*

 
dossier

Archief

Postma bevestigt met wereldtitel zijn status als topper

JOHAN WOLDENDORP − 17/02/97, 00:00

NAGANO - Ziek zijn, kampioen worden. Voor het EK was een voorhoofdsholte-ontsteking voor Ids Postma geen beletsel in Heerenveen het traditionele ererondje met de arreslee te maken. Vier dagen zware griep konden de krachten van de boerenzoon uit Deersum niet dusdanig slopen dat hij op de olympische ijsbaan in Nagano niet, zij het wat onbeholpen, de lauwerkrans om de nek mocht hangen. Het is een oude wielerwijsheid: de Tour de France win je in bed. Maar dan toch op een andere manier.

Waar Rintje Ritsma een hoge prijs voor een koutje moest betalen - hij haalde bij lange na niet het podium - voer Postma blind op het kompas van bondscoach Henk Gemser en bevestigde in de M-Wave zijn status van topper. Halverwege zag het er nog spannend uit, maar met een fenomenale 1500 meter stelde hij zijn eerste wereldtitel allround nog voor de afsluitende tien kilometer veilig. Hij mocht althans een kleine elf seconden verliezen op Shirahata, vreesde vijftien ronden lang dat de achter hem hangende Japanner zou demarreren, maar kon een wanhoopsaanval in de laatste drie omlopen gemakkelijk pareren.

Voor Shirahata was Postma dus niet bang, maar Bart Veldkamp had hem toch behoorlijk zenuwachtig gemaakt. De Hagenaar in Belgische dienst overtrof zichzelf na de sterke vijf kilometer van vrijdag op de dubbele afstand met een persoonlijke topscore die nog maar ruim tien seconden van het wereldrecord van Johann Olav Koss af ligt. Wanneer iemand met een tijd van 13.41,66 de toon zet, moet een sporter wiens pr sinds het EK 14.11,56 was, op conventionele schaatsen heel wat barrières zien te slechten. De vier tellen die hij in vergelijking met Heerenveen won, waren uiteindelijk ruim voldoende.

De introverte Postma is op zijn manier een fenomeen. Geen prater, ook al kan hij met diepzinnige opmerkingen en een enkele kwinkslag soms verrassend uit de hoek komen. Gemser noemt hem een schaker. Hij denkt altijd een paar zetten vooruit. Op het WK leek hij lange tijd genoegen te nemen met remise, maar veegde op de 1500 meter met een zet, die analytici nog steeds hoofdbrekens bezorgt, een aantal pionnen van tafel en stuurde aldus aan op een fraai eindspel. “Je kunt wel zeggen,” luidde het commentaar van de internationaal grootmeester, “dat het goed is uitgedacht, en mooi geschaatst, maar je moet wel iets extra's hebben om op de tien kilometer daadwerkelijk je tegenstander voor te blijven. Het is bij mij ook vaak mislukt. Kijk, die 1500 meter is een heel ander verhaal. Dat is starten en de zaak even afmaken. Op de tien moet je de hele tijd je verstand er bij houden.”

Postma is ook iemand die een coach blind zijn vertrouwen schenkt, wanneer die een trainingsstrategie uitstippelt. Toen de beste schaatser van deze winter een week na het EK ziek werd, worstelde Gemser met het gegeven hoe hij zijn pupil moest prepareren op de mondiale titelstrijd. De oude vos koos voor veel duurarbeid en weinig tempotrainingen. Gemser beredeneerde dat op een manier die voor Postma meteen helder was - in korte bewoordingen dus - en adviseerde hem gewoon de ouderlijke boerderij als uitvalsbasis te gebruiken. Een bord stamppot doet in de ogen van de bondscoach meer wonderen dan een extra trainingskamp in Davos of Inzell. Postma voert zo'n opdracht minitieus uit, ofschoon ook hij moet hebben getrappeld van ongeduld om te weten hoe hij er aan de vooravond van het belangrijkste toernooi van het jaar daadwerkelijk voor stond. “Ik heb heel voorzichtig naar het WK toegewerkt. Ik had er absoluut geen idee van hoe de 1500 meter (achteraf de sleutelafstand - red.) zou lopen.”

