Van onze buitenlandredactie AMSTERDAM - Monsieur Afrique, was de bijnaam van Jacques Foccart, regeringsadviseur van Charles de Gaulle en Georges Pompidou, die Afrikaanse presidenten maakte of brak. Lang teerde de nu 81-jarige Foccart in stilte op zijn herinneringen aan gebeurtenissen in de jonge Afrikaanse staten. Dat die staten niet zo onafhankelijk waren, was onder meer te danken aan het 'Netwerk-Foccart', van geheime diensten en informanten.
De Franse journalist Philippe Gaillard kreeg Foccart aan de praat, en publiceerde onlangs het boek 'Foccart spreekt'. Deze stelt zonder blikken of blozen dat hij presidenten redde of liet zakken uitsluitend op basis van één criterium: de Franse belangen. En de beoordeling van Frankrijks belangen lag in de jaren '60 geheel in Foccarts handen.
In 1963 begon (in Togo) een serie staatsgrepen in Afrika. Staatshoofden wilden zich verzekeren van Franse steun in dergelijke gevallen. De president van Tsjaad, Ngarta Tombalbaye, gaf Parijs bij voorbeeld een ondertekend, blanco verzoek tot interventie, te gebruiken in geval van een coup.
In februari '64 deden militairen in Gabon een staatsgreep. “Léon Mba (de president) zat vast, en was dus verhinderd onze hulp te vragen”, vertelt Foccart. “Ik wendde mij tot de ambassadeur, die een verzoek tot interventie opstelde en dat toeschreef aan de president.” Franse para's verjoegen de coupplegers, en her-installeerden de (zieke) Mba. Ook in diens opvolging, door de inmiddels beruchte Omar Bongo, voorzagen de Fransen.
Minder geluk had de - wel degelijk door Frankrijk ondersteunde - president van Congo, Fulbert Youlou. Toen die in 1963 werd afgezet, deed Parijs niets. Foccart was namelijk op vakantie. Foccart: “Dat was op 15 augustus. Ik was aan zee, aan het vissen. De Generaal (De Gaulle) probeerde me drie keer te bellen, maar men kon me niet bereiken.” Zo kreeg Congo een 'marxistisch-leninistisch' bewind.
Ook pech had de Centraalafrikaanse president David Dacko, in 1966 opzij geschoven door Jean-Bedel Bokassa. Foccart wordt hierover midden in de nacht opgebeld, maar gaat met gerust hart weer slapen, zonder De Gaulle te wekken: Bokassa is immers een “zeer francofiele militair”.
Bokassa zou zich later à la Napoleon tot 'keizer' kronen en berucht worden wegens kannibalisme. Foccart illustreert Bokassa's francofilie met een anecdote. Toen Bokassa De Gaulle met 'Papa' aansprak, legde deze hem uit, dat hij 'Mon général' prefereerde als aanspreektitel. Waarop Bokassa antwoordde: “Jawel, Vader.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.