*

 
dossier

Archief

'We registreren niet, maar de mensa is wel kleurrijker'

HELEN POWEL − 01/02/97, 00:00

Jongeren van buiten de Europese Unie moeten op een aantal universiteiten in Nederland een fors bedrag extra op tafel leggen om te studeren. Voor een Amerikaan blijft het collegegeld aan onze universiteiten een schijntje, maar dat kan niet worden gezegd van een vluchteling zonder inkomen.

Studeren is kostbaar voor alle studenten die geen rijke ouders hebben. Maar sinds het studiejaar '96-'97 is het nog een graadje erger geworden. “Voor studenten van buiten de Europese Unie mogen universiteiten zelf de hoogte van het collegegeld bepalen”, signaleert Mohamed El Haddouchi, voorzitter van Unem, een Marokkaanse studentenvereniging in Amsterdam.

“Dat klopt”, zegt J. Stals van de Technische Universiteit in Delft, “de overheid stelt studenten binnen de EU gelijk aan Nederlandse studenten. Wie van buiten de EU komt, betaalt sinds kort bij ons in plaats van 2400 gulden collegegeld 3300 en voor het jaar '97-'98 3600.”

De nieuwe regeling treft Turken en Marokkanen zonder Nederlands paspoort, maar vooral de vluchteling-studenten. “Instellingen hebben nu de vrijheid een prijs voor hun onderwijsproduct te vragen, daarom moeten wij voor iedere student soebatten voor een lagere prijscategorie”, verzucht K. Bleichrodt van Stichting Vluchteling-student UAF. “Ons fonds kan dat niet allemaal betalen. Maar gelukkig denken niet alle universiteiten op die manier wat bij te kunnen verdienen.”

“Wij dachten extra inkomsten te krijgen door een hoger tarief te rekenen voor studenten van buiten de EU”, zegt Paul Herfs, studentendecaan aan de Universiteit van Utrecht, “maar als je kunt aantonen dat je armlastig bent, kun je een beroep doen op een fonds. Uiteindelijk hebben we voor een grote groep compensatie moeten verlenen, dus houden we er niets aan over.”

Bleichrodt legt uit: “Een vluchteling-student mag geen bijbaantjes hebben en met die hoge rentedragende leningen kost een studie gauw 200 000 gulden. Dat schrikt af. Ondertussen praat men in de Kamer over de te lage participatiegraad van allochtonen en het ontbreken van een allochtoon kader.”

Of allochtonen genoeg meedoen in het hoger onderwijs of niet, is moeilijk met cijfers te achterhalen. Buitenlandse studenten worden afzonderlijk geregistreerd, maar tweede-generatie of genaturaliseerde allochtone studenten niet.

Onlangs meldde de Universiteit van Amsterdam (UvA) de resultaten van een enquête door het SCO-Kohnstamm Instituut: van de eerstejaars studenten zou maar liefst twintig procent allochtoon zijn.

Nadere bestudering van het rapport leert echter dat de UvA in haar enthousiasme de cijfers wat ruimer interpreteert dan het instituut had bedoeld. De UvA maakt geen onderscheid tussen studenten uit de Europese Unie en daarbuiten. Bovendien zijn eerstejaars en ouderejaars studenten opgeteld. Al met al blijven er 115 allochtone eerstejaars over na aftrek van de Europeanen. Dit aantal kan nog worden opgekrikt tot 179, oftewel ruim negen procent, door tweede generatie allochtonen mee te tellen - dat wil zeggen in Nederland geboren kinderen van elders geboren ouders.

M. Voorthuis van het SCO-Kohnstamm Instituut is niet blij met de aandacht in de pers: “Het is een interne publicatie van de UvA, die nu een veel te zware lading heeft gekregen. Het is bedoeld als eerste indruk. De enquête zullen we komende jaren herhalen, om te zien of zich een trend ontwikkelt.”

Andere universiteiten beweren die trend al te signaleren, ook al zijn geen precieze aantallen voorhanden. “De universiteit doet niet aan registratie van het geboorteland van de ouders”, vertelt Jan van der Veen, voorlichter van de Vrije Universiteit in Amsterdam, “maar de mensa ziet er wel kleurrijker uit en een toenemend aantal allochtonen bezoekt de studentendecaan voor buitenlandse studenten.”

