Stel je een Jaap de Hoop Scheffer voor die zijn radicaal vernieuwde partij ten doop houdt met de woorden: 'We zullen misschien nooit meer de machtigste of de grootste zijn. Maar we kunnen wel de beste zijn.' En die vervolgens de toekomst van de natie met een CDA-regering aldus schetst: 'Nederland wordt weer de beste plaats om te leven. De beste plaats om kinderen op te voeden, de beste plaats om een volwaardig leven te leiden en de beste plaats om oud te worden. (...) Dat Nederland zal een spil, een leider (...) een lichtgevend baken voor de wereld zijn.'
Zo'n De Hoop Scheffer zal vermoedelijk vooral meewarigheid oproepen. Hij zal het ook wel uit zijn hoofd laten, intuïtief begrijpend dat we in dit land liever van doen hebben met een sober type als Wim Kok, die triomfgevoelens zorgvuldig dempt en die over ons economische succes niet meer kwijt wil dan dat we 'van ver gekomen zijn en nog een lange weg te gaan hebben'.
Des te intrigerender de vraag waarom de Engelse premier Tony Blair deze week met zo'n tekst de natie wèl aan zijn voeten kreeg en hoe! In de opiniepeilingen bleek hij blind te kunnen rekenen op de steun van maar liefst negentig procent van het Britse volk. Vrouwen vielen hem spontaan om de hals. En afgaande op de media-gekte rond zijn toespraak zou je warempel gaan geloven dat BrittanniĆ« (in de berichtgeving al Nieuw-BritanniĆ« genoemd) een wederopstanding te wachten staat.
Je zou de Britse euforie kunnen verklaren als een logische reactie op de achterliggende jaren, die het Britse volk kennelijk als een juk heeft ervaren. In die jaren zag het Tory-bewind wel kans om de basis te leggen voor economisch herstel, maar je moet niet vragen tegen welke prijs. Het was ook een cynisch bewind, dat bovendien hopeloos verstrikt was geraakt in schandalen en schandaaltjes. Daarmee vergeleken is Blair met zijn positieve instelling, zijn geloof in verandering een verademing. Je zou de euforie ook kunnen relativeren door erop te wijzen dat landen met een twee-partijenstelsel ronkend taalgebruik en bombastische teksten heel gewoon vinden. Politici daar behoeven geen rekening te houden met de gevoeligheden van hun coalitiepartner(s).
Toch is het al te simpel het gebeuren zo af te doen. Er is hier meer aan de hand. Zo schreef Marcel van Dam gisteren in de Volkskrant Blairs speech op de BBC-tv te hebben gevolgd en hij bekent: 'Ik werd er echt door geraakt.' En dat terwijl hij wist 'dat die speech het product is van eindeloos brainstormen van allerlei adviseurs, onderzoekers en partijbonzen en er geen enkel spontaan woord door Blair werd gesproken.' Van Dam heeft er geen andere verklaring voor dan dat die man 'het' heeft. Daarmee lijkt hij zich aan te sluiten bij degenen die Blair omschrijven als de nieuwe Mozes, die doende is Engeland het diensthuis uit te leiden. Het is een beeld, al beseffen de bedenkers ervan vermoedelijk niet half dat Mozes vooral ook de leider was van een 'hardnekkig en weerspannig volk', dat zich echt niet op sleeptouw zou hebben laten nemen met halfzachte en bovenal vage teksten uit Blairs koker, of die van zijn PR-apparaat.
Maar toch, hoewel strikt genomen geen enkel tekstonderdeel concreet houvast bood, of zelfs maar het vermoeden opriep van concrete beleidsdaden, er sprak wel geloof uit. Het soort geloof waarvan de Schrift zegt dat, ook als het zo klein als een mosterdzaadje, in staat is bergen te verzetten. Kennelijk zat Engeland daar op te wachten: er weer in durven geloven. Al moet het mij van het hart, dat ik nog nooit van een mosterdzaadje heb gehoord dat zo hoog van de toren blaast als Blair.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.