*

 
dossier

Archief

Gereformeerden dolen door hedendaags terra incognita naar volgend millennium

Door: redactie − 27/01/96, 00:00

Van een medewerkster DEN HAAG - Is er nog toekomst voor gereformeerden op de rand van het millennium? Zo'n zeventig mensen uit de gereformeerde gezindte trotseerden woensdagavond de bittere kou om in de Haagse Nebokerk te komen luisteren naar prof. dr. W. van 't Spijker, vooraanstaand en spraakmakend, christelijk-gereformeerd theoloog uit Apeldoorn.

De lezing was er een uit een serie reformatorische studie-avonden die in verschillende gereformeerde kerken in Den Haag en omgeving worden gehouden. In het met landkaarten van Isrüel en huisvlijt opgefleurde vergaderzaaltje verzamelden zich vooral oudere kerkgangers. Leden van in het verleden uiteengescheurde kerken - nu op zoek naar een min of meer gezamenlijke toekomst, als die er nog is.

Wie kan, mag en wil zich nog gereformeerd noemen in deze tijd? Zijn gereformeerden een cultuur-historisch verschijnsel, gedoemd te verdwijnen? “Een wezenlijk probleem,” noemde Van 't Spijker de verschillen in gereformeerde belijdenissen. “Er is wel eens een poging gedaan te komen tot een universele belijdenis maar dat is mislukt.” Toch is uit al die diversiteit volgens hem wel het wezen van het gereformeerde geloof te destilleren: het erkennen van het Schriftgezag, de leer van de genade en de kerk als essentieel onderdeel van het geloofsleven.

Maar juist deze drie punten liggen sinds de Verlichting zwaar onder vuur. Volgens Van 't Spijker is er een nieuw type gereformeerde mens in opkomst. “Mensen die zich herkennen in de vage, mystiek aandoende religiositeit van een man als Kuitert. Ze zijn niet dogmatisch, ethisch niet belijnd. Je ziet ze rondom de NCRV en het dagblad Trouw.”

Veel van de gereformeerde cultuur ziet Van 't Spijker in die maalstroom van secularisatie verloren gegaan. “Er komt een tijd dat de geschiedenisboekjes terugkijken op het rijke gereformeerde leven dat 'destijds' een grote invloed had op de cultuur.”

Of kan het gereformeerde leven nog voortbestaan en zelfs opbloeien? De hand werd soms kordaat in eigen boezem gestoken als het ging over de “fatale verdeeldheid die onoverbrugbare grenzen trekt tussen de verschillende opvattingen.” Van 't Spijker wilde bewust niet spreken over “de vrijmacht van God. Dat kan een escape zijn. We moeten niet wachten op het ingrijpen van God. We moeten onze eigen roeping onder ogen zien.” Wat dit inhoudt, blijft vaag. De drie punten in de geloofsbelijdenis moeten “volstrekt worden gehonoreerd.” Het woord Gods moet zijn soevereine weg door de wereld gaan. De leer van de genade mag niet worden ingekapseld. En mensen moeten weer naar de kerk gaan.

Hoe moet dit worden bereikt? De aanwezigen zagen in ieder geval een groot struikelblok in de verdeeldheid. “We moeten leren leven met spanningen in de kerk,” zei Van 't Spijker, “die horen erbij.” De realiteit van de verdeeldheid steekt wrang af tegen zijn uitspraak “De kerk is niet van ons. Ze is het lichaam van Christus.” Erg optimistisch is hij niet. “Als ik afhankelijk ben van resultaat, kom ik de preekstoel niet meer op.

“Veel jongeren raken geïrriteerd omdat hun werkelijkheidservaring niet klopt met wat zondags op de kansel verkondigd wordt,” merkte een aanwezige op. Spijker haakte daarop in. “Wat wij meemaken, de opkomst van computers, ruimtevaart, het doordringen in levensgeheimen, dat is niet te verbinden met enige tijd in het verleden. Een terra incognita. In deze wereld leven onze jonge mensen. Maar in deze wereld leeft ook het woord van God.” Wat kunnen de aanwezigen doen om die twee met elkaar te verbinden? “Bidden,” zei Van 't Spijker. “Elke generatie beleeft de dingen op zijn eigen tijd.”

mailIcon print |