Ook de Erasmus Universiteit Rotterdam meent door de jaren heen meer allochtonen te ontdekken. “De studentendecanen merken het op hun spreekuur en er zijn actieve allochtone studentenverenigingen”, aldus voorlichter Frank Munnichs.

Over het algemeen wonen allochtone bevolkingsgroepen geconcentreerd in het westen van het land. De leeftijdscategorie van deze groepen is blijkens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek nu het grootst rond 18 en 19 jaar. Het is op zichzelf niet opmerkelijk dat meer allochtone eerstejaars zich inschrijven aan universiteiten in de randstad.

“Veel Turkse studenten, meisjes maar ook jongens, willen of mogen niet op kamers wonen en kiezen voor de dichtstbijzijnde universiteit”, zegt Nermin üztürk van Mozaïek, een Turkse studentenvereniging in Rotterdam.

Als de allochtone jeugd al gaat studeren - de stap naar het hoger of wetenschappelijk onderwijs wordt vaker níet dan wél gemaakt. De tweede generatie allochtonen lijkt vooral een voorbeeldfunctie te ontberen. “Er is een gebrek aan een rolmodel. Je ouders waren toch gastarbeiders. Die zijn het niet gewend om te studeren”, legt Btisame Boudhan uit, voorzitster van Arabia, een Arabische studentenvereniging in Rotterdam. Studeren blijkt geen voor de hand liggende keuze. Diegenen die de sprong wagen, komen vaak dezelfde problemen tegen. “Zoals eenzaamheid en omgang met Nederlandse studiegenoten,” zegt El Haddouchi van Unem. “Marokkaanse meisjes wonen vaak thuis en moeten na de les gelijk naar huis”, zegt Boudhan van Arabia, “ze kunnen 's avonds niet meedoen aan nevenactiviteiten en dan val je snel overal buiten.”

Allochtone studentenverenigingen kunnen uitkomst bieden voor nieuwelingen die in een gat dreigen te vallen. “Arabia verzorgt bijles in het Nederlands, maar helpt ook de weg te vinden binnen de universiteit”, zegt Boudhan.

Maar taal, eenzaamheid en het ontbreken van een voorbeeld zijn niet de enige obstakels. Studeren is luxe. “Studeren kost veel geld. Je pa is niet rijk en je moeder heeft al helemaal geen geld. Geld bepaalt je studiekeuze. Daarom kiezen veel Marokkaanse studenten eerder voor HBO dan voor de universiteit. Dan ben je sneller klaar en het is werkgerichter”, zegt El Haddouchi.

Om toch de instroom van allochtone jongeren naar de universiteit te stimuleren, zijn er in steden als Rotterdam en Utrecht acties ondernomen op de middelbare scholen. Ouderejaars allochtone studenten lichten in samenwerking met de universiteiten allochtone ouders en scholieren voor.

Boudhan van Arabia meldt: “Veel Marokkaanse scholieren vallen uit. Wij willen als rolmodel fungeren om ze te stimuleren hun school af te maken. We bereiden nu een proefproject voor met huiswerkondersteuning en discussies over problemen op de middelbare school.”

M. Njiokiktjien, studentendecaan aan de Erasmus Universiteit: “Onze voorlichtingsdag voor allochtone scholieren en hun ouders wordt simultaan vertaald in het Turks en Marokkaans.”

In Utrecht loopt een proefproject om in samenwerking met Turkse of Marokkaanse organisaties potentiële studenten te bereiken. Want, zegt Joop Kessels, voorlichter van de Universiteit in Utrecht: “Er gaat weinig voorbeeldwerking van de ouders uit.”

Niet iedereen is ervan overtuigd dat vooral allochtonen lijden onder studieproblemen. “Eerstejaars zijn sowieso niet gewend om te studeren, allochtoon of niet,” meent El Haddouchi, “het ligt er eerder aan uit welke klasse je komt. Mensen uit de lagere sociale klassen, díe zijn niet gewend om te studeren.”

mailIcon print |