*

 
dossier

Archief

Iedereen mag graaien in de kleding voor Polen

FRANK KOOLS − 29/07/97, 00:00

WROCLAW - Vibuta Antonow staat naast de schuifdeuren van de oude fabriekshal. Binnen liggen bergen gebruikte kleding ter grootte van een klein voetbalveld voor de slachtoffers van de watersnood in Polen. Iedereen die zich meldt, laat zij door. Die mag uitzoeken wat hij wil hebben en meenemen. Maar naar haar zin is het niet. Het zijn vaak de verkeerde mensen die kleding halen. Want de mensen uit het noodgebied weten niet dat er goederen voor hen zijn en komen dus niet.

Veel bewoners uit de omgeving van de suikerfabriek, waar de hal bij hoort, komen aanlopen, soms met een wandelwagen. Die mensen zijn heus arm, dat weet Antonow. Maar Klecina is niet een van de wijken in Wroclaw die drie weken terug onderliep. Klecina bleef buiten schot. En dus is de kleding niet voor haar bewoners bedoeld. Maar wat kan ze doen? In het poortgebouw van het terrein zit een ambtenaar. Hij controleert de mensen, die zeggen dat ze slachtoffer zijn. Maar hij geeft gewoon iedereen een papier met een officieel stempel er op, aldus Antonow. En zij moet iedereen met zo'n briefje doorlaten.

In de hal darren vrouwen, een enkele man en kinderen tussen de bergen als in een gigantisch ballenbad. Soms verdwijnen ze helemaal uit het gezicht. Ze graven, houden een vondst op, of passen hem. Een vrouw trekt een rok aan. “Ja, alles kwijt door het water”, zegt ze. Tot haar oude moeder, die tegen een hoop is gaan zitten: “Hoe vind je de rok?” De moeder: “Het is een rok”.

Toen de ramp begon, is in Polen een oproep gedaan om kleren in te zamelen. Vrachtwagens vol kwamen aanrijden, maar die wilden terug voor nieuwe vracht, dus zijn de kleren maar in de hal gestort. “Als de mensen uit de dorpen hogerop aan de Oder, waarvan de huizen nog altijd onder water staan, en die alles kwijt zijn, eens wisten dat ze hier kleren konden komen halen”, zegt Antonow. Maar tot coördinatie van de hulp blijken de Poolse autoriteiten nauwelijks in staat.

Aan voedsel en vooral boter heeft Antonow het moment het meeste gebrek. Dat betekent niet dat er een groot tekort is. “Het is meer dat je niet weet wanneer er wat komt. Het kan morgen zijn. Maar dan kan het ook op de luchthaven blijven. Het ene moment moeten mensen het hier halen, dan weer daar.”

Haar klacht over gebrek aan centrale leiding komt van meer kanten. De Engelstalige krant Warsaw Voice haalt de leider van een Poolse hulpinstelling aan. Hij wilde helpen door medicijnen te leveren. Drie dagen lang echter kon men hem op het ministerie van volksgezondheid niet vertellen in welke regio's iets nodig was. Ook woordvoerder E. de Vries van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Wroclaw zegt dat er niet één punt is van waaruit alles wordt geleid. “Iedereen die je spreekt, zegt dat hij de baas is en dat hij voor de distributie zorgt. Maar je hebt je eigen distributiekanaal nodig. Wij hebben de ziekenhuizen gekozen.” Vandaag arriveert in Wroclaw een zending medisch wegwerpmateriaal van AzG. Dat is hard nodig, aldus De Vries.

“Wij werken altijd via lokale netwerken”, zegt ook D. de Wagenaar van het Nederlandse Rode Kruis. “Dan weet je zeker dat honderd procent van de hulp aankomt.” De vijf Nederlandse hulporganisaties in Polen richten zich elk op wat anders, maar werken uitstekend samen en “vullen elkaar prima aan”, aldus De Wagenaar. Op hun gezamenlijk gironummer staat reeds bijna acht ton.

Bij de Heilige Mauritskerk, vlak buiten het stadshart van Wroclaw heeft in elk geval de plaatseljke afdeling van de Poolse hulporganisatie Caritas de hulp goed geregeld. De hoogzwangere vrijwilligster Martha legt uit dat zij bij het gemeentebestuur een lijst heeft gehaald van alle straten die onder water hebben gestaan. Zelfs tot op étages is het uitgerekend en op computer gezet.

En dat blijkt hard nodig. Want ook hier kloppen veel mensen aan die niet van het water te lijden hebben gehad. Wel dertig procent van de gevallen, zegt Martha. Verrast heeft dat haar niet. De omgeving is een van de armste in de stad. In de volksmond staat hij bekend als de Bermuda-driehoek, omdat je spullen hier een hele goede kans zouden maken spoorloos te verdwijnen. De mensen die alleen maar arm zijn, stuurt Martha weer weg.

“Toch maak je in een buurt als deze nog onverwachte dingen mee. Vanochtend kwam er een vrouw om hondevoer vragen. Ik zei: mevrouw, dit is voor mensen die niet te eten hebben. Ze zag het probleem niet.”

mailIcon print |