Na het speltbrood en het kookboek (van de Duitse mystica Hildegard von Bingen) met speltrecepten is er nu het speltkussen. Een uitstapje naar agrarisch slapen.
Het is niet ondenkbeeldig dat koningin Beatrix sinds vier dagen het hoofd te rusten legt op een speltkussen. Ze kreeg er in ieder geval eentje aangeboden, eerder deze week in Ommen, waar spelt, net als in de omgeving van Pieterburen, 'booming' is. Het wordt er verbouwd en men bakt er brood van. Dan blijft er kaf over. En daarmee kun je kussens vullen, op oude boerenwijze. Dat was vroeger hier te lande heel gebruikelijk: als in augustus de rogge op brink of erf met vlegels werd gedorst, kwamen de boerinnen aangesneld, grote zakken onder de arm. Ze vulden die met kaf, stopten daar hun matrassen en kussens mee, en schiepen een schoon bed. In Zwitserland en Duitsland doen ze dat nog steeds: met spelt.
Speltkussens zijn opeens weer helemaal in zwang. Ze worden geproduceerd door een directeur-in-ruste, die het ondernemen niet kon laten.
Eigenlijk was J. J. Flikweert al een man in bonus. “Ik had genoeg geld verdiend in de automatisering en de export van agrarische producten om mij uit het zakenleven terug te kunnen trekken. Ik wijdde mij aan een studie natuurgeneeskunde en ging op reis naar Zwitserland. In een hotelletje daar sliep ik op een kussen, dat gevuld was met speltkaf. Het leek in eerste instantie hard, maar het beviel me uitstekend. In Zwitserland en Duitsland zijn die kussens nog usance. Het voordeel van spelt is dat het niet inzakt tijdens het slapen, wat kunststof kussens, maar ook veren of zelfs donzen kussens wel doen. Je schudt dit kussentje even op in de hoogte die je wenst en het blijft precies zo in vorm. Ik ben het gaan produceren, ook al vanwege mijn interesse in natuurlijke genezing. Spelt was vroeger zo populair omdat het rijk is aan kiezelzuur en sporenelementen. Het is een amper gekruist oergraan, dus heeft al zijn eigenschappen nog behouden. Het schijnt een positieve invloed te hebben op allerlei kwalen, zoals migraine, reuma, oorpijn, nek- en schouderklachten, tand- en kiespijn en zelfs blaasproblemen.”
Gelukkig lijd ik aan geen van deze aandoeningen, maar nieuwsgierig naar elk traditioneel gemaakt product vraag ik een recensie-kussen aan. “Je moet er minstens een week op slapen”, waarschuwt Flikweert door de telefoon. “Na twee dagen wil je het wel je raam uit kegelen, maar zet gewoon even door.” Er arriveert een uitzonderlijk klein kussen in een vrolijk blauw-wit tijkje, eveneens op ouderwetse wijze gemaakt, naar een patroon uit 1860. Een fris sloopje is bijgesloten. Het kussen grist als een zakje spliterwten, ritselt als muizen in een hooimijt, knispert als bergschoenen in de sneeuw, klinkt als voetstappen in een dikke laag grind, maar ik slaap. En goed. Elke avond snuif ik de geur op van het land, van warme zomerdagen als het koren hoog staat. Dat is precies de reden waarom veel ouderen helemaal weg zijn van dat kussen. Voor hen is het nostalgie en het 'bedstee-gevoel', een geur van geborgenheid. Er is één maar: het is zo klein dat als je met gezelschap slaapt, er minstens twee extra nodig zijn. Eén voor de ander en eentje voor het bed, anders is de weg van kussen tot kussen niet te overbruggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.