*

 
dossier

Archief

PvdA-lid schaamt zich voor partijkrant en zet solidariteit overboord

WIM BOEVINK − 29/08/96, 00:00

Vandaag krijgt PvdA-fractievoorzitter Wallage het zeventiende jaarboek voor het democratisch socialisme uitgereikt: 'Inzake beginselen'. Het laatste PvdA-beginselprogramma dateert uit 1977, maar kan dat vandaag nog leidraad voor het politieke handelen zijn? Geluiden van de partijbasis.

Het is niet eenvoudig met haar over de PvdA te spreken; haar interesse gaat niet echt uit naar partijbelangen, ook al lopen ook hier de ledentallen terug. “Ik ben geen politiek mens, ik ben altijd voor een ander bezig.” Die ander, dat zijn de mensen in haar wijk, in haar deelgemeente, ongeacht of ze uit de chique of niet zo chique buurten komen. “Een klacht over het onderhoud van het groen in een dure villabuurt neem ik net zo serieus als klachten van elders. Onder die rieten daken is misschien wel meer eenzaamheid dan in arbeidersbuurten.”

Ton de Jager, die tussen 1986 en 1990 PvdA-raadslid was, schudt het hoofd. “Als ze daar zeurden over het plaveisel, dacht ik wel eens, joh, laat ze toch lekker hobbelen in hun BMW's.” De Jager heeft de politiek inmiddels de rug toegekeerd, hoewel hij tot diegenen behoorde die meenden dat de PvdA een rol kon spelen bij het sturen van maatschappelijke processen. Sinds '75 is hij welzijnswerker. “Maar als ik nu vertel wat ik doe, begint men te lachen. Dan wordt me gevraagd of ik de plank misgeslagen heb.” Met eenzelfde gêne verhult hij nu zijn lidmaatschap van de partij. “Ik woon met studenten in een huis, maar ik verstop de partijkrant onder de gewone post op de trap, want ik heb geen zin om vragen te moeten beantwoorden. Maar ik blijf wel lid, ik ben geen Freek de Jonge die achter Bolkestein aan gaat lopen.” De Jager mist een duidelijk profiel van de PvdA. “Ze schuiven toch allemaal naar elkaar toe in het midden. Ik heb al mijn idealen overboord kunnen gooien.”

Welke dat dan zijn? “Nou, rechtschapenheid en solidariteit.” In zijn actieve tijd zette hij zich in voor sociale woningbouw in de dure buurten, omdat arbeiders ook in het groen moesten kunnen wonen. Wijs: “Wat een onzin was dat. Die mensen wilden daar helemaal niet heen.”

Volgens Greet Wijs heeft de PvdA zich te veel op bepaalde doelgroepen gericht. “Moet je altijd je energie in werklozen steken? We moeten ons veel meer op de middengroepen richten, breder worden. Ik bedoel: als vijftig mensen rijk zijn en twee zijn er arm, moeten we dan alles voor die twee doen?” De Jager knikt instemmend: “Het was wel wat patriarchaal, zoals we ons om de kansarmen bekommerden.”

“Toch moet we blijven waken voor een tweedeling tussen rijk en arm,” zegt Ferd Mann, de derde PvdA'er die is aangeschoven, “De mensen hebben richting nodig. De overheid moet weer meer gaan bijsturen.” Ook Mann is lid van de raadsfractie. Maar heeft de PvdA nog voldoende identiteit behouden in de coalitie met de liberalen? De paarse coalitie in Den Haag is in Manns ogen uitstekend: “Het is net als met het runnen van een bedrijf, een coalitie tussen werkgevers en werknemers. Dan kun je goed samenwerken zonder dat geloof ertussen.” De Jager: “Maar in dat midden is toch geen sprake meer van een eigen identiteit?” Greet Wijs: “Ik lijn een partij niet zo af. Je wint toch niks met zo'n profilering, je stoot alleen maar mensen af.” Mann: “Kijk, Greet heeft ruimtelijke ordening en beheer in haar portefeuille, da's heel duidelijk van: 'die boom moet daar'. Maar ik heb sociale zaken, onderwijs en welzijn. Ik moet ervoor zorgen dat er geld komt voor het niet-meetbare. Daarin toont de PvdA haar prachtigste gezicht.”

Een gezicht uit het niet-meetbare? Er wordt even geaarzeld. Dan wijst De Jager op het straatnaambordje op de hoek. Onder het bordje IJsclubstraat is te lezen: Winnaar Opzoomerprijs 1991 (sociale vernieuwing). “Je moet eens zien hoe verzorgd die voortuintjes erbij liggen.”

Onder metrostation Zuidplein huist in een klein gebouwtje het Project integratie nieuwkomers. Alican Atas werkt er sinds twee jaar. Hij kwam in 1980 uit Turkije naar Nederland om hier aan de sociale academie te studeren. Daarna studeerde hij in Amsterdam politicologie. Sinds '93 is hij voor de PvdA actief en lid van het bestuur van de onderafdeling Feijenoord. “Natuurlijk verandert de partij met de tijd mee. Thuis heb ik nog werken van Troelstra en Kautsky, dat is 'antiek'. Maar de PvdA mag niet haar menselijk gezicht verliezen.” De partij heeft haar 'Den Uyl-warmte' verloren. “De Turken in de wijk voelden zich bij Den Uyl heel erg thuis: zoals hij een kroeg aan het Afrikaanderplein binnenstapte, onvergetelijk.” Nu is er meer afstand, zegt Atas, Kok is vooral een bekwame bestuurder. En in het partijkader zijn steeds meer hoger opgeleiden terechtgekomen, die veel met elkaar debatteren, maar te ver van de mensen afstaan. En verontschuldigend voegt hij eraan toe: “Ik ben zelf ook doctorandus.”

Krijgt de volkspartij elitaire trekken? Greet Wijs had zich laten ontvallen dat “je tegenwoordig in de partij pas iets voorstelt als je bepaalde kunstopvattingen uitdraagt”. Atas: “Zoals Kombrink (PvdA-wethouder) destijds het referendum stond te verkopen, dat komt heel slecht over. Dat docerende toontje, dat pak, die hand losjes in de zak. Het leek wel een Philips-manager.”

Voor Atas schuilt het kwaad in de professionalisering van het politieke bedrijf. “Het is allemaal veel bureaucratischer geworden. Begin jaren tachtig had je bewonersorganisaties die koffieochtenden organiseerden. Er was een ochtend voor Turken, een voor Marokkanen enzovoort. Tot ze ook gemeenschappelijke ochtenden organiseerden. Dat werkte. Nu heb je deelraden, maar die zijn veel afstandelijker, daar moet je langs een portier en kom je bij een loket terecht.” Is ook de PvdA killer geworden?

“We hebben geen ruimte meer voor vrijwilligers. Daarmee stagneren we de betrokkenheid van de bewoners. Het burgerschapsgevoel verdwijnt en ook de belangstelling voor de politiek. Daar hebben wij als PvdA erg veel last van.”

mailIcon print |