DEN HELDER - In de winkelstraten van Den Helder valt zijn verschijning op. “Ha die Cees”, klinkt het diverse malen in het wandelgebied. Cees van Rootselaar dankt er zijn bekendheid niet aan de zaak in de Spoorstraat, waar hij jeans aan de man brengt. De mensen kennen hem van zijn dribbels in Sporthal De Slenk.
Al dertien jaar maakt de geboren Jutter (Heldenaar) deel uit van de plaatselijke basketbalhoofdmacht. De afgelopen week was er in de marineplaats een telkens weerkerend gespreksthema: Van Rootselaar heeft een minpuntje op zijn conduitestaat. Zijn plaats in de Oranje-selectie is hij kwijt.
De mededeling die op 2 januari in de middaguren op het teletekstscherm verscheen was vervat in een paar summiere zinnen. Het stond er ongeveer zo: 'Het Nederlands basketbalteam gaat verder zonder Rolf Franke en Cees van Rootselaar. Bondscoach Toon van Helfteren heeft besloten geen beroep meer te doen op de routiniers.'
Berichten als hierboven brengen de basketbalwereld niet meer in beroering. Het nieuwjaarsoffensief van de coach was niet het eerste voorval waarbij onwillige - in veel gevallen laat afzeggende - spelers disciplinair gestraft werden met een verwijdering. Zo waren Erik van der Sluis en Gerard Ackermans al eens het slachtoffer en Rolf Franke wachtte twee jaar terug vergeefs op een invitatie voor de Haarlemse Week.
Het bijzondere aan de laatste aanvaring in het korps dat al lang niet meer het keurmerk mag voeren, is dat de straf nu volgt op een paar vluchtige en weinig om het lijf hebbende opmerkingen van het duo Franke/Van Rootselaar in Het Parool.
Cees van Rootselaar schudt zijn hoofd bij de vraag naar het hoe en waarom van de mini-rel. “Ach, het gaat om niets. De manier waarop wij uit de selectie zijn gezet, vind ik echt zielig. Toon van Helfteren sprak over de druppel die de emmer deed overlopen. Dat kan zijn, maar Rolf en ik weten niet over welke emmer hij het heeft. Misschien steekt het Toon dat ik bij een paar gelegenheden om privéredenen verstek heb laten gaan, maar de coach is daar altijd mee akkoord gegaan. Dan moet je niet achteraf verkondigen dat je het er niet mee eens bent.”
Kort voor de Haarlem Basketball Week - bij een toernooi in Zoetermeer - gaf Van Helfteren een eerste signaal van zijn onvrede. Van Rootselaar: “Hij zei: 'Je bent er de laatste tijd niet bij geweest, dus ik heb Okke te Velde maar aanvoerder gemaakt'. Dat besluit vond ik niet terecht.”
Daarom was dat een van de punten die Van Rootselaar in het gewraakte Parool-interview naar voren bracht. De 29-jarige guard stelde dat “Okke gewoon driepunters raak moest schieten en geen speler was waar de anderen naar luisteren”.
Twee weken later staat Van Rootselaar nog steeds achter zijn uitspraken. “Het was een gesprek waarin ik niets verkeerds gezegd heb. Ja, ik heb beweerd dat de communicatie met Toon minder was geworden. Misschien omdat ik niet lekker speelde, omdat ik geen aanvoerder meer was. Het ging me niet om Okke, maar om het idee. Er zaten me dingen niet lekker die ik er heb uitgegooid. Zo was er het eindeloze gezeur met de bond over achterstallige betalingen. Je moet steeds maar horen dat er bedragen zijn overgemaakt, die je vervolgens toch niet krijgt. Het is nu 11 januari en ik heb nog steeds het geld van december tegoed. Soms vraag ik me wel eens af wat zo'n bestuur nu eigenlijk de hele dag zit te doen. Geen moer denk ik. Toon vond dat ik me te veel met randzaken bezig hield en koos daarmee impliciet de zijde van de bondsbestuurders.”
