Vorig jaar leverde een lange reis van Aad van den Heuvel naar Afrika de documentairereeks 'Vier presidenten en een koning' op. Recent is Van den Heuvel opnieuw naar Afrika gegaan, waar hij gesprekken voerde met regeringsleiders van landen die een niet al te beste reputatie hebben.
Gelet op dat uitgangspunt werd het een moeilijke klus. Maar de reis van zeven weken heeft toch weer een interessante televisieserie opgeleverd. Vanavond wordt de eerste aflevering van 'President in Afrika' uitgezonden. Van den Heuvel is in die documentaire te gast bij president Charles Taylor van Liberia.
Taylor is een keurige, Engelssprekende heer die zijn best doet aangenaam over te komen. Zijn verleden is minder vriendelijk. Taylor brak als rebellenleider in zeven jaar af wat in honderdvijftig jaar werd opgebouwd. Liberia ligt nu in puin. Vorig jaar won hij met een overweldigende meerderheid de presidentsverkiezingen.
Van den Heuvel benadert hem kritisch. Tussen de bedrijven door doet hij een boekje open over het verleden van zijn gastheer. Filmbeelden van kindsoldaten, die onder leiding van Taylor het land onleefbaar maakten, larderen het vraaggesprek. Liberia was tot vorig jaar een hel waar zelfs openlijk kannibalisme plaatsvond. Ook daarvan gruwelijke filmbeelden. Taylor, destijds daarover ondervraagd, ontkende die wreedheden niet maar deed ze af als 'uitvloeisels van de oorlog'.
Nu zit hij in een net pak aan zijn bureau. Een jaar is hij nu president. Hij moet orde en rust in het land herstellen. Dat doet hij op geheel eigen wijze. Nog steeds doet Taylor zijn bijnaam Ghankay ('de koppige') eer aan. “Ik ben de baas”, zegt hij en dat weten ze in Liberia.
Tijdens zijn studie economie in Amerika zat Taylor twee keer een gevangenisstraf uit wegens wapenhandel. Toen hij het rebellenleger aanvoerde, slaagde hij erin op dubieuze wijze zijn bankrekening te spekken, niet alleen dankzij de wapenhandel, maar ook door te rommelen met drugs en diamanten.
Van den Heuvel bestookt hem met de opmerking dat hij als bikkelhard, slim en bloeddorstig te boek staat. Taylor blijft rustig en zegt glimlachend dat dit 'onjuiste beeld' langzamerhand wel is bijgesteld. Dat tachtig procent van de bevolking hem koos tot president, bewijst zijn populariteit.
Zijn reputatie 'een kind van de duivel' te zijn, klopt al evenmin. Taylor is baptist en, naar hij Van den Heuvel vertelt, 'een diep religieus mens'. Hij kan trouwens niet anders dan geloven dat God hem beschermt: anders zou hij de jaren van revolutie en twee aanslagen, waarvan een met een hem toegezonden sigaarbom, niet hebben overleefd. Voor zijn misstanden heeft hij God vergeving gevraagd. Het klinkt allemaal roerend.
Nu wil hij de wereld laten zien dat Liberia het ernstig neemt met de mensenrechten. Daarbij is hulp van het westen onontbeerlijk, meent Taylor. “Liberia moet van crisis naar stabiliteit”, vindt de zelfverzekerd ogende president. Daarvoor is geen groot leger nodig, wel een klein beschaafd leger, meent hij. Maar veel belangrijker vindt hij de gezondheidszorg en het onderwijs, met name voor het heropvoeden van de voormalige kindsoldaten. Taylor: “We hebben een bataljon goed opgeleide onderwijzers en dokters nodig.”
De vraag welke functie hij moeilijker vindt, krijgsheer of staatsman, doet Taylor diplomatiek af met de opmerking dat staatsman zijn een andere manier van oorlogvoeren is. “Het komt er nu voor mij op aan de harten van de mensen te winnen.”
Aad van den Heuvel is door deze antwoorden enigszins van zijn stuk gebracht. “Voordat ik naar Liberia vertrok, was mijn beeld van Taylor dat van een schurk. Maar ik moet mijn mening bijstellen. Taylor is een man die, haast on-Afrikaans, meer oog heeft voor zijn land dan voor zichzelf.”
In de komende weken is Van den Heuvel in gesprek met de presidenten Muluzi van Malawi, Bizimungu van Rwanda, (vice-president) Kagame van Rwanda en Mogae van Botswana.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.