*

 
dossier

Archief

ABC van het snowboarden

Door: redactie − 23/01/97, 00:00

Air

Boardercross

Snowboardwedstrijd met hindernissen. Vier tot zes boarders gaan tegelijk naar beneden; degene die het eerst beneden is, heeft gewonnen.

Cliff jumping

Van een rots afspringen. In snowboardvideo's springen boarders van huizenhoge cliffs. Tip: verken eerst het landingsgebied

Fakie

Achteruit boarden

Freeriding

“Gewoon lekker snowboarden.”

Gap jumping

Over een kuil springen. Voor beginners: oefen eerst met een kleine kuil.

Goofy

Snowboarden met de rechtervoet voor op het board. De meeste boarders rijden niet goofy maar 'regular', met de linkervoet voor.

Halfpipe

Halve buis van sneeuw met opstaande verticale wanden; te vergelijken met de kleinere betonnen variant waarin skateboarders en (roller)skaters hun stunts uithalen.

Invert

Actie waarbij de voeten boven het hoofd uitkomen.

Olliën

Uit skateboarden overgewaaide manier van afzetten bij een sprong, om zo veel mogelijk air te krijgen.

Powder

Poedersneeuw; schijnt ook 'pow pow' te worden genoemd. “Het mooiste dat er is. Lekker buiten de piste door de verse sneeuw surfen.”

Seven-twenty

Dubbele schroef in de lucht boven de halfpipe; vernoemd naar het aantal graden dat de boarder draait. Mindere goden zouden eerst eens een one-eighty kunnen proberen.

Tail bonking

Al boardend met de achterkant (de tail) van je snowboard een voorwerp raken.

Trick

Truc. Van Kilsdonks favoriete trick is de McTwist, een voorwaartse salto met anderhalve schroef. “Heel erg eng.”

Wheelie

Boarden met de tail van het board op de sneeuw en de nose in de lucht; ook wel 'tail ride' genoemd.

mailIcon print |