Gebeten hond
Cees van Rootselaar voelt zich nu de gebeten hond. Het is niet dat zo dat de maatregel diepe wonden slaat, want hij had al niet het idee nog erg lang in het Nederlands team uit te komen. Vervelender vindt hij het, dat hij opnieuw als kwade genius voor het voetlicht kwam. 1995 was, waar het de publiciteit betrof, toch al niet zijn jaar. Eerder kreeg hij de verwijten van Den Helder-coach Meindert van Veen over zich heen, toen laatstgenoemde door het bestuur terzijde geschoven werd. “Je weet op zo'n moment dat er wat gebeurt, dat je als aanvoerder heel wat gesprekken krijgt. Daar komt bij dat ik hem een jaar eerder over het dode punt heb geholpen toen zijn ontslag dreigde. De spelers hebben toen in Callantsoog een bespreking gehad. Acht van de negen spelers wilden hem weg hebben. Ik was als enige tegen. Ik vond dat je jonge spelers die net twee maanden in Den Helder actief waren, niet over zo'n kwestie moest polsen.”
Toen het dit jaar in Den Helder opnieuw misging, kon Van Rootselaar niet langer zijn poot stijfhouden. Van Veen had geen overwicht meer. Er was geen beleving in het team. “Meindert is nu erg teleurgesteld, dat de spelersgroep geen partij heeft gekozen. Ik kan me daar iets bij voorstellen. Hij noemt ons slappe hap, zo'n uitspraak komt voort uit frustratie. Ik kom zelf uit Den Helder, maar ook Meindert heeft geholpen de club groot te maken. Hij mag best kritiek hebben, alleen het moet een keer ophouden. Vorig jaar verviel hij in dezelfde fout, hij is een tijd door blijven gaan met katten op het bestuur.
Dat zijn ploegmaten in Oranje nog een lans zullen breken voor zijn terugkeer verwacht Van Rootselaar niet. “Toch is het - met de belangrijke ontmoeting tegen Turkije voor de deur - een idiote zaak. Ik sprak laatst met Chris van Dinten. Die zei: “Wij, de spelers die uit Oranje zijn verdwenen, zouden eigenlijk eens tegen het Nederlands team moeten spelen. Dan maken we ze in met veertig punten. Tel maar op: Franke, Van Dinten, Cooper, Van Poelgeest, De Waard, Kuipers, Ackermans en ik.”
“Soms”, filosofeert Van Rootselaar, “heb ik het idee dat Van Helfteren de moeilijkheden bewust uit de weg gaat. Als bankzitters heeft hij alleen maar wat jonge jochies. Dat maakt het lekker gemakkelijk om te coachen. Die doen hun mond niet open. En welke jonge speler is de laatste jaren beter geworden? Geen enkele.”
Van Rootselaar toont zich met die uitspraak zo'n typische speler die is opgegroeid met de Ton Boot-doctrine. “Er is in Nederland één topcoach die er met kop en schouders bovenuit steekt, ook als je naar de resultaten kijkt. Niet dat anderen niet deugen, maar tussen goed en de top zit heel veel. Ik heb het genoegen gehad dat ik zeven jaar onder Boot heb mogen spelen, ben uitgekomen tegen clubs als Barcelona en Saloniki. Prachtige belevenissen, 24 uur per dag politie voor je hotel, 5 000 uitzinnige Grieken die met aanstekers gooien!”
“Onder Boot werden spelers beter, allemaal. Ik was vanaf het begin een ijverige basketballer, maar Ton Boot maakte me nog drie keer zo fanatiek. Voor ik ging werken, stond ik 's ochtends van zeven tot acht in de zaal al te oefenen op mijn schoten. Ik trainde twee keer per dag.”
“De eerste twee jaar in Den Helder moest Boot het doen met een team van niets. Hij haalde wèl twee keer de finale. In zeven jaar tijd werden we vier keer kampioen. Dat zegt iets. Boot was een psycholoog, zoals Van Gaal dat is. Ik heb Van Gaal laatst horen analyseren waarom Ajax dit jaar nòg beter geworden is. Hij zei: 'Omdat alle spelers individueel meer in hun mars hebben.' Zo is het. Als het individu groeit, wordt het collectief sterker. Dat gold ook onder Boot. Het leuke is, dat Maarten Tromp, die in die periode zijn assistent was, nu bij ons in Den Helder trainer geworden is. Als je je ogen dicht doet, hoor je Boot.”
En Van Rootselaar zelf? Ja, hij heeft zeker de ambitie ooit de nieuwe Ton Boot van Nederland te worden. “Ik kom beslist in het coachvak terecht. En dan uitsluitend om in de top mee te doen.” Aan het boek Van Rootselaar zullen dus nog een aantal hoofdstukken toegevoegd worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.