DEN HAAG - Staatssecretaris Tommel (D66, volkshuisvesting) heeft zich gisteren diep in de nesten gewerkt. “Ik kon niet laten gebeuren, dat besloten zou worden tot een parlementair onderzoek zonder dat ik eerst gehoord was”, vindt hij. Maar door zijn optreden heeft hij gisteren zelf de zaag aan zijn stoelpoten gezet.
Wat resteert gistermiddag na Tommels optreden in de Tweede Kamer is één grote rokende puinhoop. Tommel heeft zo geprobeerd de gang der dingen te beïnvloeden, dat hij bijna alle fracties in de Tweede Kamer tegen zich in het harnas heeft gejaagd.
De kiem voor de ergernis is al vóór het debat gelegd. Het is Tommel, die om het debat heeft verzocht. Dat is zeer ongebruikelijk. Bovendien is het vreemd, omdat de Tweede Kamer nog helemaal niet heeft besloten, of zij eerst Tommel wil spreken, òf meteen een eigen onderzoek instelt naar de Limburgse woningbouwcorporatie WBL, die door wanbeheer een tekort van 175 miljoen gulden dreigt te krijgen.
Tommel wil koste wat kost aan het woord komen. Hij belt zelfs de kleine fracties met het verzoek om zich te mogen verdedigen.
Gisterochtend was het dan zover. De staatssecretaris legt een twintig minuten durende verklaring af. Hij stelt dat een onderzoek eigenlijk niet nodig zou zijn. Als er vragen of onduidelijkheden zijn, zal hij ze wel beantwoorden. “Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is alle vragen op een bevredigende wijze te beantwoorden”, zegt hij.
De irritatie groeit als Tommel de door het parlement gekozen procedure bekritiseert. Het voormalige Kamerlid spreekt over “een volstrekt onjuiste gang van zaken”. “Het behoort niet tot de mores in het verkeer tussen Kamer en regering om die informatie niet te vragen”, zegt hij. En dus komt Tommel ongevraagd zelf met een pak informatie, waarin de Kamer geen nieuwe feiten aantreft.
Tot verbazing van de Kamerleden houdt Tommel in zijn verklaring een warm pleidooi voor het parlementaire onderzoek. Een vreemde actie. Wilde hij zich eerst helemaal niet uitlaten over het onderzoek, en zei hij twee dagen geleden nog dat hij zich “niet zou verzetten”, nu is hij zowat de grootste pleitbezorger van de studie.
Die ommezwaai is ingegeven door de onrust die de afgelopen twee weken is ontstaan rond zijn persoon, zegt hij. Die onrust is niet terecht, uiteraard. Het zijn allemaal misverstanden, die hij zó kan ophelderen. “De kwestie van vertrouwen was ter sprake gebracht, en er dreigde geen moment meer te komen, waarop ik dat recht kon zetten.”
Maar de bewindsman komt ook met een nieuw motief. Het zijn zijn ambtenaren, wier integriteit onder vuur ligt. En dat kan Tommel niet verkroppen. Een onderzoek is nog de enige manier “om de veenbrand te blussen”. Een raar argument: het is niet de integriteit van ambtenaren waarin de Tweede Kamer is geïnteresseerd, maar die van de bewindsman. In feite is de draai van Tommel ingegeven door een politieke taxatie. Met een dreigende Kamermeerderheid voor het onderzoek deed hij er verstandig aan zich niet meer te verzetten. Nu schiet hij echter weer veel te ver door.
Na de liefdesverklaring van Tommel aan het onderzoek, kunnen CDA en D66 immers niet anders meer dan ermee instemmen. Hun voorstel - eerst meer informatie van Tommel, en dan een debat met hem - is door zijn handelen zelfs geen optie meer. Of hun vragen met de vrijwillige informatie van Tommel afdoende beantwoord zijn, doet niet eens meer ter zake.
Een pisnijdige Esselink (CDA): “Door de gang der dingen konden we niet meer anders. Door het optreden van de staatssecretaris was een debat niet meer mogelijk. Ik heb het nog nooit meegemaakt in de negen jaar dat ik in de Kamer zit, dat de regering zelf smeekt om een onderzoek.”
Onder de Kamerleden zijn gistermiddag bar weinig fans van Tommel meer te vinden. Esselink: “Eerst dat knullige briefje waarin hij een debat vraagt, dan belt hij de kleine fracties, daar wordt in de hele Kamer om gegierd. Dat doe je toch niet.”
VVD'er Hofstra: “Tommel heeft inhoudelijk niets nieuws gezegd. Zijn actie was niet verstandig. Ach, ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen daden.”
Tommel zelf vindt het nog altijd volstrekt logisch, dat hij vorige week de kleine fracties belde met de vraag om zich te mogen verdedigen. “De fracties werden genoemd als degenen die het onderzoek aan een meerderheid zouden helpen. Ik heb gezegd dat er een situatie dreigde, waarin ik me niet meer kon verdedigen. Ik heb daar geen spijt van. Het ligt niet in mijn aard om zoiets op zijn beloop te laten.”
Tommel speelt inmiddels wel hoog spel. Door nu zo luid en zo stellig te verklaren, dat het ministerie geen blaam treft en dat hij alle informatie correct heeft verstrekt, loopt hij een enorm gevaar. Als het parlementair onderzoek over een aantal maanden ook maar enigszins uitwijst dat Tommel of zijn ministerie verwijten te maken zijn, is zijn positie onhoudbaar.
Maar ook als het onderzoek hem vrijpleit, is het leed nog niet geleden. Zijn politieke positie heeft gisteren een zware klap opgelopen. Steeds herhaalde hij gisteren dat een onderzoek eigenlijk niet nodig was geweest, en dat hij de zaak onder controle heeft. Dat de Tweede Kamer nu unaniem besluit dat zij toch nog niet genoeg weet en er dus een parlementair onderzoek nodig is, zegt iets over het gezag van Tommel. Dat is zo langzamerhand minimaal. PvdA'er Duivesteijn: “Ik betreur het zeer dat de staatssecretaris ons in deze schimmige positie brengt. Ik ben verbijsterd over de gang van zaken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.