Air
Boardercross
Snowboardwedstrijd met hindernissen. Vier tot zes boarders gaan tegelijk naar beneden; degene die het eerst beneden is, heeft gewonnen.
Cliff jumping
Van een rots afspringen. In snowboardvideo's springen boarders van huizenhoge cliffs. Tip: verken eerst het landingsgebied
Fakie
Achteruit boarden
Freeriding
“Gewoon lekker snowboarden.”
Gap jumping
Over een kuil springen. Voor beginners: oefen eerst met een kleine kuil.
Goofy
Snowboarden met de rechtervoet voor op het board. De meeste boarders rijden niet goofy maar 'regular', met de linkervoet voor.
Halfpipe
Halve buis van sneeuw met opstaande verticale wanden; te vergelijken met de kleinere betonnen variant waarin skateboarders en (roller)skaters hun stunts uithalen.
Invert
Actie waarbij de voeten boven het hoofd uitkomen.
Olliën
Uit skateboarden overgewaaide manier van afzetten bij een sprong, om zo veel mogelijk air te krijgen.
Powder
Poedersneeuw; schijnt ook 'pow pow' te worden genoemd. “Het mooiste dat er is. Lekker buiten de piste door de verse sneeuw surfen.”
Seven-twenty
Dubbele schroef in de lucht boven de halfpipe; vernoemd naar het aantal graden dat de boarder draait. Mindere goden zouden eerst eens een one-eighty kunnen proberen.
Tail bonking
Al boardend met de achterkant (de tail) van je snowboard een voorwerp raken.
Trick
Truc. Van Kilsdonks favoriete trick is de McTwist, een voorwaartse salto met anderhalve schroef. “Heel erg eng.”
Wheelie
Boarden met de tail van het board op de sneeuw en de nose in de lucht; ook wel 'tail ride' genoemd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.