Ritsma, die een matige mijl reed en op de tien kilometer tien seconden van zijn krachtsexplosie in Heerenveen bleef, erkende dat hij na zijn griepaanval te weinig rust had genomen. Maar ja, het ging lekker, en van iets dat goed smaakt, neem je wel eens iets te veel. Zo ging het bij Ritsma ook. Bovendien deed zich het merkwaardige feit voor dat het in de training soepeler liep dan in de wedstrijden. Meestal is dat bij hem andersom. Het is in zijn ogen iets ongrijpbaars, zoals hij al drie maanden het idee heeft dat hij beter schaatst dan vorig seizoen. Maar nu staat de Lemster met lege handen, terwijl hij in de winter van 1996 'gewoon' twee titels pakte. “Dat is iets waar je gek van wordt,” zegt Ritsma. “Als je op het EK 13.59 rijdt op de tien kilometer, is er in feite niets mis met je.”

Zijn trainer Wopke de Vegt trapte niet op de rem, hij zag er ook geen aanleiding toe. “Conditioneel is Rint opperbest. In tests wordt hij fysiek nog steeds beter. Het klopt wel dat hij in Davos te weinig rust heeft genomen, maar Rint is een mens die elke dag gevoeld wil hebben dat hij veel heeft getraind.” De gezondste man van Nederland werd met een antibiotica-kuur geforceerd klaar gestoomd voor het WK, Gemser liet bij Postma de natuur zijn werk doen. De dip in de loopbaan van Ritsma betekent uiteraard niet dat zijn carrière voorbij is. De grote verliezer spiegelt zich maar al te graag aan Koss die in het prĂ©-olympische seizoen 1992-'93 ook weinig presteerde en twee weken voor de Winterspelen van Lillehammer, waar hij met een gouden kroontjespen geschiedenis schreef, in een hoekje van het ijsstadion in Innsbruck techniekoefeningen deed. Alsof hij nog moest leren schaatsen.

Karkas

Ritsma is niet een natuurtalent als Postma. Hij heeft door keihard werken het maximale uit zijn lichaam geperst. Het karkas wordt echter ouder. “Ik merk dat het me allemaal meer moeite kost,” zegt hij. “Vroeger piekte ik automatisch, nu moet ik er meer voor doen. Naarmate je ouder wordt, moet je harder trainen.” Bij de evaluatie van het geflopte seizoen wil het begeleidingsteam - aan de andere kant van de wereld in opmerkelijk groten getale aanwezig - zich er voor hoeden niet in paniek te raken. Wat Ritsma betreft blijft De Vegt gewoon aan zijn zijde. Op de WK afstanden hoopt hij toch nog een graantje - als goedmakertje, niet meer dan dat - mee te pikken. “De komende weken doe ik het rustig aan,” belooft Ritsma. “Een beetje pielen in Heerenveen, praten op het ijs en goed rijden in de wereldbekerwedstrijd van Inzell (waar de ploeg voor Warschau zijn vorm krijgt - red.).”

“Warschau wordt niets meer,” zegt Postma, die vorig jaar in Hamar op de 5000 meter wel de eerste wereldkampioen per afstand in de geschiedenis van de ISU werd. “Ik weet niet wat ik daar te zoeken heb. Althans op dit moment.” De metrische mijl zal hij er rijden en dan is hij, eigenaar van een nieuw persoonlijk record op die mooie afstand, meteen een favoriet voor de titel. Daarin vindt hij, wanneer de vermoeienissen van het WK zijn afgeschud, nog wel een uitdaging. De ambitie is groter dan zijn uitstraling. “Welke titel van de twee dit seizoen de mooiste is? Het WK. Omdat het spannender was. Het was een veel mooier toernooi dan het EK. En op een tweede plaats zat ik niet te wachten. De eerste keer tweede worden vond ik fantastisch, de tweede keer, vorig jaar, hoefde voor mij al niet meer. Zo leuk is dat niet.”

Ids Postma, naar de kinderboeken van Dik Trom, kort na de oorlog: het is een bijzonder kind en dat is hij. Was hij niet met noren onder de voeten geboren, dan had hij in de M-Wave op Friese doorlopers willen schaatsen. Het natuurtalent gruwt van de gedachte de overstap naar de klapschaats te moeten maken. “Ik denk er wel eens aan, maar hij klappert zo uit. Ik vind het helemaal niks.” Een vrouwenschaats? “Zoiets ja. Koss reed 13.30 op gewone schaatsen. Ik dacht: laten ze eerst maar eens onder die tijd rijden, dan kan ik alsnog overstappen. Maar ik word nu vierde op de tien kilometer, terwijl de drie voor me op klapschaatsen reden. En ik wil ook wel een keer 13.54 rijden.” Het zal nog even duren voordat het boegbeeld van Aegon ook het boegbeeld van Viking is.

mailIcon print |