijn, veiligheid bieden en zo bijdragen aan je zelfvertrouwen. Iedereen weet dat leven bij de natuurlijke ouders hiervoor geen garantie is. Om het maar even bot te stellen: incest en kindermishandeling vinden veelvuldig plaats in deze zogenaamde 'normale gezinnen'.

Maar daar komt nog bij dat Hoksbergen zelf het belang van al die kinderen die in niet-traditionele gezinnen opgroeien, en dat zijn er vele, veronachtzaamt. Het is namelijk voor deze kinderen bijzonder belangrijk dat hun ouders (of ouder) voldoende juridische bescherming krijgen. De nota van Schmitz gaat daarin zelfs niet ver genoeg, door geen regeling tot co-ouderschap voor homoseksuele paren te regelen. Verliest een kind haar of zijn biologische moeder/vader, dan blijft de kans bestaan dat het ook de sociale moeder/vader verliest. Dat kan toch niet in het belang zijn van dat kind.

Het lijkt mij bijzonder schadelijk dat deze man doceert aan de universiteit over adoptie en directeur is van het adoptiecentrum. Kan daar niets aan gedaan worden? Amsterdam Eloe Kingma

Bisdomblad Naar aanleiding van uw reactie (Trouw 13-1-'96) omtrent een artikel in het Haarlemse bisdomblad het volgende: U wijst erop dat bisschop H. Bomers in het januarinummer van Samen Kerk zich verzet tegen de praktijk van samen (protestanten en katholieken) eucharistie of avondmaal vieren, “omdat wat christenen niet sámen geloven, zij ook niet zinvol samen kunnen vieren.” Ik wil u er op attenderen dat in ons bisdomblad nog andere dan de door u af en toe gesignaleerde geluiden naar voren worden gebracht. Wellicht zou u daaraan in de toekomst nog aandacht kunnen besteden. En, wat de oecumene betreft: Die kan - geloof ik - alleen vanuit en aan de basis groeien, waar christenen er geen behoefte aan hebben over foutieve oecumenische praktijken met elkaar in discussie te gaan. Heemstede Joke Forceville-van Rossum

Bisdomsblad (2) Wat jammer dat mgr. Bomers vlak voor de gebedsweek voor de eenheid van de christenen weer eens het waarschuwende vingertje opsteekt (Trouw 13 januari). Fundamentele geloofsverschillen over de sacramenten blijken nog steeds struikelblokken te zijn om samen te vieren. Mgr. Bomers: “Het oecumenisme gaat mij zeer ter harte, maar dan wel het goede oecumenisme.” Jarenlang ben ik bezig met het fenomeen 'Oecumene' en op één vraag heb ik nog steeds geen afdoend antwoord gevonden, nl.: Wat willen die JA-knikkende NEE-derlanders nu eigenlijk? Wij bidden wel vroom om eenheid, maar hopen van harte dat het niet zal plaatsvinden. Tenzij 'onze' kerk als bemiddelaar mag optreden...

Elke kerk heeft haar eigen beginselen en opvattingen, welke dikwijls met onjuiste en onbijbelse argumenten verdedigd worden; ze zijn soms zo dwingend, dat ze eerder verbitteren dan overtuigen. Kerken (als instituten) moesten zich eens wat minder met zichzelf bezighouden en zich veel meer met elkaar richten op de bouw van één geestelijk Huis! Wie de eenheid van de christenen oprecht begeert, stoort zich niet langer aan de grensbepalingen van kerkelijke instituten. Haarlem J. van den Dool

mailIcon print |