- Annefiek, kom eens hier!
- Kan wel zijn, maar nu moet je even bij papa komen.
- Wat is er dan?
-Jij schrijft toch zo graag opstellen?
- Ja.
- Nou, dan ga jij nou een mooie brief schrijven aan de krant.
- Waarover dan?
- Dat je het niet eens bent met meneer Huttenga.
- Wie is dat?
- Dat is een enge meneer.
- Wat heeft hij dan gedaan?
- Hij vindt het goed als meneren met hun piemel aan kinderen zitten. En als meneren tegen kinderen zeggen: raak mijn piemel eens aan. Dan zegt hij: 'dat is helemaal niet zo erg hoor. Zulke meneren zijn heus niet allemaal eng. Die mogen ook best op mijn kinderen passen.'
- O. Goh.
- Die meneer Huttenga moet een standje krijgen. En ik denk dat het 't beste is, als hij een standje krijgt van een kind. Daarom ga jij nou een brief schrijven.
- Komt die dan in de krant?
- Dat denk ik wel.
- Maar wat moet ik dan schrijven?
- Denk eens goed na Annefiek. Dat kun je vast wel.
- Dat meneer Huttenga een vieze meneer is?
- Je moet gewoon opschrijven wat je zelf vindt.
- Dat ik helemaal niet aan zijn piemel wil komen?
- Ik hoor het al, je komt er wel uit. Denk maar eens even.
- Pap! Paaappppa! Me brief is af! Ik ben klaar!
- Dat is snel. Laat eens horen, wat heb je geschreven?
- De meneer van Het Grote Bos, die nu in de gevangenis zit, mag gerust op de kinderen van dominee Huttenga passen. Wat ben ik blij dat dominee Huttenga mijn papa niet is. Ik ben 10 jaar. Annefieke.
- Wat een mooie brief is dat. En helemaal zelf bedacht! Dan gaan we nu een envelop en een postzegel zoeken en dan brengen we je brief samen naar de brievenbus. Goed?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.