*

 
dossier

Archief

Vertrouwelijke sfeer zou inhoud rapport over rellen Groningen kunnen beïnvloeden

Door: redactie − 24/01/98, 00:00

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Oud-Kamervoorzitter Dolman heeft geen 'concrete aanwijzingen' dat de bijbaan van procureur-generaal Steenhuis bij bureau Bakkenist het onderzoek naar de problemen bij justitie en politie in Groningen heeft beïnvloed. Maar in zijn rapport, dat minister Sorgdrager gisteren naar de Kamer heeft gestuurd, sluit Dolman niet uit dat dat wél is gebeurd.

Volgens Dolman bestaat een 'vertrouwelijke sfeer' tussen de onderzoekers en Steenhuis, die als procureur-generaal in Leeuwarden de hoogste baas is van het openbaar ministerie (OM) in het gebied waar Groningen onder valt. “De vraag kan rijzen of tijdens het onderzoek de band van Steenhuis met Bakkenist onbewust toch al dan niet van invloed is geweest op de wederzijdse bejegening van de onderzoekers en Steenhuis, en in het verlengde daarvan op de inhoud van het rapport”, schrijft Dolman.

De oud-Kamervoorzitter baseert zijn waarneming op het feit dat Steenhuis een werknemer van Bakkenist de weg wees op het ministerie, toen bekend werd dat een extern bureau de perikelen bij justitie en politie in Groningen zou mogen onderzoeken.

Verder wijst hij erop dat Steenhuis de gelegenheid kreeg (hoewel niet benutte) kanttekeningen te plaatsen bij de offerte die Bakkenist wilde uitbrengen. Dolman voert verder aan dat kort nadat het bureau de onderzoeksopdracht binnenhad, Bakkenist-directeur Onnes aan Steenhuis vroeg, of toch geen risico kon bestaan van belangenverstrengeling, en wat het departement van de combinatie van functies vond. Steenhuis stelde hem toen gerust.

Maar minister Sorgdrager reageerde vorige week verbijsterd. Ze stelde onomwonden dat Bakkenist nooit opdracht had mogen krijgen de problemen in Steenhuis' eigen werkgebied te onderzoeken. Volgens Dolman wist begin 1997 nog niemand op het ministerie van de bijbaan, die Steenhuis sinds augustus '96 had. De secretaresse van Steenhuis zegt eind februari 1997 een brief hierover naar het departement te hebben gestuurd. Maar Sorgdrager zegt de stukken nooit te hebben gezien. Ook Dolman kon ze niet vinden.

In oktober 1997, twee weken voordat Bakkenist de opdracht tot het Groningse onderzoek krijgt, weten vier mensen op Sorgdragers ministerie van Steenhuis' bijbaan. Twee van hen, van de directie strafrechtelijke handhaving, zijn bij het onderzoek naar Groningen betrokken. Beiden verzwijgen de nevenfunctie van Steenhuis en maken geen bezwaar tegen mogelijke belangenverstrengeling. Van één van hen komt het voorstel om Bakkenist met het onderzoek te belasten, wat ook gebeurt. Eén van deze ambtenaren heeft inmiddels zijn functie neergelegd. Over wat met de ander gebeurt, zal Sorgdrager de Kamer binnenkort inlichten.

Op 29 oktober meldt Sorgdrager aan de voorzitter van het college van procureurs-generaal, Docters van Leeuwen, dat Bakkenist de zaak Groningen gaat onderzoeken. De 'super-PG' laat na haar te attenderen op de nevenfunctie van Steenhuis bij Bakkenist, waar Docters van Leeuwen sinds zomer '96 van weet. Steenhuis overlegt met hem, vlak voor hij definitief in zee gaat met Bakkenist. Docters van Leeuwen ontraadt Steenhuis de functie niet, ook omdat Steenhuis en Bakkenist afspreken zaken zo veel mogelijk gescheiden te houden.

Vanwege nieuwe wettelijke bepalingen stuurt Steenhuis Docters van Leeuwen eind februari 1997 een lijstje met nevenfuncties. Volgens Dolman is dat niet juist: het moet worden gestuurd aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad, zodat die kan beoordelen of een bepaalde bijbaan wel verstandig is. Maar Dolman merkt op, dat ook de collega's van Steenhuis bij de andere gerechtshoven lijden aan dit misverstand. De leiding van het departement heeft nooit navraag gedaan naar geregistreerde nevenfuncties.

Bureau Bakkenist betreurt nu dat het de opdracht heeft aanvaard, maar houdt vol dat het rapport over Groningen objectief is. In een verklaring noemt Bakkenist het vervelend dat de kwestie voor zo veel onrust op Justitie heeft gezorgd en zegt bij begin van het onderzoek te hebben verondersteld dat alle betrokkenen op de hoogte waren van de relatie van Steenhuis tot Bakkenist. Het bedrijf heeft maatregelen getroffen om zo'n voorval voortaan te voorkomen.

mailIcon print |