*

 
dossier

Archief

De Tibetaan dùrft niet meer te demonstreren

ESTHER BOOTSMA − 03/02/96, 00:00

AMSTERDAM - Mensen als Helmut Kohl, daar kan de voormalige Tibetaanse gids Gendun Rinchen zich danig over opwinden. Westerlingen die na een bezoekje van anderhalve dag beweren dat Tibet zich zo goed ontwikkelt en dat er nauwelijks sprake is van repressie. “Tegen zo'n Kohl zou ik willen zeggen: kom maar mee, dan verzamelen we vijf mensen voor een kleine demonstratie. Dan kan hij zien dat ze binnen drie minuten worden opgepakt.”

Rinchen kan het experiment zelf niet meer uitvoeren, omdat hij in mei vorig jaar uit Tibet ontsnapte. Een jaar eerder was hij vrijgelaten uit de gevangenis, maar zijn vrijheid was weinig meer waard: hij mocht geen toeristen meer rondleiden, kon geen andere baan vinden en de veiligheidsdienst hield hem permanent in de gaten. Hij vluchtte via India naar Amerika, waar hij met zijn vriend Harrison Ford de Senaat toesprak over de Chinese bezetting van Tibet sinds 1950, om uiteindelijk onderdak te krijgen in Londen.

Tijdens een kort bezoek aan Nederland zegt Rinchen het gevoel te hebben dat westerlingen denken dat de Tibetanen momenteel minder ongelukkig zijn dan eind jaren tachtig, omdat ze niet meer massaal de straat op gaan. “Dat is een misvatting. De Tibetanen krijgen er gewoon de kans niet meer voor. De Chinese surveillance is de laatste jaren schrikbarend toegenomen. Als je een hand opsteekt en roept dat je Tibetaans onderwijs wilt, word je al opgepakt. Elke beginnende demonstratie voor behoud van onze cultuur wordt binnen een paar minuten de kop ingedrukt.”

Brieven

De laatste keer dat zo'n tweeduizend demonstranten zich de straat op waagden was 24 mei 1993. Tien dagen daarvoor was Rinchen opgepakt. De politie had in zijn huis brieven gevonden, die hij had willen doorspelen naar een delegatie van Europese ambassadeurs. Informatie over politieke gevangenen, de toestand in gevangenissen, methoden van ondervraging, martelingen.

De EU-delegatie ontving deze brieven dus niet en meende (net als de Duitse bondskanselier Kohl die in 1987 als eerste westerse regeringsleider de Tibetaanse hoofdstad Lhasa bezocht) dat het wel meeviel met de onderdrukking. Rinchens kritiek dat de ambassadeurs geen goed beeld hadden gekregen omdat ze niet met gewone Tibetanen mochten praten, werd door de Nederlandse ambassadeur Dirk Jan van Houten weggewuifd. Hij betichtte hem van een typische reisleiders-mentaliteit. “Zo iemand die denkt dat als hij niet zegt dat rechts een klooster is, wij dat klooster ook niet zien. Maar ik heb mijn ogen niet in mijn zak”, zei Van Houten in mei 1993 tegen deze krant. Een paar dagen later braken de protesten uit, waarbij de Chinezen traangas gebruikten en honderden mensen arresteerden.

Andere ambassadeurs dan Van Houten, met name de Ierse en de Deense, droegen Rinchen een warmer hart toe, en begonnen een campagne voor zijn vrijlating. Net als Amnesty International, verschillende Tibet-steungroepen en de Amerikaanse acteur Harrison Ford en zijn vrouw Melissa Mathison (scriptschrijfster van een film over de Dalai Lama), die door hem waren rondgeleid. “Dat is mijn geluk geweest. Ik was uitgeroepen tot Beste Gids van Lhasa. Door al die internationale aandacht ben ik niet gemarteld. De politie zei wel: beken nu maar, want als je de loop van het geweer ziet is het te laat, maar dat was pure bluf.”

Rinchen werd beschuldigd van contra-revolutionaire activiteiten, waarvoor hij tien jaar cel of de doodstraf had kunnen krijgen, maar werd al na acht maanden vrijgelaten. Volgens Amnesty zitten er nog zo'n 700 politieke gevangenen in de Tibetaanse cellen. Een onbekend aantal, vooral jonge nonnen en monniken, zou de afgelopen jaren onder verdachte omstandigheden zijn overleden.

Om de vraag waarom er vooral boeddhistische nonnen en monniken in het verzet zitten, moet Rinchen lachen. “Dat denken jullie westerlingen altijd. Maar voor mij werkten ook een heleboel leken.” Ze voorzagen hem van details over arrestaties, kleine demonstraties, enzovoort. “Informatie die ik op briefjes het land uit smokkelde. Soms via toeristen, maar meestal via vrienden die vaak naar Tibet kwamen. Mensen uit Israël, Afrika, Europa en Amerika.”

Rinchen erkent wel dat de demonstraties meestal worden geleid door nonnen en monniken, en dat die daarom meer op de voorgrond komen. “Zij hebben geen gezin te onderhouden, geen inkomen dat ze veilig moeten stellen. Voor een gewone Tibetaan is het inmiddels te link om arrestatie te riskeren. Je vrouw en kinderen worden ondervraagd, je huis leeggehaald, je spullen en geld geconfiskeerd. Ik heb ook nooit iets van mijn bezittingen teruggezien na mijn vrijlating.”

Arme boer

Je hoeft volgens de voormalige reisleider tegenwoordig nog maar weinig te doen, om te worden opgepakt. “Als je een arme boer die maar één maaltijd per dag heeft, extra voedsel gaat brengen, word je meteen ondervraagd door de politie. Waarom doe je dat? Waarom help je die ene boer, en niet de andere? Wat krijg je ervoor terug? Wie denk je wel niet dat je bent, als je doet wat de regering beter kan?”

Volgens hem is de situatie in Tibet sinds begin vorig jaar erg gespannen. “De Chinese autoriteiten worden steeds zenuwachtiger en repressiever.” Eerst moesten ze een aangekondigde mars van Tibetanen vanuit India naar Lhasa, zien te voorkomen. Vervolgens ontstond er een controverse over de reïncarnatie van de Panchen Lama, de eennahoogste geestelijke leider. De Chinezen waren furieus toen de Dalai Lama (de Tibetaanse leider, gevlucht naar India) een vier-jarig jongetje aanwees, en kozen vervolgens zelf een jochie uit.

De reacties in Tibet heeft hij nog niet vernomen, maar Rinchen weet zeker dat de kloosters de door Peking aangewezen Panchen Lama niet zullen accepteren. Althans, niet de echte, gelovige monniken en nonnen. Maar tegenwoordig is een monnik in Tibet niet altijd een monnik, aldus Rinchen. “Het is steeds vaker een Chinese spion in een rode jurk.”

mailIcon print |